of 59045 LinkedIn

Inning van een door de rechter opgelegde dwangsom verschilt van inning van een van rechtswege verbeurde dwangsom

Reageer

Afbeeldingmr. B. Veldman (Brigitte)

BRS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3777
In deze uitspraak maakt de Afdeling nog eens duidelijk dat bij de inning van dwangsommen die door de rechter zijn opgelegd een andere weg dient te worden gevolgd dan bij inning van dwangsommen die van rechtswege zijn verbeurd.

De staatssecretaris is door de rechtbank opgedragen om binnen tien weken na de dag van verzending van haar uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Aangezien de staatssecretaris dit had nagelaten, is hij door de betrokken stichtingen in gebreke gesteld. In de daarop volgende hoger beroepsprocedure heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (hierna: de Afdeling) het door de stichtingen ingestelde beroep tegen het uitblijven van een besluit gegrond verklaard, de staatssecretaris opgedragen om binnen twee weken na verzending van zijn uitspraak een besluit op bezwaar te nemen en bepaald dat de staatssecretaris aan de stichtingen een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt.


De staatssecretaris heeft vervolgens binnen de door de Afdeling gestelde termijn een besluit genomen, zonder daarbij op de voet van artikel 4:18 Awb de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom vast te stellen. De stichtingen hebben de Afdeling daarom verzocht om op grond van artikel 4:17 Awb de hoogte van de door de staatssecretaris verbeurde dwangsom vast te stellen wegens het niet tijdig beslissen op het door hen gemaakte bezwaar.


De Afdeling stelt in de onderhavige uitspraak voorop dat het bestuursorgaan ingevolge artikel 4:18 Awb de verschuldigdheid van de hoogte van een dwangsom slechts bij beschikking vaststelt, indien het die dwangsom van rechtswege verbeurt. Die situatie doet zich niet voor indien de bestuursrechter op grond van artikel 8:55d lid 2 Awb heeft bepaald dat het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt, zoals de Afdeling in deze kwestie eerder heeft gedaan. Ter beslechting van een geschil over de verschuldigdheid van de betreffende door de bestuursrechter vastgestelde dwangsom dienen de stichtingen zich tot de burgerlijke rechter te wenden, aldus de Afdeling.


De Afdeling constateert niettemin dat de staatssecretaris de verschuldigdheid van de hoogte van een door hem wegens het niet tijdig nemen van een besluit verbeurde dwangsom ingevolge artikel 4:18 Awb bij beschikking had moeten vaststellen. De staatssecretaris heeft immers nagelaten om binnen de door de rechtbank gestelde termijn een nieuw besluit te nemen, waarna de stichtingen hem in gebreke hebben gesteld. De staatssecretaris diende derhalve een beschikking tot vaststelling van een dwangsom te nemen. Aangezien de staatssecretaris ook binnen de in artikel 4:17 lid 1 Awb vermelde 42 dagen nog steeds geen nieuw besluit had genomen, is de Afdeling van oordeel dat hij de maximale dwangsom van € 1.260,00 is verschuldigd. Nu dit een van rechtswege verbeurde dwangsom betreft, is de Afdeling ook bevoegd om zich hierover uit te laten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding