of 59232 LinkedIn

Verplaatsing van kabels en leidingen, kan dat zomaar?

9 reacties

AfbeeldingIn vrijwel elk openbaar gebied van een gemeente liggen kabels en leidingen, bijvoorbeeld voor gas, water en elektra. Een gemeente kan er belang bij hebben dat de kabels en leidingen in dit openbare gebied worden verlegd.  De vraag rijst dan hoe een gemeente dit kan bewerkstelligen en wie de kosten van deze verlegging dient te dragen.

Allereerst dient een gemeente vast te stellen wie de eigenaar is van de kabels en leidingen in haar  perceel. De hoofdregel is dat de eigenaar van de grond eigenaar is van alles wat zich daarop en daarin bevindt. Dit wordt ‘natrekking’ genoemd. De gemeente is dus in beginsel ook eigenaar van de kabels en leidingen, die zich in haar perceel bevinden. In 2007 is de wet door de wetgever echter aangepast. Sindsdien behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, dat in, op of boven de grond van een ander is aangelegd, toe aan de bevoegde aanlegger van dat net (artikel 5:20 lid 2 BW). Deze nieuwe regeling is ook van toepassing op netten die vóór 2007 zijn aangelegd (artikel 155 lid 1 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek). Op deze wijze wordt voorkomen dat de eigendom van kabels of leidingen van een net door middel van natrekking bij een grondeigenaar komt te liggen.

 

Er is sprake van een bevoegde aanlegger wanneer er toestemming was om de kabels en leidingen aan te leggen. Deze toestemming kan in verschillende vormen bestaan. Er kan een zakelijk recht zijn gevestigd, zoals een opstalrecht, een erfpachtrecht of een erfdienstbaarheid. Daarnaast kan de toestemming zijn vastgelegd in een overeenkomst of door middel van een kwalitatieve verplichting. Tot slot kan de toestemming publiekrechtelijk van aard zijn. Op de gemeente kan bijvoorbeeld een verplichting rusten om kabels en leidingen te gedogen op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Daarnaast kan de gemeente een vergunning hebben verleend, in geval van kabels of leidingen in de openbare ruimte.

Sinds 2010  kan degene, die zich op 1 februari 2007 als eigenaar van een net gedroeg, daarnaast de aanleg van het net in de openbare registers inschrijven en dat net als een eigenaar overdragen en bezwaren (artikel 155a Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek).

 

De gemeente is niet zonder meer gerechtigd om zelf tot verlegging van kabels en leidingen over te gaan. Indien de gemeente dat wel zou doen, kan zij een inbreuk maken op het eigendomsrecht van de aanlegger. Indien de gemeente heeft vastgesteld wie de bevoegde aanlegger is, is het dan ook het meest praktisch dat zij in overleg treedt met de bevoegde aanlegger over de verlegging  van de kabels en leidingen. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de verlegging  van de kabels en leidingen, zal moeten worden nagegaan of de gemeente überhaupt kan verlangen dat de aanlegger de kabels en leidingen verlegt en of de gemeente in dat geval een vergoeding dient te betalen aan de aanlegger. Hiervoor dient te worden onderzocht waarop de toestemming om de kabels en leidingen aan te leggen is gebaseerd en of bij die toestemming iets is bepaald over de (gedwongen) verlegging van de kabels en leidingen en de vergoeding die dan verschuldigd is.

 

Voor de vraag of de gemeente een vergoeding verschuldigd is, kan van belang zijn hoe lang de kabels en leidingen al in de grond liggen. Als verlegging  van de kabels en leidingen binnen het normaal maatschappelijk risico van de aanlegger valt, komen deze kosten voor rekening van de aanlegger. Dat de kabels en leidingen een keer verlegd zullen moeten worden, is naarmate de tijd verstrijkt meer voorzienbaar voor de aanlegger, waardoor de gemeente naar evenredigheid minder zal hoeven bijdragen in de kosten van de verlegging. Bij het vaststellen van de hoogte van het bedrag dat de gemeente dient bij te dragen aan de verlegging van de kabels en leidingen speelt daarnaast een rol of de gemeente een vergoeding ontvangt van de aanlegger voor het dulden van de kabels en leidingen. In de jurisprudentie is bepaald dat een gemeente niet of minder hoeft bij te dragen aan de kosten van de verlegging, indien de gemeente ook geen vergoeding gekregen heeft van de bevoegde aanlegger. Verder kan er, afhankelijk van het soort kabel of leiding, een bijzondere wet bestaan waarin een en ander is geregeld, zoals bijvoorbeeld de Telecommunicatiewet.

 

Indien een gemeente bestaande kabels en leidingen in de openbare ruimte wil verleggen, zal zij dus  steeds moeten onderzoeken waarop de toestemming om de kabels en leidingen aan te leggen is gebaseerd en of bij die toestemming iets is bepaald over de (gedwongen) verlegging van de kabels en leidingen en de vergoeding die dan verschuldigd is.

 

Aangezien de toestemming op grond waarvan de kabels en leidingen in de grond kunnen liggen, op verschillende juridische grondslagen gebaseerd kan zijn en de hoogte van de bijdrage in de kosten van de verlegging daardoor per geval verschilt, kiezen steeds meer gemeenten er voor een algemene nadeelcompensatieregeling vast te stellen voor kabels en leidingen in de openbare ruimten die in de toekomst worden aangelegd.  In de nadeelcompensatieregeling wordt dan vastgelegd wanneer de kabels en leidingen kunnen worden verlegd en wie de kosten van de verlegging dient te dragen. Door het vaststellen van een nadeelcompensatieregeling kunnen veel tijd en kosten bespaard worden, aangezien niet telkens onderzocht hoeft te worden wat de specifieke juridische grondslag  is voor de aanwezigheid van de kabels en leidingen in de openbare ruimte en of de gemeente dient bij te dragen in de kosten van de verlegging.

 

Indien er in uw gemeente nog geen nadeelcompensatieregeling bestaat, geef ik u in overweging een dergelijke nadeelcompensatieregeling op te stellen. U zou er daarbij voor kunnen kiezen om aansluiting te zoeken bij de vergoedingensystematiek van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, zoals vastgelegd in de Overeenkomst inzake het verleggen van kabels en leidingen buiten het beheersgebied en de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (wetten.overheid.nl/BWBR0010461).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Dolf Okkerman op
Wie draait op voor de kosten van verleggen van twee Ziggo kabels die door mijn tuin lopen van de linker buurman naar de buren aan mijn rechter zijde?
Door willem Bossenbroek (dir-eig) op
van gemeente bronchorst gekocht 1067m2 indutrie grond (maagdelijk ) nu blijk er 2m naast de toekomstige hal in de lengte van 4m een hogedruk gasleiding te liggen wat kan ik van de gemeente nu eisen bedrag voor nu geen maagdelijk terrein - overpad ed ?
Door anne-marie sulaiman op
geachte heer/mevrouw,

Wij willen een huis kopen in een Vinexwijk Leidschenveen waar een zakelijk recht tot opstal op rust in verband met een nieuw aan te leggen waterleiding. De verlening tot opstal is van 1997. Woning is gebouwd in 2000. In de leveringsakte wordt
melding gemaakt van het feit dat het een pand is met beperkt recht. Wat kunnen hiervan de nadelen zijn. Betekent dit dat het duinwaterbedrijf mijn tuin kan omscheppen als er iets zou zijn met de leiding. Is het verstandig om zo'n woning te kopen. Geldt hiervoor ook een nadeelcompensatie als er al een akte van verlening tot opstal is gemaakt.
Door Jarko van Bloois (Jurist) op
Geachte heer/mevrouw Th.L. Keijzer:

U kunt een verzoek in dienen bij de minister, op grond van artikel 5 van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Deze zal binnen 6 maanden besluiten of hij zal bevelen de leidingen van uw terrein te laten verwijderen.

Wel adviseer ik u goed na te gaan of er geen rechten zijn bedongen in het verleden, die ervoor kunnen zorgen dat die van toepassing zullen zijn. Als u nooit toestemming heeft gegeven en uw recht om te ageren ook niet is verjaard, zal een beroep m.i. kans van slagen hebben.

Met vriendelijke groet,


mr. J. van Bloois
Door Keijzer (grondbezitter met een woning) op
Geachte mevrouw Driessen,

Al jaren liggen er leidingen in mijn tuin. Bij voortduring geef ik aan dat ik dat niet wil. De leidingen verplaatsen gaat niet wordt door de gemeente gezegd. Dat kost te veel en kan niet.
Volgens mij heeft de gemeenten (1992) omdat zij niet heeft gereageerd en in 2004 hetzelfde verhaal haar beurt voorbij laten gaan. Dit naar aanleiding van de wet in 2007. Ik wil die leidingen niet. Ze liggen onder en binnen de erfgrens. Zijn niet meer van de gemeente en de gemeente, meldingsplicht hebben heeft dit al die tijd geweten.
Wat is de meest succesvolle weg om deze leidingen uit de tuin te krijgen.

met vriendelijke groet,
Th.L. Keijzer
Door Jarko van Bloois (Jurist (C-FASE)) op
Reactie op Anne Driessen (artikel):

U geeft in uw artikel aan dat de ingevoerde 'doorknipbepaling' (art. 5:20 lid 2 BW) de natrekking doorbreekt. U laat echter na te melden dat het alleen de verticale natrekking betreft. Horizontale natrekking kan en vindt nog steeds plaats, doordat de bestandelen onderdeel uit gaan maken van de hoofdzaak.

U verwijst naar het Overgangsrecht, waarbij u aangeeft dat sinds 2010 degene, die zich op 1 februari 2007 gedroeg als eigenaar van een net, het net kan inschrijven. Echter, een net kan sinds 2007 worden ingeschreven door elke eigenaar op grond van artikel 3:17 lid 1 onder k BW en 36 Kadasterwet. Het Overgangsrecht is ingevoerd vanwege het feit dat eigenaren en beheerders van oude netten vaak hun recht niet meer kunnen aantonen. Daarom is een 'vermoeden' toegevoegd.

U geeft aan dat de reden dat er nadeelcompensatieregelingen worden vastgesteld is gelegen in het feit dat er zoveel verschillende toestemmingen bestaan en vergoedinghoogtes. Echter nadeelcompensatieregelingen (NCR) zien op het publiekrechtelijke proces, niet op de manier van toestemmingen verlenen. Zakelijke rechten en vergunningen, maar ook eigenaren veranderen niet door de instelling van een NCR. De reden dat overheden NCR's vaststellen is gelegen in het feit dat de oude overeenkomsten die vaak nog van toepassing zijn, gesloten in een tijd dat zowel overheid als leidingbeheerder vaak dezelfde belangen hadden, niet aansluiten bij het feit dat bij rechtmatig overheidshandelen alleen het onevenredige deel vergoed dient te worden.

Tot slot geeft u aan dat gemeenten hun NCR zouden moeten baseren op de regeling van Rijkswaterstaat/ProRail. Deze regelingen zijn gebaseerd op voorzienbaarheid van staatswerken, terwijl gemeenten een heel andere voorzienbaarheid hebben. Daarnaast maakt de landelijke regeling bijvoorbeeld verschil tussen langs liggende leidingen en kruisende leidingen; iets dat in de openbare ruimte van een gemeente vaak slecht te beoordelen is.

Ik ben het geheel met u eens dat het gemeenten die nu nog veelal met de erfenis uit het verleden zitten geld kan besparen als zij een NCR vaststellen. Echter, dit dient met de grootste zorgvuldigheid te gebeuren. C-FASE is gespecialiseerd in het opstellen en impementeren van NCR's en wat wij veel tegenkomen is dat provincies en gemeenten een NCR vaststellen, terwijl de echte kennis ervan ontbreekt. Het proces bestaat niet alleen uit het opstellen van een document, maar ook het opleiden van ambtenaren en het creeëren vandraagvlak bij de beheerders.

Reactie op P. van Riel:
Uw betoog kan ik op delen niet onderschrijven. U stelt dat als een gemeente de zaken alleen privaatrechtelijk regelt je niet aan compenseren toekomt. U verliest uit het oog dat dit natuurlijk helemaal niet mogelijk is. Als een gemeente ingevolge haar publieke taak, zoals het aanleggen c.q. aanpassen van een weg, leidingen moet laten verleggen, dan kan zij daartoe een verzoek richten tot de beheerder. Het daarbij gooien op privaatrechtelijke redenen lijkt mij niet getuigen van behoorlijk bestuur. Daarnaast gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door middel van een schakelbepaling ook in het privaatrecht, waardoor een gemeente nog steeds de belangen dient af te wegen.

Bij privaatrechtelijk handelen door een gemeente, zoals de realisatie van een nieuw pand, heeft de gemeente in principe dezelfde rechten en plichten als ieder ander.

U gaat er wat mij betreft wat makkelijk vanuit dat er geen recht op vergoeding bestaat.

Reactie op de heer S. van der Weide:
Ik onderschrijf uw reactie geheel. Aanvullend daarop kan ik melden dat C-FASE voor gemeenten zogenaamde 'haalbaarheidstudies' kan uitvoeren, waarbij wordt vastgesteld of geldende overeenkomsten opzegbaar zijn. Daarnaast kan er een financiëel advies worden geleverd m.b.t. het hanteren van de bestaande overeenkomsten vs. een NCR. Tot slot kunnen wij het proces van A tot Z begeleiden.
Door Anne Driessen (advocaat) op
Geachte heer Van der Weide en heer Van Riel,

Bedankt voor uw reacties op mijn artikel. Zoals uit uw reacties wel blijkt, betreft het verleggen van kabels een leidingen een complexe materie , waarover zeer veel te vertellen valt. Aangezien het zo’n complex onderwerp betreft, ben ik in het artikel dan ook niet uitputtend geweest. Uw reacties zijn echter een zeer goede aanvulling.

Ik heb met mijn artikel slechts beoogd om een stukje bewustwording te creëren en de discussie over dit onderwerp aan te zwengelen. Ik vind het dan ook leuk om te zien dat een dergelijke discussie nu op binnenlands bestuur wordt gevoerd.

Indien u verder met mij over dit onderwerp wil discussiëren of vragen heeft, kunt u altijd contact met mij opnemen. Mijn contactgegevens vindt u door te klikken op bovenstaande button met mijn naam en foto.

Met vriendelijke groet,

Anne Driessen
Door Sieb van der Weide (Secretaris GPKL en coördinator ondergrondse infra, gemeente Utrecht) op
De beschrijving en oplossingsrichting die Anne Driessen hierboven geeft, lijkt verder van de realiteit af te staan dan hoe het in de regel gaat. Met deze reactie stel ik dat beeld wat bij, zodat het voor de gemeenten en nutsbedrijven wat herkenbaarder wordt en meer recht doet aan de problematiek.

Lappendeken
De realiteit is namelijk dat er geen uniformiteit bestaat in de regelingen die gemeenten en nutsbedrijven met elkaar hebben getroffen over wie er betaalt als er kabels/leidingen verlegd moeten worden in de ondergrondse openbare ruimte. Simpel gezegd: per gemeente pakt het anders uit, en vaak ook nog eens per nutsbedrijf binnen dezelfde gemeente. Er is een lappendeken van afspraken.

Alleen voor de telecombedrijven is er uniformiteit, dankzij de Telecommunicatiewet. Daarin is het principe vastgelegd van "liggen om niet is verleggen om niet". De telecombedrijven hebben al hun kabels en leidingen gratis liggen in de openbare grond omdat er bij de behandeling in de Tweede Kamer indertijd is afgesproken dat gemeenten geen precario op deze netwerken mogen heffen (specifieke uitzonderingen daargelaten).

Voor niet-telecombedrijven (denk aan: gas, water, elektra, stadsverwarming) bestaat er geen uniforme regeling met de gemeenten, en alleen over díe bedrijven ging het artikel van Anne Driessen.

Gemeentelijke belangenbehartiging
Gemeenten die willen werken aan een goed beheer van hun ondergrondse openbare ruimte, trekken samen op in het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL) - een vereniging die op het gebied van ondergrondse kabels en leidingen (een wereld op zich!) doet aan kennisuitwisseling en -bevordering en aan gemeentelijke belangenbehartiging van de leden. GPKL werkt daarin samen met de VNG en met Stichting RIONED (kenniscentrum voor rioolbeheer). Zie www.gpkl.nl.

Dat GPKL niet is genoemd door Anne Driessen, is een grote omissie: al jarenlang is GPKL met het dossier van de nadeelcompensatie bij verleggingen bezig. In gemeenteland is het een belangrijk onderwerp waar veel geld mee gemoeid is, want verleggingen zijn een dure zaak, wie er ook voor opdraait.

Erfenis
We zitten eigenlijk met een historische erfenis: de nutsbedrijven (lees: niet-telecombedrijven) waren vroeger veelal in handen van de gemeentelijke overheid zelf, waardoor de kwestie van wie de verlegging betaalt vestzak-broekzak-problematiek was. Bij de verzelfstandiging van de nutsbedrijven, een proces dat eind 20e eeuw zijn beslag kreeg, werden per gemeente en per nutsbedrijf verschillende regelingen afgesproken. Deze regelingen zijn achteraf gezien riant te noemen voor de nutsbedrijven, hetgeen voor die bedrijven een reden is om er met hand en tand aan vast te houden.
Zo heeft de gemeente De Ronde Venen tot aan de Hoge Raad moeten doorvechten om de bestaande regeling met nutsbedrijven op te mogen zeggen, en zelf bestuursrechtelijk een nieuwe regeling van kracht te laten worden.
Daarmee is niet gezegd dat iedere gemeente zijn regelingen met die nutsbedrijven zomaar kan opzeggen, zich daarbij baserend op deze HR-uitspraak, want per gemeente en per nutsbedrijf kan de situatie anders zijn.

Wél is juist wat Anne Driessen impliciet stelt, namelijk dat gemeenten de huidige regelingen niet meer als vanzelfsprekend moeten zien maar zich moeten afvragen of zij deze moeten vervangen door een nieuwe nadeelcompensatieregeling.
Daar zijn inmiddels voorbeelden van, zoals in de gemeente Utrecht die er sinds 2005 mee werkt.

Afschaffen precario? Dan ook verleggen om niet
Van groot belang is, dat GPKL namens gemeenten probeert af te koersen op een regeling die idealiter hetzelfde uitpakt als bij de telecombedrijven: "liggen om niet is verleggen om niet". Een aangrijpingspunt om dit aan de orde te stellen is het voornemen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken om precarioheffing door gemeenten op ondergrondse kabels en leidingen te gaan verbieden. Vanuit de gedachte van: 'voor wat hoort wat' zou dit een uitruil kunnen zijn.

Ook merkt GPKL dat (koepels van) nutsbedrijven zelf ook behoefte hebben aan meer harmonisering. Koploper hierin is Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland. Vitens heeft enkele jaren geleden een Commissie Burgering ingesteld, die vervolgens een advies uitbracht met daarin een voorstel voor een nieuwe nadeelcompensatieregeling. Deze regeling doet veel meer recht aan de huidige realiteit binnen de gemeenten: daarmee bedoel ik dat de dynamiek van bouwen en herontwerpen is toegenomen, en daarmee ook de noodzaak tot verleggingen.
Met de (koepels van) nutsbedrijven zoekt GPKL afstemming om tot meer harmonisering te komen.

Samenvattend: GPKL is langs twee wegen bezig om tot harmonisering en betere, reëlere regelingen te komen. Gemeenten doen er dus verstandig aan zich aan te sluiten bij GPKL: samen staan we sterker!
Door P. van Riel (coordinator nutszaken ) op
Mevrouw Driessen gaat er wat makkelijk vanuit dat er een plicht is tot schedeevrgoedingen. Ik breng daar wat nuancering op aan.

Gemeenten betalen vaak aan nutsbedrijven kosten als die vanwege wegreconstructies, bouwrijp maken van terreinen e.d. met hun bestaande kabels en leidingen opzij moeten.

Veelal is die aanspraak op vergoeding voor alle toekomstige casussen geregeld.
Meest vroeger, bij verzelfstandiging van de voormalig gemeentelijke energiebedrijven, contractueel afgesproken. Veelal vanuit het motief/ doel; de bestaande situatie continueren (1 gemeente = 1 portemonnee)
Soms via (publiekrechtelijke) nadeelcompensatie-beleidsregels geregeld. Steeds meer gemeenten gaan dat doen. Rotterdam, Utrecht, Zwolle. Of het rijk heeft gedaan met de NKL 1999.

Veelal hebben gemeenten niets geregeld en doen ze dus ook niets aan dit soort betalingen.
En als je dan niets geregeld hebt; moet je het dan ?
Of als je het wel geregeld hebt; kun je er dan geheel vanaf ? De nul-optie ??
Voor de niet-juristen die denken; elke gemeente maakt nu een nadeelcompensatieregel voor verleggen kabels, dus dat zal wel moeten…. nee dus. Daar geldt geen verplichting voor!

Als je je niet vrijwillig privaatrechtelijk of publiekrechtelijk hebt verplicht; waaraan kan dan een nutsbedrijf het recht ontlenen op een vergoeding?

Deze vraag boeide me.

Voor het antwoord moeten we even terug naar de algemene situatie. Los van kabels; naar andere terreinen.

De gemeente mag in beginsel altijd alles doen.
• zowel privaatrechtelijk.
• als publiekrechtelijk.
Wanneer doet de gemeente iets waardoor andere schade lijden die moet worden vergoed ??
Hier de meest voorkomende situaties:

A. pand als monument aanwijzen; ----- --- eigenaar krijgt er een hoop dure plichten bij
B. Weg afsluiten (permanent verkeersbesluit) ------ aanwonende wordt onbereikbaar
C. tijdelijke wegafsluiting ivm wegreconstructie / tijdelijk verkeersbesluit ) ---- aangelegen winkel / horeca kan geen klanten meer ontvangen
D. tijdelijke wegafsluiting (tijdelijk verkeersbesluit) ---- aangelegen bedrijf wordt gehinderd in eigen aan / afvoer materialen
E. verplaatsing weekmarkt ivm evenement ---- geen omzetverliescompensatie
F. beperking openstellingstijden (deel) horeca; --- nooit compensatie omzetverlies
Ik ken eigenlijk geen andere situaties ……… De situatie Heien Eindhoven, mag ook zeker niet model staan; Er was hier een politieke druk om te gaan betalen voor hei-overlast !

Vergoeden gemeenten dit ?
Nee, lang niet altijd.
? Sommige gemeenten zijn erg passief; wijzen benadeelden niet op schade(vergoedingsmogelijkheid).
? Sommige gemeenten zijn wat actiever; hebben proces of inhoudelijke regels (voorkomende titels; procedureverordening of nadeelcompensatieverordening) en voeren die dan nog passief uit
? Sommige gemeenten zijn actief; benaderen benadeelden proactief, hebben claimformulieren etc.





Ik heb eerder (2010) een soort korte inventarisatie gemaakt van of gemeenten deze materie (nadeelcompensatie ) regelen.
Ik kreeg het volgende beeld;
optie gemeenten
Géén regeling Helmond,
Maastricht
en in schat in bijna de rest van de 400 gemeenten
Specifieke lokaal regeling voor specifieke activiteit/ groep benadeelden *)
Nijmegen; infrastructurele werken
Utrecht; verleggen kabels
Vlissingen; nadeel rond monumenten-status
Rotterdam; verleggen kabels
Rotterdam; nieuw centraal station
Arnhem; centraal (station e.d.)
Algemene regeling nadeelcompensatie allerlei soroten situaties Dordrecht ,
Breda


Kortom; bijna nooit maakt een burger of bedrijf aanspraak op schadevergoeding door dingen die de gemeente doet.

Daarom wringt het zo dat het bij (mogelijke schade voor nutsbedrijven) in alle gemeenten per definitief anders zou moeten zijn…….

Wat zijn de normale regels in dit soort situaties?

Het kan zijn dat het redelijk is dat de gemeente wat vergoedt
Die verplichting kan voortvloeien uit;
o leerstuk rechtmatige overheidsdaad
o algemeen bestuursrecht/ beginsel evenredigheid; art. 3:4- 2 AWB
o egalite beginsel
NB De wijziging algemene wet bestuursrecht (toevoeging hoofdstuk nadeelcompensatie, titel 4.5, kamerstukken 32.621) codificeert alleen dit ongeschreven recht; het voegt eigenlijk niets nieuws toe.

Cruciaal blijft, dat de gemeente alleen schadevergoedingsplichtig wordt bij; ….. de uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak ………

Het vreemde dus; je zou kunnen zeggen….
? zolang je als gemeente het graven en liggen alleen privaatrechtelijk regelt (niet ex-pliciet, of wel toestemming, instemming, gebruiksrecht, lig-overeenkomst, zakelijk recht) ……
? en je in de situatie komt dat bestaande kabels opzij moeten, en je hooguit je eerdere in- of ex-pliciete toestemming intrekt ….
? kom je nooit toe aan nadeelcompenseren, want je handelt niet publiekrechtelijk !

Dus; is het wel zo slim om het liggen publiekrechtelijk te gaan regelen in een apv, kabelverordening, of algemene verordening ondergrondse infra ??
Daar dien je misschien wel de andere belangen mee; regie, orde, graafrust, maar het kan ook zijn dat je je daarmee schadevergoedingsplichten op de hals haalt.

Dus kortom; als je niets regelt over schadevergoedingen …… heeft een nutsbedrijf misschien nooit een poot om op te staan.

Discussie geopend !

AfbeeldingHekkelman advocaten en notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Bloggers

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Publicaties

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Bekijk ook onze partnerpagina op Ruimte & Milieu

Klik hier