of 59080 LinkedIn

Compensatie wegens schending vertrouwensbeginsel

Reageer

Afbeeldingmr. M.J. Tunnissen (Mark)

 

ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2281

Bij besluit van 27 november 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college), nadat zij eerder de bereidheid had uitgesproken om planologische medewerking te verlenen aan het bouwplan van appellant, geweigerd aan om aan appellant vrijstelling en bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het oprichten van een vrijstaande woning in Amerongen.

Het daartegen door appellant gemaakte bezwaar is op 7 juli 2009 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft bij uitspraak van 15 juni 2011 (in zaaknummer 201009572/1/H1) ten aanzien van die weigering overwogen dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het van inzicht is veranderd en heeft geweigerd alsnog medewerking aan het bouwplan te verlenen. Voorts heeft de Afdeling geoordeeld dat het college een nieuw besluit op het bezwaar van appellant dient te nemen, waarbij het niet kan volstaan met verbetering van de motivering van het besluit van 27 november 2008. Appellant dient daarbij in de gelegenheid te worden gesteld zijn bouwplan aan te passen met het oog op stedenbouwkundige voorwaarden en redelijke eisen van welstand.

 

Na deze uitspraak heeft appellant op 26 september 2011 een aan de stedenbouwkundige voorwaarden en het welstandsadvies aangepaste bouwaanvraag ingediend. Bij besluit van 5 januari 2012 heeft het college opnieuw op het door appellant tegen het besluit van 27 november 2008 gemaakte bezwaar besloten, dat bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 27 november 2008 herroepen en de aanvraag om bouwvergunning en vrijstelling van 26 september 2011 in behandeling genomen. Vervolgens is bij besluit van 27 november 2012 het besluit op bezwaar van 5 januari 2012 ingetrokken en het bezwaar van appellant tegen het besluit van 27 november 2008 alsnog ongegrond verklaard.

 

Bij uitspraak van 3 juli 2013 heeft de rechtbank de door appellant tegen het besluit van 27 november 2012 ingediende beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor zover daarbij niet is onderzocht en afgewogen in hoeverre een compensatie van door appellant voor de aanpassing van het bouwplan gemaakte kosten noodzakelijk was. Voorts heeft zij het college opgedragen binnen drie maanden na verzending van de uitspraak in zoverre een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.

 

Bij besluit van 30 september 2013 heeft het college, gevolg gevend aan de uitspraak van de rechtbank, het besluit van 27 november 2012 gewijzigd, opnieuw op het bezwaar van appellant beslist en besloten aan hem een compensatie van € 7.593,20 toe te kennen.

 

Appellant betoogt in hoger beroep onder meer dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college diende te onderzoeken en af te wegen of de door hem gemaakte kosten van het bouwplan van na de datum van de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2011 voor compensatie in aanmerking komen. Volgens hem miskent de rechtbank met dit oordeel dat de Afdeling al in die uitspraak heeft bepaald dat terugkomen op een aanvankelijke bereidheid om vrijstelling te verlenen, deugdelijk gemotiveerd moet worden. Volgens appellant dient compensatie plaats te vinden van al zijn geleden schade vanaf 31 augustus 2007, nu dat het moment is waarop het college het vertrouwen heeft gewekt dat tot verlening van vrijstelling en bouwvergunning zou worden overgegaan. Dit betoog slaagt. Naar het oordeel van de Afdeling dient, anders dan de rechtbank heeft overwogen, het college te onderzoeken en af te wegen of de kosten die verband houden met het moment dat het college het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, voor compensatie in aanmerking komen. In dat geval zijn gelet op de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2011 zowel het besluit van het college van 27 november 2008, als het besluit van het college van 7 juli 2009 aan te wijzen als het moment dat het college het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. Dat betekent dat het college diende te onderzoeken en af te wegen of de kosten die appellant in verband met die twee voornoemde besluiten en de voorbereiding daarvan heeft gemaakt, voor zover die zijn te herleiden tot de aanvraag en voor zover met de aanvraag werd voldaan aan de voorwaarden waaronder het college bereid was planologisch medewerking te verlenen aan de realisering van een woning op het betreffende perceel voor compensatie in aanmerking komen.

 

Het voorgaande brengt met zich dat het hoger beroep van appellant gegrond is. Nu de beslissing van de rechtbank juist is, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak, met verbetering van de gronden waarop deze rust, bevestigd. Omdat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college een nieuw besluit op bezwaar diende te nemen, maar ten onrechte van oordeel is dat het college diende te onderzoeken en af te wegen of de kosten die appellant sub 1 heeft gemaakt pas vanaf de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2011 voor compensatie in aanmerking komen, heeft de Afdeling het besluit van 30 september 2013 – welk besluit op grond van de artikelen 6:19 en 6:24 Awb van rechtswege geacht wordt onderwerp te zijn van dit geding – vernietigd en het college opdragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

 

De uitspraak van de Afdeling maakt niet alleen duidelijk dat als een bestuursorgaan terugkomt op een aanvankelijke bereidheid om planologische medewerking te verlenen, dat terugkomen deugdelijk moet worden gemotiveerd, maar ook dat het bestuursorgaan in dat geval dient te onderzoeken en af te wegen of de kosten die verband houden met het moment dat het vertrouwensbeginsel is geschonden doordat het bestuursorgaan (toch) geen planologische medewerking verleent, voor compensatie in aanmerking komen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding