of 59183 LinkedIn

Afdeling stapt af van ne bis-beoordelingskader bij herhaalde aanvragen

Reageer

AfbeeldingAfbeeldingmr. M. van Nijendaal (Maarten) en mr. M.J. Tunnissen (Mark)

 

ABRvS 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3131 | CRVB 20 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4872

In deze uitspraak hanteert de Afdeling een nieuwe lijn ten aanzien van besluiten op grond van artikel 4:6 lid 2 Awb. De Afdeling stapt daarmee af van het zogenoemde ne bis-beoordelingskader. Met deze uitspraak trekt de Afdeling de reeds bestaande jurisprudentie in het vreemdelingenrecht gelijk met alle andere besluiten; in een eerdere uitspraak van 22 juni 2016 had de Afdeling het ne bis-beoordelingskader namelijk al verlaten met betrekking tot aanvragen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (ECLI:NL:RVS:2016:1759).

De feiten van deze zaak zijn als volgt. Appellante heeft op 25 november 2009 en 16 april 2010 verzocht om haar gegevens in de basisregistratie personen (BRP) te wijzigen. Beide aanvragen worden afgewezen. Op 30 november 2012 verzoekt appellante nogmaals om dezelfde wijziging van haar persoonsgegevens. Het college wijst dit verzoek af met toepassing van artikel 4:6 Awb, en stelt zich daarbij op het standpunt dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd ten opzichte van haar eerdere aanvragen uit 2009 en 2010. De nieuwe gegevens die appellante aanvoert, hadden volgens het college ook al bij de eerdere aanvragen kunnen worden ingediend.

 

4:6 Awb

Op grond van artikel 4:6 Awb moet de aanvrager bij een nieuwe aanvraag – na een eerdere afwijzende beschikking – nieuwe feiten en omstandigheden vermelden. Doet de aanvrager dit niet, dan volgt uit het tweede lid van dit artikel dat het bestuursorgaan de herhaalde aanvraag kan afwijzen. Bestuursorganen hebben op basis van artikel 4:6 lid 2 Awb twee keuzes: ze kunnen besluiten de aanvraag af te wijzen omdat geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, of ze kunnen de aanvraag – ondanks een gebrek aan nieuwe feiten en omstandigheden – inhoudelijk beoordelen.
Indien het bestuursorgaan een besluit nam op een herhaalde aanvraag, toetste de bestuursrechter op grond van vaste jurisprudentie ambtshalve of er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden. Hiervoor was niet van belang dat de aanvraag met toepassing van artikel 4:6 Awb was afgewezen: ook bij herhaalde aanvragen die inhoudelijk beoordeeld waren, vond de ambtshalve toets plaats. Dit werd ook wel het ne bis-beoordelingskader genoemd. Dit ne bis-beoordelingskader was ook van toepassing bij verzoeken om terug te komen op een onherroepelijk besluit.

 

Nieuwe lijn van de Afdeling

In onderhavige uitspraak ziet de Afdeling aanleiding om terug te komen op het bovengenoemde ne bis-beoordelingskader. Gezien het feit dat de Afdeling met de uitpsraak van 22 juni 2016 eerder al een streep zette door het ne bis-beoordelingskader in vreemdelingenzaken, vindt de Afdeling het – met het oog op de rechtseenheid – wenselijk dat dit beoordelingskader ook in andere zaken niet langer van toepassing is. Met het inzetten van de nieuwe lijn in de jurisprudentie vervalt dus de ambtshalve beoordeling of sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
Welke gevolgen de nieuwe lijn van de Afdeling heeft, is afhankelijk van de beslissing op bezwaar. Als het bestuursorgaan ervoor kiest de aanvraag inhoudelijk te beoordelen, dan toetst de Afdeling het besluit alsof het een besluit is op een eerste aanvraag. De ambtshalve toets of sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, blijft dan volledig achterwege.
Wijst het bestuursorgaan de aanvraag af met toepassing van artikel 4:6 Awb, dan beoordeelt de Afdeling aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en het (eventueel) door het bestuursorgaan gevoerde beleid of het bestuursorgaan zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Indien een bestuursorgaan geen beleid voert over de toepassing van artikel 4:6 Awb, en hierover in het besluit ook geen standpunt is ingenomen, dan wordt het bestuursorgaan in de gelegenheid gesteld om alsnog een standpunt in te nemen.

Toepassing van deze lijn heeft voor appellante een positief resultaat. Op basis van de door appellante aangevoerde gronden oordeelt de Afdeling dat het college ten onrechte als vaststaand heeft aangenomen dat appellante al eerder over de aangevoerde gegevens kon beschikken. Het hoger beroep van appellante is gegrond en de Afdeling vernietigt de beslissing op bezwaar.

 

Tot slot

Tot besluit merken wij op dat deze uitspraak niet alleen relevant is voor nieuwe zaken, maar ook voor lopende zaken. Omdat de nieuwe lijn begunstigend kan zijn voor rechtzoekenden, wordt deze lijn met onmiddellijke ingang gehanteerd ongeacht de stand waarin de procedure zich bevindt. Dit betekent dat bestuursorganen dus ook in lopende zaken rekening moeten houden met een inhoudelijke beoordeling van het besluit.
Wij merken voorts op dat uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) blijkt dat de Raad de gewijzigde rechtspraak van de Afdeling onderschrijft.

 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Maarten van Nijendaal, E: maarten.vannijendaal@nysingh.nl | T: 026 357 56 29 | M: 06 22 17 66 54 of mr. Mark Tunnissen, E: mark.tunnissen@nysingh.nl| T: 026 357 57 19 | M: 06 12 64 52 14

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding