of 59142 LinkedIn

PGB mag niet worden geweigerd indien uitwonende kinderen geen mantelzorg willen bieden

Reageer

Afbeeldingmr. M. Bekooy (Maaike)

 

Centrale Raad van Beroep: Mantelzorg niet afdwingbaar.

Hoewel het uitgangspunt in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de burgers en hun sociaal netwerk behoort om de beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren, gaat dat niet zo ver dat mantelzorg kan worden afgedwongen. Dit heeft de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:17) bepaald in een beroepszaak over een geweigerd pgb voor huishoudelijke hulp.

De casus

De casus was als volgt. Onder de oude Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ontving betrokkene vanwege lichamelijke beperkingen een persoonsgeboden budget (pgb) voor twee uur huishoudelijke hulp per week. Haar uitwonende dochter verrichtte de schoonmaakhulp. Daarvoor betaalde de moeder haar uit het pgb. Na de inwerkingtreding van de Wmo 2015 heeft de gemeente het pgb beëindigd. Volgens de gemeente kon moeder voor de huishoudelijke hulp een beroep doen op de mantelzorg van haar dochter. Daarbij is meegewogen dat de zorg per week beperkt in omvang is, de dochter vlakbij haar moeder woont en geen betaalde baan heeft. De dochter was evenwel niet bereid om de huishoudelijke hulp zonder financiële tegenprestatie te verlenen en heeft de hulp aan haar moeder gestaakt.

 

Het oordeel van de Raad

De Raad herhaalt haar onder de oude Wmo reeds uitgesproken oordeel dat geen sprake is van mantelzorg als de zorgverlener voor zijn diensten betaald wil worden. Van mantelzorg is sprake als de hulp rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie. De hulp die de dochter tegen betaling eerder had geboden, kan daarom niet als mantelzorg worden aangemerkt. Deze hulp werd verleend op grond van een bestaande overeenkomst tussen moeder en dochter. Het feit dat de dochter vlakbij woont, geen baan elders heeft en het om een gering aantal uren ging, betekent volgens de Raad niet dat van de dochter verlangd mag worden dat zij de zorg onder de Wmo 2015 onbetaald blijft leveren. Op grond van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015 en onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 27 en nr. 34, p. 114/115) oordeelt de Raad dat de gemeente bij de vaststelling of de moeder recht heeft op een voorziening op grond van de Wmo 2015 geen rekening mag houden met mantelzorg die wel geleverd zou kunnen worden, maar die een potentiële mantelzorger niet bereid is te leveren.

 

Betekenis voor de praktijk

Op grond hiervan concludeert de Raad dat mantelzorg niet kan worden afgedwongen en dat het pgb van de moeder ten onrechte is geweigerd. De moeder is niet in staat het huishouden zelf te doen. De les voor de praktijk is dat gemeenten van uitwonende kinderen niet mogen verwachten dat zij hun ouders onbetaald helpen bij het huishouden. Evenmin mogen gemeenten er bij de beoordeling van een maatwerkvoorziening van uitgaan dat uitwonende kinderen de zorg onbetaald willen leveren.

 

De marktgroep zorg bestaat uit meer dan 30 advocaten en notarissen gespecialiseerd in vraagstukken op het gebied van de curatieve zorg, langdurige zorg en zorg en ondersteuning in het sociale domein.

 

Bij vragen over de wmo kunt u contact opnemen met Maaike Bekooy, E: maaike.bekooy@nysingh.nl | T: 06 22 50 48 25

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding