of 59045 LinkedIn

Gemeenten moeten zich voorbereiden op nieuwe wet- en regelgeving

Reageer

Afbeeldingmr. M.J. Mutsaers (Matthijs)

 

Op weg naar meer kwaliteit en resultaat in het sociale domein.

De komende tijd gaan er nieuwe regels gelden voor de inkoop van Wmo- en Jeudgwetvoorzieningen. Onder meer als gevolg van het verstrijken van uiterste datum van 18 april waarop de drie nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen hadden moeten zijn geïmplementeerd en de daarmee verband houdende wijziging van de Aanbestedingswet 2012 die op stapel staat. Wat houden deze wijzigingen in, wat zijn de gevolgen voor gemeenten en hoe kunnen zij het gunningscriterium kwaliteit operationaliseren?

In het kort
De nieuwe, algemene Europese aanbestedingsrichtlijn (Richtlijn 2014/24/EU) en de daarmee verband houdende aanstaande wijziging van de Aanbestedingswet 2012 vereisen dat gemeenten de inkoop van voorzieningen onder omstandigheden openbaar aankondigen. Daarbij zullen zij ook invulling moeten geven aan een transparante, non-discriminatoire en proportionele procedure. Op die manier moet er een goede en eerlijke vergelijking op basis van prijs en kwaliteit worden gemaakt met als inzet de selectie van de economisch meest voordelige offerte(s). Het hanteren van heldere voorwaarden, eisen en criteria is daarnaast noodzakelijk om een minimaal kwaliteitsniveau van de zorg in het sociale domein te waarborgen. Tevens is dat van belang voor het contractbeheer in de fase na de aanbesteding en om invulling te geven aan een toekomstbestendige visie op kwaliteit (zorgsturing). Een andere actuele ontwikkeling waarmee gemeenten bij de aanbesteding van Wmo-voorzieningen rekening moeten houden, betreft het (concept-) Besluit inkoopplan kwaliteit Wmo 2015. Met deze Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) wil Staatssecretaris Van Rijn de ‘race to the bottom’ in de thuisondersteuning tegengaan. Ook wil hij met deze maatregel borgen dat goede kwaliteit voor de inwoner – en niet een zo laag mogelijke prijs – centraal staat bij de inkoop van Wmo-hulp.

 
Deze nieuwe wet- en regelgeving vormt een extra aanleiding voor gemeenten om zo spoedig mogelijk een goede inkoopstrategie (invulling van het inkoopbestek/EMVI-criteria) te ontwikkelen en te investeren in een deugdelijke kwaliteits- en informatiestandaard.

Wmo & Jeugdzorg-kader minimumnorm kwaliteit
Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om voor hun inwoners effectieve, betaalbare zorg te faciliteren. Inwoners moeten inzicht hebben in de kwaliteit. Door het nemen van eigen regie en het maken van keuzes, kunnen zij indirect invloed uitoefenen op het verbeteren van de kwaliteit. De zorgaanbieder heeft naast een intrinsieke motivatie een externe prikkel nodig om de beste kwaliteit voor de cliënt te leveren. Gemeenten kunnen hierin faciliteren door periodiek en bij signalen te toetsen of de zorgaanbieder handelt conform vastgestelde eisen. In dat kader vindt de wetgever het van belang dat er nieuwe landelijke kwaliteitsstandaarden voor de maatschappelijke ondersteuning ontwikkeld worden die als minimumnorm zullen gelden. Indien gemeenten hun verantwoordelijkheid niet nemen, heeft de wetgever in artikel 3.1 Wmo 2015 de mogelijkheid opgenomen om zelf eisen te stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 55-56).

Van bestuurlijk naar openbaar aanbesteden
Uiterlijk vandaag (18 april 2016) hadden de drie nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving moeten zijn geïmplementeerd. Inmiddels is duidelijk dat deze datum niet wordt gehaald. Pas op 22 maart jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012, dat nog in de Eerste Kamer zal moeten worden behandeld.
Kort samengevat behelst het wetsvoorstel – in navolging van de nieuwe richtlijnen - de volgende wijziging voor aanbestedingen in het sociale domein:
 
  • Diensten op het gebied van gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (nu nog IIB-diensten) vallen straks in een nieuwe categorie: sociale en andere specifieke diensten.
  • Wanneer deze diensten een waarde hebben van € 750.000,- of hoger, wat bij Wmo- en Jeugdwet-diensten al snel aan de orde zal (kunnen) zijn,  moeten deze diensten vanaf 18 april a.s. openbaar, op Europees niveau (via TenderNed) worden aangekondigd. 
  • In dat geval moet bovendien een transparante, non-discriminatoire en proportionele aanbestedingsprocedure worden gevolgd.

 

De gedachte achter deze wijziging is dat dit soort opdrachten interessant kan zijn voor ondernemers uit andere EU-lidstaten.

 

Gemeenten moeten er rekening mee houden dat dit nieuwe aanbestedingsregime rechtstreekse werking heeft. Dit betekent concreet dat gemeenten al vanaf 19 april (dus nog voordat de Aanbestedingswet 2016 in werking is getreden) verplicht zijn om dit soort diensten met een geraamde waarde van € 750.000,-- of hoger vooraf bekend te maken en in concurrentie te gunnen volgens een procedure die aan de kernbeginselen van aanbestedingsrecht voldoet. Dit heeft waarschijnlijk gevolgen voor het inkoopmodel dat veel gemeenten nu gebruiken: bestuurlijk aanbesteden. Zo betreft de verplichte aankondiging een daadwerkelijke voorafgaande oproep tot mededinging, en dus niet bijvoorbeeld de aankondiging dat er een meervoudig onderhandse procedure wordt gevolgd. Als gevolg hiervan zullen gemeenten zich de vraag moeten stellen of het bestuurlijk aanbestedingsmodel voor de inkoop 2017 onverkort toepasbaar en toelaatbaar is, of dat er een andere werkwijze zal moeten worden gekozen als het gaat om de gunning van Wmo- en Jeugdwet-diensten.
 
Operationaliseren van gunningcriterium ‘kwaliteit’
De Wmo 2015 en de Jeugdwet bepalen dat als er (openbaar) wordt aanbesteed, het college de overheidsopdracht op grond van de naar zijn oordeel economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) gunt.  Gunnen op basis van de EMVI veronderstelt dat er een vergelijking tussen de inschrijvingen wordt gemaakt op basis van prijs en kwaliteit; de inschrijver met de beste prijs/kwaliteitverhouding wint de aanbesteding. De vraag is hoe deze selectie het beste kan worden vormgegeven: hoe kan een gemeente samen met inwoners en aanbieders de (minimale) kwaliteit van de aan te bieden dienstverlening definiëren en deze vervolgens beoordelen en waarderen? Daarvoor zijn transparante, non-discriminatoire en proportionele criteria noodzakelijk. Daarnaast moeten gemeenten beschikken over een uitwerking van de wijze waarop de kwaliteit, aan de hand van prestatie-indicatoren en normeringen, inzichtelijk moet worden gemaakt en kan worden gemeten.

 

Verplicht inkoopplan voorafgaand aan gunning
Een andere actuele ontwikkeling waarmee gemeenten bij de inkoop van Wmo-voorzieningen rekening moeten houden, betreft de in de inleiding genoemde (concept-) AMvB.  Dit voorstel regelt specifiek dat bij verordening wordt vastgesteld dat de gemeenteraad een inkoopplan vaststelt, voorafgaand aan de gunning van overheidsopdrachten voor de levering van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning. Het inkoopplan bevat het beleid dat het college van burgemeester en wethouders hanteert voor de gunning van deze opdracht. De (concept-) AMvB beschrijft de inhoudelijke eisen waaraan het inkoopplan, dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld, ten minste moet voldoen. Zo moet het plan onder meer de kwaliteitseisen bevatten die worden gesteld aan een voorziening. Deze nadere regels hebben tot doel om een goede prijs- en kwaliteitsverhouding voor voorzieningen te realiseren.

 

Voorbereiden op de wijzigingen
De hiervóór genoemde nieuwe wet- en regelgeving vormt een extra aanleiding voor gemeenten om nu zo spoedig mogelijk te anticiperen met de ontwikkeling van een inkoopstrategie (invulling van het inkoopbestek/EMVI-criteria) en te investeren in een deugdelijke kwaliteits- en informatiestandaard. Het opstellen van een kwaliteits- en informatiestandaard is meerledig en dus niet alleen nodig om invulling te geven aan een toekomstbestendig inkoopproces en goed contractbeheer, maar ook om te komen tot optimale zorgsturing. Dit is met name van belang om inwoners te faciliteren in het benutten van de eigen regie in het sturen op goede kwalitatieve zorg. Gemeenten zullen samen met aanbieders en inwoners de (minimale) kwaliteit van de aan te bieden dienstverlening moeten definiëren, beoordelen en waarderen.

 

Een kwaliteitsstandaard beschrijft wat ‘goede zorg’ is, op welke zorg de zorgvrager kan rekenen en welke prestatie-indicatoren de kwaliteit inzichtelijk moeten maken. Een kwaliteitsstandaard bevat ook een visie op hoe de gemeente, inwonende zorgvragers en aanbieders invulling geven aan zorgsturing. Zorgsturing omvat het inzetten van prestaties voor zorginkoop en contractbeheer, het stimuleren van keuzeproces van de zorgvragende inwoner en het stimuleren van kwaliteitsverbetering door de aanbieder. Kwaliteit moet een instrument worden van alle partijen en niet alleen een instrument voor gemeenten en landelijke overheid.

 

De informatiestandaard beschrijft welke gegevens geregistreerd en verzameld moeten worden om (kwaliteits-) indicatoren eenduidig te meten en in te zetten voor zorgsturing.
Zorgsturing is een begrip dat verwijst naar de volgende elementen die reeds worden toegepast binnen de cure-sector:

 

  • Het adequaat informeren van de inwoner over o.a. aanbod van hulp- en zorgverlening, kwaliteitsverschillen tussen gecontracteerde aanbieders, faciliteiten, wachttijden, toegankelijkheid;
  • Verantwoorden over de geleverde kwaliteit en effectiviteit van hulp- en zorgverlening aan de inwoner door zorgprofessionals/aanbieders;
  • Het stimuleren van keuzemomenten voor de inwoner. De zorgvrager moet de mogelijkheid krijgen om (zelf) een keuze voor een aanbieder te maken op basis van objectieve criteria. Dit kan in de vorm van een gezamenlijke besluitvorming tussen de inwoner en regisseur/lokale toegangspoort of ook wel shared decision making. Het adequaat en effectief verwijzen naar integere zorg, passend bij de situatie, behoefte en klachten van de inwoner (gepast verwijzen);
  • Stimuleren van kwaliteitsverbetering van de hulp- en zorgverlening door de aanbieder, door kwaliteit transparant te maken;
  • Stimuleren van dialoog tussen zorgvrager, gemeente en zorgprofessional/aanbieder om te komen tot kwalitatief goede en betaalbare hulp- en zorgverlening via zorginkoop.

 

Contact
MediQuest en Nysingh kunnen gemeenten onder meer helpen bij de ontwikkeling van een inkoopstrategie en inkoopplan. Maar ook om te komen tot een kwaliteits- en informatiestandaard, die bruikbaar is voor de inkoop voor 2017. Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen.

 

Over Mediquest en Nysingh
MediQuest geeft betrouwbaar en volledig inzicht in de gezondheidszorg en stimuleert daarmee de kwaliteit en de betaalbaarheid van de gezondheidszorg. MediQuest geeft laat zien waar in de zorg verbeteringen mogelijk zijn en zet aan tot concrete actie. Wij zijn toonaangevend als het gaat om dataverzameling, dataverrijking, data-analyse, keuze-informatie, zorgsturing en efficiënte webapplicaties. Binnen het sociale domein ondersteunen wij gemeenten bij de ontwikkeling, opzet en uitvoer van kwaliteits- en informatiestandaarden, keuze-websites en cliëntmetingen.

 

Nysingh is een advocaten- en notarissenkantoor, dat met marktgroepen werkt. Daarin komen advocaten en notarissen met verschillende specialismen bij elkaar om zo hun kennis en ervaring optimaal in te zetten voor de cliënt. In de marktgroep Zorg zijn advocaten onder meer gespecialiseerd in het adviseren en procederen over inkoop en aanbesteding in het sociaal domein.

 

Jeroen Homberg (Zorg & Innovatie) Matthijs Mutsaers (advocaat aanbestedingsrecht)
jhomberg@mediquest.nl matthijs.mutsaers@nysingh.nl
088 – 126 39 78  038 – 425 91 63


 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding