of 58959 LinkedIn

Europese staatssteunregels zetten onherroepelijke uitspraak van nationale rechter opzij

Reageer

AfbeeldingDe praktijkgroep Staatssteun van Hekkelman signaleert bijzondere uitspraken van nationale en internationale rechters die gevolgen kunnen hebben voor de praktijk.

 

Dit artikel gaat  over het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 november 2015 (zaaknr. C-505/14). Dat arrest illustreert de prioriteit van de Europese staatssteunregels boven het nationale recht van de lidstaten. De Duitse rechter had (in twee instanties) voor recht verklaard dat een duurovereenkomst geldig was. Nadat die uitspraak onherroepelijk was geworden, werd pas in een tweede procedure (over schadevergoeding) een beroep gedaan op onverenigbare staatssteunmaatregelen.

In zijn beantwoording van een prejudiciële vraag van de Duitse rechter oordeelde het Hof dat de Europese staatssteunregels zelfs voor een onherroepelijke uitspraak van een nationale rechter gaan. Zou dat niet zo zijn, dan zouden de staatsteunregels kunnen worden omzeild en zouden beslissingen van de Europese Commissie over verboden staatssteun niet geëffectueerd kunnen worden.   

 

Waar ging het om?

De nationale rechter (in dit geval de Duitse, maar het had evengoed de Nederlandse kunnen zijn) zag zich geplaatst voor een lastige vraag.

 

De nationale rechter had bij onherroepelijk vonnis geoordeeld dat duurovereenkomsten tot leveringen van hout ondanks opzegging door één van de partijen van kracht waren gebleven. In de latere procedure tot schadevergoeding wegens die ongeldige opzegging wordt een kansrijk beroep gedaan op de omstandigheid dat die overeenkomsten verboden steunmaatregelen bevatten.

 

Kan de rechter die overeenkomsten in die tweede procedure ondanks het eerdere, onherroepelijke vonnis dan toch nog nietig verklaren?

 

De nationale (Duitse) rechter heeft die vraag voorgelegd aan het Hof van Justitie.

 

Vanwege het rechtszekerheidsbeginsel staat de uitkomst van een procedure tussen twee partijen vast zodra de uitspraak onherroepelijk is geworden. Een uitspraak is onherroepelijk indien daartegen geen rechtsmiddelen zijn ingesteld en de termijn om die in te stellen, verstreken is. In de eerdere procedure over de vraag of de overeenkomsten rechtsgeldig waren opgezegd was geen beroep op verboden staatssteun gedaan; in de latere procedure tot schadevergoeding vanwege de ongeldige opzegging werd dat alsnog gedaan. De daarover oordelende rechter meende dat er sprake was van verboden staatssteun als gevolg waarvan de overeenkomsten als nietig moeten worden beschouwd. Hij kon op grond van het Duitse nationale recht die overeenkomsten echter niet nietig verklaren vanwege de onherroepelijke eerdere uitspraak waarin de geldigheid van diezelfde overeenkomsten was uitgesproken. Om die reden vroeg hij het Hof van Justitie of artikelen 107 en 108 VWEU verlangen dat met de eerdere uitspraak geen rekening wordt gehouden in het geval het nationale recht geen andere mogelijkheden biedt de uitvoering van de overeenkomsten met verboden steunmaatregelen te verhinderen.

 

Taakverdeling Europese Commissie en nationale rechters

Het Hof zet in zijn arrest nog eens op een rijtje wat de taakverdeling is tussen de Europese Commissie en de nationale rechterlijke instanties.

 

De Commissie is exclusief bevoegd te oordelen over de (on)verenigbaarheid van steunmaatregelen met de interne markt. Totdat de Commissie daarover heeft geoordeeld, dienen de nationale rechters de rechten van justitiabelen te beschermen in gevallen van schending door overheidsinstanties van het verbod van artikel 108 lid 3 VWEU. Dat verbod houdt in dat voorgenomen steunmaatregelen moeten worden gemeld aan de Commissie en dat zij niet mogen worden uitgevoerd totdat de Commissie de verenigbaarheid daarvan heeft beoordeeld. Deze zogeheten ‘standstill’-verplichting behelst een preventieve controle op voorgenomen steunmaatregelen: zolang onzeker is of die steunmaatregelen verenigbaar zijn, mogen zij niet worden uitgevoerd. De nationale rechters kunnen en moeten daarop toezien omdat artikel 108 lid 3 VWEU rechtstreekse werking heeft. De nationale rechter is bevoegd en verplicht die preventieve controle uit te oefenen bij elke steunmaatregel die niet bij de Commissie is aangemeld. 

 

Bij die preventieve controle dient de nationale rechter elke op grond van zijn nationale recht mogelijke en geëigende maatregel op te leggen die kan bijdragen aan de opheffing en ongedaanmaking van de verleende steun, tenminste indien hij die als onverenigbaar (verboden staatssteun) beoordeelt.

 

Uit de beslissing van het Hof van Justitie in de Residex zaak (08-12-2011, zaaknr. C-275/10) is bekend dat de nationale rechter uit hoofde van het proportionaliteitsbeginsel de “procedureel minst bezwarende maatregel” moet toepassen, zolang daarmee het hoofddoel van de taak van de nationale rechter maar wordt bereikt. Dat hoofddoel is: het herstellen van de verstoring van de mededinging.

 

Oordeel van het Hof van Justitie

Het Hof stelt vast dat de nationale rechter zich van haar taak tot preventieve staatssteuncontrole heeft gekweten, maar zich op grond van haar nationale recht vanwege de eerdere, onherroepelijke rechterlijke uitspraak niet in staat acht een geëigende maatregel op te leggen om de verstoring van de mededinging te herstellen. Voorts stelt het Hof vast dat in die eerdere uitspraak de vraag naar onverenigbare staatsteun niet ter sprake is gekomen. Ook neemt het Hof aan dat op grond van het nationale recht een onherroepelijke uitspraak zich niet alleen verzet tegen een herbeoordeling, maar ook tegen een onderzoek naar vragen die in de eerdere procedure hadden kunnen worden opgeworpen maar niet zijn gesteld.

 

Vervolgens beklemtoont het Hof in algemene zin de prioriteit van het Europese recht: het is aan de nationale rechter “om het nationale recht zoveel mogelijk aldus uit te leggen dat het kan worden toegepast op een wijze die bijdraagt tot de uitvoering van het Unierecht”. Het Hof gaat echter nog verder: de nationale rechter dient binnen zijn bevoegdheden “al het mogelijke” te doen “om de volle werking van het Unierecht te verzekeren en tot een oplossing te komen die in overeenstemming is met de daarmee nagestreefde doelstelling”. Al het mogelijke: een zeer verstrekkende inspanningsverplichting van de nationale rechter dus.

 

In concreto oordeelt het Hof dat de nationale rechter in deze zaak moet onderzoeken of het mogelijk is om in afwachting van het oordeel van de Europese Commissie over de onverenigbaarheid van de steunmaatregel een voorlopige maatregel te treffen zonder zich uit te spreken over de geldigheid van de overeenkomsten die in de steun voorzien. Als voorbeeld van een voorlopige maatregel geeft het Hof de tijdelijke opschorting van die overeenkomsten.

 

Omdat het Hof ook het belang van het rechtszekerheidsbeginsel erkent, komt het tot de conclusie dat het Unierecht de nationale rechter niet in alle gevallen gebiedt de nationale rechtsregels betreffende definitieve rechterlijke beslissingen buiten toepassing te laten. Indien die nationale regels vergelijkbaar zijn met de in andere landen geldende regels (gelijkwaardigheidsbeginsel) en de uitoefening van het Unierecht daardoor niet onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt (doeltreffendheidsbeginsel), mogen die nationale regels wel worden toegepast.

 

Omzeiling van staatssteunregels moet worden voorkomen  

Toegespitst op deze zaak oordeelt het Hof dat de nationale rechtsregel dat een onherroepelijke uitspraak zich niet alleen verzet tegen een herbeoordeling, maar ook tegen een onderzoek naar vragen die in de eerdere procedure niet zijn opgeworpen, tot gevolg heeft dat overheden en begunstigden van staatsteun de ‘standstill’-verplichting kunnen omzeilen door een uitspraak over de geldigheid van een overeenkomst te verkrijgen zonder een beroep te doen op staatsteun. Daardoor zou naderhand tegen de verboden staatsteun niets meer ondernomen kunnen worden. Voorts zou een later oordeel van de Europese Commissie over onverenigbaarheid van de steunmaatregel niet geëffectueerd kunnen worden. Onder deze omstandigheden oordeelt het Hof dat die nationale rechtsregel in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel indien in de zaak die tot de onherroepelijke uitspraak heeft geleid de verenigbaarheid met de staatssteunregels niet is beoordeeld. Het Hof acht een zo ernstige belemmering voor de effectieve toepassing van het Unierecht niet gerechtvaardigd door het rechtszekerheidsbeginsel.   

 

Conclusie 

De conclusie is dat de door partijen verkregen rechtszekerheid over de geldigheid van hun overeenkomsten moet wijken indien die overeenkomsten later verboden steunmaatregelen blijken te bevatten. De nationale rechter moet ten aanzien van die overeenkomsten (al dan niet voorlopige) maatregelen treffen waarmee de verstoring van de mededinging kan worden hersteld. Het primaat van de Europese staatsteunregels is nagenoeg alomvattend. Nagenoeg, omdat in het geval in het eerdere oordeel het aspect van verboden staatsteun wel was beoordeeld het Hof hoogstwaarschijnlijk tot een andere uitspraak zou zijn gekomen. Echter, in dat geval zouden de overeenkomsten door de nationale rechter waarschijnlijk niet als geldig zijn beoordeeld, zodat deze zaak zich niet had kunnen voordoen.

 

Interessant is nog wel hoe het Hof zou hebben geoordeeld als in de eerdere procedure het aspect van staatssteun weliswaar door de nationale rechter beoordeeld was maar hij de overeenkomsten in zijn onherroepelijke vonnis ten onrechte als geldig zou hebben aangemerkt. Aan de voorspelling van de uitkomst van die zaak ga ik mij in het bestek van dit signalerende artikel maar niet wagen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Publicaties