of 59045 LinkedIn

Koerswijziging Raad van State bij toetsing van beleid (vervolg)

AfbeeldingIn mijn blog van maandag 31 oktober 2016 behandelde ik de koerswijziging van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: 'de Afdeling') over de toetsing van beleid, in haar uitspraak van 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840. In deze blog volgt een nadere analyse van deze uitspraak, zoals beloofd.

Essentie

De koerswijziging komt er in essentie op neer dat – anders dan voorheen – bestuursorganen voortaan als zij toetsen aan beleid, bij hun beoordeling of mogelijk toepassing gegeven kan worden aan de inherente afwijkingsbevoegdheid wegens bijzondere omstandigheden (artikel 4:84 Awb), alle omstandigheden moeten betrekken. Nadrukkelijk óók omstandigheden die al in het beleid zijn verdisconteerd (r.o. 4.3). Tot dusverre oordeelde de Afdeling dat de afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb op bijzondere gevallen zag die niet in de beleidsregel zijn verdisconteerd (vgl. ABRvS 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1471). Er is hier dan ook duidelijk sprake van een trendbreuk.

 

De kwestie

Hoe pakt deze koerswijziging uit in de kwestie die in de uitspraak van 26 oktober 2016 centraal stond? De burgemeester van Breda heeft met toepassing van artikel 13b Opiumwet een woning gesloten voor de duur van drie maanden, omdat hierin verboden drugs waren aangetroffen. Deze sluiting berust mede op de 'Beleidsregels artikel 13b Opiumwet niet gedoogde lokalen gemeente Breda'. De vraag die bij de Afdeling voorligt is of zich bijzondere omstandigheden voordoen, op grond waarvan de burgemeester van de beleidsregel had moeten afwijken. De rechtbank oordeelde eerder van wel.

 

Volgens de wederpartij zijn er de volgende bijzondere omstandigheden:

  • zij wist niet van de aanwezigheid van de drugs;
  • er heeft zich geen overlast voorgedaan;
  • de sluiting heeft tot gevolg dat de huurovereenkomst wordt ontbonden;
  • zij komt op een zwarte lijst waardoor zij in de regio voorlopig geen huurwoning meer kan huren; en
  • de sluiting heeft voor haar en haar drie kinderen grote psychische gevolgen.

 

De burgemeester ziet dit niet als bijzondere omstandigheden op grond waarvan hij gebruik had moeten maken van zijn afwijkingsbevoegdheid. De Afdeling oordeelt anders. Volgens haar kon de burgemeester de omstandigheden dat zich geen overlast heeft voorgedaan en dat als gevolg van de sluiting de huurovereenkomst zal worden ontbonden en de wederpartij op de zwarte lijst wordt geplaatst, niet bij voorbaat bij zijn afweging op grond van artikel 4:84 Awb buiten beschouwing laten. Want, zo overweegt de Afdeling: "In dit geval moet immers worden aangenomen dat deze gevolgen zich daadwerkelijk zullen voordoen."

 

De Afdeling brengt hiermee tot uitdrukking dat een bestuursorgaan te alle tijden moet nagaan of omstandigheden – óók als zij bij het opstellen van de beleidsregel zijn bezien – in een concreet geval (niettemin) tot onevenredige gevolgen leiden.

  

Hieraan voegt de Afdeling toe dat de vraag of zich bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb voordoen, in eerste instantie door de burgemeester en niet door de rechter dient te worden beantwoord (r.o. 4.6). Dit is in lijn met de vaste rechtspraak dat de invulling van een bevoegdheid in verband waarmee een bestuursorgaan over beleidsvrijheid beschikt, door de rechter terughoudend moet worden getoetst (zie bijv. ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2388).

 

Op dit laatste punt sneuvelt uiteindelijk de aangevallen uitspraak van de rechtbank . De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling, ten onrechte geoordeeld dat de (enkele) door de wederpartij aangedragen omstandigheden als bijzondere omstandigheden zijn aan merken. Die vraag diende eerst de burgemeester te beantwoorden.

 

Toepassing

De uitspraak laat zien dat bestuursorganen bij de toetsing van beleid:

  1. alle omstandigheden moet betrekken, met inbegrip van omstandigheden die bij het opstellen van de beleidsregel zijn verdisconteerd; en
  2. vervolgens moeten bezien of deze omstandigheden op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb op grond waarvan van het beleid zou moeten worden afgeweken;

Verder maakt de uitspraak duidelijk dat de rechter de uitkomst  van deze toetsing door het bestuursorgaan terughoudend dient te toetsen.

 

Tip!

Bestuursorganen die op dit moment besluiten moeten nemen, waarbij zij rekening moeten houden met beleidsregels, doen er verstandig aan hierbij het bovenstaande toetsingskader toe te passen en dus (echt) alle omstandigheden bij hun besluit te betrekken. Heeft u hier vragen over neem vrijblijvend contact op. Om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkeling, volg mijn blogs.

 

Let wel: dit geldt voor alle besluiten. Niet alleen voor besluiten omtrent de toepassing van artikel 13b Opiumwet.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

AfbeeldingHekkelman advocaten en notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Publicaties