of 59054 LinkedIn

Compensatieovereenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar

Reageer

Afbeeldingmr. B. Veldman (Brigitte)

 

Hof Den Bosch 20 januari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:116

Centraal in deze uitspraak staat de uitleg van een afspraak die de gemeente met een projectontwikkelaar heeft gemaakt ter compensatie van het door de ontwikkelaar geleden verlies in een gemeentelijk project. De uitspraak biedt een voorbeeld van de toepassing van artikel 6:38 BW waarin is bepaald dat indien geen termijn voor nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd. Ook vervangende schadevergoeding (artikel 6:87 BW) en schuldeisersverzuim (artikel 6:58 jo. 6:61 BW) komen aan de orde.

In 2001 hebben de gemeente Sittard-Geleen en projectontwikkelaar Vijverparc B.V. een realisatieovereenkomst gesloten met betrekking tot de verbouwing van een kloostercomplex, waarvan de gemeente eigenaar is. Door verschillende oorzaken heeft Vijverparc een schade van tenminste € 600.000,- op dit project geleden. Gelet daarop hebben partijen in 2004 afgesproken dat Vijverparc van de gemeente de gelegenheid zou krijgen om circa € 300.000,- aan verlies te compenseren in gemeentelijke plannen buiten het kloostercomplex, waarbij Vijverparc een zogenoemd “disagio” van € 10.000,- per koopwoning zou mogen meenemen.

Vanaf 2006 heeft Vijverparc de gemeente herhaaldelijk verzocht uitvoering te geven aan de gemaakte compensatieafspraak. Aangezien een realistisch compensatievoorstel naar haar mening uitbleef, heeft Vijverparc de gemeente in 2008 in gebreke gesteld. Daarbij heeft zij de gemeente een laatste termijn (tot 31 maart 2008) gegund om alsnog (deugdelijk) na te komen. Voorts heeft Vijverparc aangekondigd aanspraak te maken op vervangende schadevergoeding (in plaats van nakoming) en heeft zij om betaling van een bedrag van € 300.000,- verzocht. Omdat de gemeente niet tot betaling is overgegaan, heeft Vijverparc een procedure aanhangig gemaakt waarin zij enerzijds een verklaring voor recht heeft gevorderd dat tussen partijen een compensatieovereenkomst is gesloten en dat de gemeente daarin is tekortgeschoten en anderzijds veroordeling van de gemeente tot betaling van een bedrag van € 300.000,-. De rechtbank heeft die vorderingen toegewezen, naar aanleiding waarvan de gemeente hoger beroep heeft ingesteld.

Met inachtneming van alle omstandigheden van het geval is het hof van oordeel dat de compensatieafspraak zo moet worden uitgelegd dat de gemeente aan Vijverparc dusdanige woningbouwprojecten moest aanbieden waarmee Vijverparc redelijkerwijs een kostenpost van € 300.000,- kon compenseren met een “disagio” van € 10.000,- per woning. Daartegenover stond dat het aan Vijverparc was om van een aangeboden geschikt project ook daadwerkelijk een succes te maken, aldus het hof.

Partijen zijn in de compensatieafspraak geen termijn overeengekomen vóór welke de gemeente aan Vijverparc projecten moest aanbieden. Volgens het hof heeft de rechtbank terecht uit 6:38 BW afgeleid dat ook in dat geval door partijen aan de nakoming een termijn kan worden gesteld en dat aan de schuldenaar zoveel tijd moet worden gelaten als hij redelijkerwijs voor het verrichten van de prestatie nodig heeft. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de gemeente uiterlijk op 31 maart 2008 had moeten nakomen, waarmee aan de gemeente vanaf de totstandkoming van de compensatieafspraak in 2004 voldoende tijd is gegund als zij redelijkerwijs voor nakoming nodig had. Nu vast staat dat op basis van de compensatieafspraak niets van het bedrag van € 300.000,- is gecompenseerd, luidt de (voorlopige) conclusie van het hof dat de gemeente is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit de compensatieafspraak.

Het verweer van de gemeente dat de compensatieafspraak alleen voorzag in een compensatie in natura en dat Vijverparc om die reden geen betaling in geld kan vorderen, wordt door het hof verworpen. Nu de gemeente in verzuim verkeerde, kon Vijverparc de gemeente op de voet van artikel 6:87 BW schriftelijk mededelen dat zij schadevergoeding in plaats van nakoming wenste.

Tot slot komt het hof toe aan de beoordeling van het verweer van de gemeente dat Vijverparc in schuldeisersverzuim is komen te verkeren (artikel 6:58 BW) doordat Vijverparc drie door de gemeente aangedragen projecten, die volgens de gemeente voldeden aan de compensatieafspraak, niet is gaan ontwikkelen. Dat verzuim maakt volgens de gemeente een eind aan haar (beweerde) eigen verzuim (artikel 6:61 BW). Het hof overweegt dat als deze projecten (of één daarvan) geschikt waren, in zoverre sprake is van schuldeisersverzuim nu Vijverparc geen van deze projecten is gaan ontwikkelen. Dat zou tot gevolg hebben dat de gemeente niet in verzuim is en Vijverparc geen vervangende schadevergoeding kan vorderen. Ten aanzien van één project concludeert het hof dat het niet geschikt is in de zin van de compensatieafspraak. Het hof beschikt echter over onvoldoende informatie om een oordeel te kunnen geven over geschiktheid van de overige twee projecten, in welk kader zij de gemeente een bewijsopdracht geeft. De bewijslast van het gestelde schuldeisersverzuim van Vijverparc rust namelijk op de gemeente (vlg. HR 1 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8648). De uitkomst van het geschil blijft voorlopig dus nog in het midden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding