of 59221 LinkedIn

De staat, dat ben ik!

Reageer

Het was Lodewijk de 14e, De Zonnekoning, die de beroemde uitspraak ‘l’etat, c’est moi’ deed. Ik moest eraan denken toen ik een dialoog voorbereidde bij een gemeenteraad over de decentralisaties in het maatschappelijk domein, waarin de raadsleden werd gevraagd zich te verplaatsen in achtereenvolgens het paradigma van Big Society en Big Government voor het oplossen van enkele praktijkvoorbeelden van klem zittende gezinnen. Verder dacht ik aan de prachtige en scherpe dilemma’s die de politiek filosoof Michael J. Sandel in zijn boek Rechtvaardigheid schetst bij vraagstukken over het al dan niet handelen van de overheid en de morele grondslag daarvan en aan het thema waarover hij op 24 mei a.s. in Nederland zal spreken “what money can’t buy”, waarin hij vraagstukken van de markt, de democratie en de individuele verantwoordelijkheid centraal stelt.

De combinatie van extra taken en minder geld stimuleert de formulering van gemeentelijke visies op de ontwikkeling van goed functionerende maatschappelijke netwerken, waarin de overheid vooral ondersteunend optreedt en slechts voor de mensen die door de mazen van dat netwerk dreigen te vallen een vangnet biedt. We hebben hier te maken met een paradigmashift die menig leider in het openbaar bestuur kopzorgen baart. Politici en bestuurders die wakker liggen van het feit dat ze alsnog verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor incidenten en ongevallen, waarvoor ze de verantwoordelijkheid hebben verlegd naar het maatschappelijk veld of gemeentesecretarissen die zich het hoofd breken over de vraag wat dit voor de organisatie betekent en hoe de medewerkers meegenomen kunnen worden in deze beweging.

 

In de kern draait het bij de verschuiving naar Big Society om de mogelijkheden van burgers om zelf  oplossingen te vinden. Via een beroep op zelfredzaamheid, eigen kracht en sociale netwerken wordt gestreefd het afhankelijkheidssyndroom van de burger, de belangrijkste psychologische bijwerking van de verzorgingsstaat, te laten verdwijnen. Aan de andere kant heeft de overheid last van het omgekeerde psychologisch effect, zij neemt met moeite afstand van het gevoel verantwoordelijk te zijn en dingen te willen oplossen. Het kindje dat samenleving heet is goed verzorgd en volwassen, maar weigert het ouderlijk huis te verlaten, terwijl vadertje staat roept dat ze nu eindelijk op eigen benen moet gaan staan, maar het toch nog niet helemaal vertrouwd.

 

Daarbij komt dat de genoemde paradigmawisseling betrekking heeft op het morele niveau. De wijze waarop de overheid denkt en handelt is in Big Government op een andere waarden- en organisatielogica gebaseerd dan in Big Society. Bijvoorbeeld: waar in Big Government transparantie en gelijke behandeling kernwaarden zijn, staan daar in Big Society zelfbestuur en maatwerk tegenover. Kenmerkt de organisatie zich in Big Government door hiërarchische sturing, loketten en schotten, in Big Society vindt netwerksturing plaats en worden mandaten zo laag mogelijk in de organisatie belegd.

 

Terwijl de meeste professionals in het publiek domein, waaronder ambtenaren en bestuurders, zien dat de beweging van Big Government naar Big Society onafwendbaar is, even los van de vraag hoe ver deze beweging zal gaan, is er nog  weinig aandacht voor deze psychologische en morele betekenis voor het werken bij de overheid zelf. Is het eigenlijk niet vreemd dat waar de overheid streeft naar het aanboren van de eigen kracht van de burgers, er zo weinig aandacht is voor het vertalen van deze principes naar het werkgeverschap van de overheid?

 

Zeker in deze tijd van recessie waarin deze paradigmawisseling plaatsvindt, is een belangrijke vraag voor de overheid hoe de kwaliteit van de organisatie wordt behouden of verbeterd, terwijl tegelijkertijd gekort wordt op de personeelsbudgetten. Hier dreigt een verlammende situatie te ontstaan, indien de bedrijfscultuur risicomijdend gedrag bevordert. Veel mensen zullen zich dan wel drie keer bedenken voordat ze een avontuur aangaan. De bijl kan tenslotte zomaar vallen.

 

Het is de uitdaging waar de overheid als werkgever voor staat: het op een zodanige manier invulling geven aan het personeelsbeleid, waarin dezelfde principes centraal staan waarop de burger in Big Society wordt aangesproken. Een werkgeverschap waar de veiligheid niet in verworven rechten wordt gevonden, maar in het geloof in eigen kracht en kunde. Dat vergt een modern werkgeverschap waarin vertrouwen, flexibiliteit en eigen verantwoordelijkheid kernbegrippen zijn en arbeidsverhoudingen die interne en externe mobiliteit aantrekkelijk maken. Het is het zoeken naar vormen waarin de medewerkers vol trots in hun werk komen te staan, als startpunt voor het dynamischer maken van de organisatie.

 

Willen we niet allemaal het liefst een Zonnekoning zijn in ons eigen Koninkrijk? Zou het niet prachtig zijn als de overheid er als werkgever in slaagt om iedere werknemer die trots en onafhankelijkheid te laten ontdekken? Als de vertegenwoordigers van de overheid datgene etaleren wat ze van de samenleving verlangen en dat we allen tezamen, burgers en overheid, kunnen zeggen: ‘l’etat c, est moi’!

 

Johan Bouwmeester

Bestuursadviseur CBE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.