of 59045 LinkedIn

Beginselplicht tot invordering

Reageer

 

ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2383 en ABRvS 26 augustus 2015 ECLI:NL:RVS:2015:2698

In de rechtspraak wordt ervan uitgegaan, dat verbeurde dwangsommen in hoofdregel moeten worden ingevorderd (zie onder meer ABRvS 16 januari 2013, zaaknr. 20120596/1/A1). Slechts in bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgezien. Het is vervolgens de vraag wat onder ‘bijzondere omstandigheden’ moet worden verstaan. De rechtspraak laat zien, dat daarvan niet snel sprake is. Deze uitspraken zijn daarvoor illustratief.

In de uitspraak van 29 juli 2015 voerde appellant aan, dat hij niet over voldoende financiële middelen beschikt om de ingevorderde dwangsommen te betalen. Hij voerde daartoe aan, dat er ingrijpende gebeurtenissen waren in zijn privéleven, zoals onder meer het faillissement van zijn onderneming en het bij hem komen wonen van zijn dochtertje. Ook had hij financiële gegevens overgelegd, waaruit bleek dat hij een vrij besteedbaar inkomen van slechts € 25,-- per maand had en geen verdienste meer had uit zijn in Duitsland gevestigde onderneming.
 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) oordeelde hierover, dat een beroep op geringe draagkracht in de invorderingsfase in beginsel niet voor honorering in aanmerking komt. Zonder af te doen aan de ernst van de gebeurtenissen in het privéleven van appellant, acht de Afdeling in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om af te wijken van het uitganspunt, dat verbeurde dwangsommen in hoofdregel moeten worden ingevorderd. De Afdeling wijst er nog op, dat het bestuursorgaan desgewenst een betalingsregeling kan vaststellen, die voorziet in gespreide betaling van het verschuldigde bedrag.

 

In de uitspraak van 26 augustus 2015 deed appellant eveneens een beroep op persoonlijke omstandigheden. Appellant stelde dat hij zijn vrouw en zoon verzorgt, die lijden aan de ziekte van Lyme, waardoor hij niet tijdig een einde had kunnen maken aan de overtreding. Ook was volgens hem sprake van een toezegging van een ambtenaar dat niet handhavend werd opgetreden. Met betrekking tot deze toezegging overweegt de Afdeling dat niet aannemelijk is gemaakt dat er namens het college concrete en ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan hij de rechtens te honoreren verwachting kon ontlenen dat het college niet tot invordering over zou gaan. De verzorging van vrouw en zoon zijn voorts niet aan te merken als bijzondere omstandigheden op basis waarvan van de invordering had hoeven te worden afgezien of de dwangsom had hoeven te worden gematigd.

 

Daarnaast wordt in de uitspraak van 26 augustus 2015 bevestigd dat het voldoen aan de last na de begunstigingstermijn op zichzelf geen omstandigheid is als gevolg waarvan het college van invordering had behoren af te zien.

 

Ook het enkele feit dat gedeeltelijk aan de last is voldaan binnen de begunstigingstermijn, is in beginsel onvoldoende om geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding