of 58959 LinkedIn

Beperkte financiële middelen: een voor overheden lastig te onderbouwen argument

Reageer

Afbeeldingmr. A.T. Bolt (Anneke)

 

Hof ’s-Hertogenbosch, 2 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2022

Op 2 juni 2015 heeft het Hof ‘s- Hertogenbosch uitspraak gedaan in de procedure na verwijzing tussen Reaal Schadeverzekeringen N.V. en de gemeente Deventer (ECLI:NL:GHSHE:2015:2022). Waar ging het ook al weer over?

In oktober 2007 is een wielrenner zwaar gewond geraakt bij een aanrijding met een vrachtwagen. Toen de vrachtwagen de wielrenner wilde inhalen, week de wielrenner uit naar rechts. Daarbij kwam hij met zijn voorwiel in een richel tussen de rijbaan en de grasbetonklinkers in de berm, viel en belandde onder de aanhangwagen van de vrachtwagen. In de hoofdprocedure tussen de wielrenner en Reaal Schadeverzekeringen N.V., de WAM-verzekeraar van de vrachtwagen, is Reaal veroordeeld tot vergoeding van de schade van de wielrenner. Reaal heeft echter de gemeente Deventer in vrijwaring opgeroepen. Daarbij heeft Reaal gesteld dat de weg waar het ongeval is gebeurd door de aanwezigheid van de richel (van 3 tot 5 cm breed) niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mochten worden gesteld.

 

De rechtbank en het hof hebben de vordering in vrijwaring afgewezen, omdat Reaal onvoldoende zou hebben onderbouwd dat van de gemeente, mede gezien haar beperkte capaciteit en financiële middelen, kon worden gevergd dat zij de onder haar beheer staande wegen zodanig onderhoudt dat richels telkens worden opgevuld.

 

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof op 4 april 2014 vernietigd (ECLI:NL:HR:2014:831). Daarbij heeft de Hoge Raad overwogen dat de enkele omstandigheid dat de weg door de richel gevaar voor (race)fietsers opleverde nog niet betekent dat de weg niet voldeed aan de eisen die men onder de gegeven omstandigheden daaraan mocht stellen. De Hoge Raad is echter van oordeel dat Reaal, met haar stelling dat de gemeente op relatief eenvoudige wijze maatregelen had kunnen treffen om het gevaar dat de richel vormde te voorkomen en daartoe gezien de CROW-richtlijnen ook gehouden was, in beginsel voldoende heeft gesteld om een eventuele aansprakelijkheid van de gemeente te kunnen dragen. Als dan een overheidslichaam zich er op beroept dat de financiële middelen te beperkt waren om de vereiste maatregelen te treffen, moet het overheidslichaam deze stelling voldoende onderbouwen. De algemene stelling dat de financiële middelen ontoereikend waren, volstaat dus in de regel niet. In het onderhavige geval meende de Hoge Raad dat van voldoende onderbouwing (nog) geen sprake was omdat de gemeente had volstaan met algemeenheden die aan Reaal geen specifieke aanknopingspunten boden voor een meer specifieke onderbouwing van haar eigen stellingen.

 

De vrijwaringszaak is vervolgens verwezen naar het Hof ‘s- Hertogenbosch, dat inmiddels opnieuw over de zaak heeft geoordeeld. Het hof stelt vooraf dat het Handboek CROW wel degelijk ook voor fietsers aangeeft waaraan een veilige berm moet voldoen. Het hof oordeelt vervolgens dat de berm in kwestie niet voldeed aan de CROW-richtlijnen. Voor zover het gaat om de bezwaarlijkheid van het nemen van de nodige maatregelen neemt het hof op basis van de door partijen verstrekte gegevens in aanmerking dat de kosten van het strak langs het wegdek aanbrengen van de grasbetonklinkers tussen de € 16.000,00 en € 21.000,00 bedragen. Naar het oordeel van het hof heeft de gemeente ondanks de door haar verstrekte aanvullende gegevens nog steeds niet voldoende onderbouwd dat haar financiële middelen te beperkt zijn om de vereiste maatregelen te treffen. Weliswaar heeft de gemeente haar jaarbudget voor wegonderhoud genoemd, maar zij heeft niet onderbouwd welke keuzes zij binnen dat budget heeft gemaakt en waarom het voornoemde bedrag voor herstel van de richel niet kan worden gedragen. Evenmin heeft de gemeente gesteld hoeveel de totale begroting van de gemeente bedraagt, hoeveel daarvan aan andere beleidsterreinen wordt uitgegeven en welke afwegingen en keuzes de gemeente daarbij heeft gemaakt. Daarmee neemt het hof als vaststaand aan dat de gemeente op relatief eenvoudige wijze maatregelen had kunnen treffen om het gevaar dat de richel opleverde te voorkomen. De bezwaarlijkheid van deze maatregelen staat blijkens het voorgaande naar het oordeel van het hof niet in de weg aan het aannemen van aansprakelijkheid van de gemeente op grond van art. 6:174 BW. Ook alle andere “kelderluikcriteria”, zoals de aard en ernst van het risico en de ernst van de te verwachten schade wijzen in de richting van aansprakelijkheid, zodat de gemeente met Reaal hoofdelijk aansprakelijk wordt geacht voor de schade van de wielrenner. De draagplicht wordt tussen Reaal en de gemeente door het hof verdeeld in de verhouding 65/35.

 

Hiermee is nog eens bevestigd dat de beperkte financiële middelen waarover overheden beschikken niet zo maar een rechtvaardiging vormen om gevaarlijke situaties in stand te laten. In ieder geval zal een beroep op de beperkte financiële middelen heel specifiek en precies moeten worden onderbouwd. Daarbij moet inzicht worden gegeven in de totale begroting en dus niet alleen in de begroting voor het terrein in kwestie. Tevens moet worden toegelicht waarom de totale beschikbare gelden over de verschillende beleidsterreinen zijn verdeeld zoals dat is gebeurd en waarom er geen geld beschikbaar is gesteld om het probleem waarom het gaat op te heffen. Op deze manier moet de overheid de eisende partij voldoende aanknopingspunten geven om haar stellingen te onderbouwen en uiteindelijk ook de rechter in staat te stellen om te beoordelen of in redelijkheid tot de gemaakte keuzes kan worden gekomen. Maar dat vergt van de overheid nogal wat!

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding