of 59045 LinkedIn

De WNT haalt geen streep door ‘passende regeling’ bij ontslag

Reageer

AfbeeldingMr. V.L.S. (Vincent) van Cruijningen

 

Op 29 juni 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep de eerste uitspraak gedaan over de toepassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in de sector Gemeenten (ECLI:NL:CRVB:2015:1924, TAR 2015/120). Op basis van die wet mag een vertrekpremie van een topfunctionaris niet hoger zijn dan € 75.000,--, tenzij er een dwingend voorschrift is dat de ambtenaar meer aanspraken toekent. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ontslag van een gemeentesecretaris, griffier of directeur van een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Waar ging het in deze zaak om: voor een directeur van een bedrijf in de sociale werkvoorziening werd een uitkeringsregeling getroffen in verband met een ontslag wegens het ontstaan van een impasse in de arbeidsverhouding. Op grond van de rechtspositieregeling moet dat, maar is het aan het bevoegd gezag om te bepalen wat die regeling in het concrete geval inhoudt. Hoewel er sinds 1 juli 2008 geen verplicht minimum meer geldt, leert de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat in een normaal geval een uitkering moet worden gegarandeerd op het niveau van de WW, aangevuld met zowel de aanvullende als na-wettelijke uitkering op grond van de CAR/UWO. Hier was uitgerekend dat die uitkeringen samen het bevoegd gezag ruim € 700.000 zouden kunnen gaan kosten, dit nog afgezien van mogelijke discussie over de vraag of het niet meer zou moeten zijn. Na mediation kwamen partijen overeen de uitkeringsaanspraak in een keer af te kopen voor een bedrag van € 311.000,-- bruto, waarin naast 30% van de uitkeringsrechten ook een bedrag was begrepen om de re-integratiefase af te kopen en een bedrag als compensatie voor pensioenschade.

Op het moment waarop deze afspraak werd gemaakt was de  WNT slechts enkele maanden in werking en kon nog niet goed worden voorspeld hoe onder die nieuwe wet zou worden omgegaan met de afkoop van uitkeringsrechten. Toen bleek dat de accountant onder andere de afkoop in strijd achtte met de WNT, hebben partijen de afspraak gemaakt de reeds getroffen regeling in te trekken en aan de rechter te vragen een regeling zoals zij die zelf hadden bedacht alsnog vast te stellen. De WNT laat de rechter namelijk vrij een hogere beëindigingsvergoeding toe te kennen, als deze vindt dat € 75.000,-- in het betreffende geval te mager is. De rechtbank in Den Bosch ging daarin mee en trof de regeling die partijen voor ogen stond, zij het dat de afkoop in haar visie beperkt had moeten blijven tot 30% van de uitkeringsrechten, plus een bedrag van € 75.000,--.

Van dit oordeel zijn beide partijen in hoger beroep gekomen. Daarbij werd kort gezegd aan de Raad de vraag voorgelegd of de rechtbank het afkoopbedrag ten onrechte lager heeft vastgesteld dan partijen hadden beoogd.

De Raad laat de uitspraak van de rechtbank in stand, maar bevestigt ook dat de WNT geen verandering heeft gebracht in de verplichting voor een overheidswerkgever om bij een ontslag wegens een impasse een passende regeling te treffen die in overeenstemming is met de regels die daarvoor zijn ontwikkeld in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Dat oordeel sluit in dat ook hier de uitzondering van toepassing is op de hoofdregel van de WNT, die inhoudt dat in verband met een ontslag van een topfunctionaris geen beëindigingsvergoeding mag worden uitgekeerd die hoger is dan € 75.000,--. De CAR/UWO moet worden gevolgd, of dat nu leidt tot een uitkering die hoger is dan het maximum op basis van de WNT of niet, ook al is hier sprake van een regel die in zekere zin niet dwingend is geformuleerd en die het bestuursorgaan een bepaalde vrijheid laat bij de beoordeling wat in het concrete geval passend is. Volgens de Raad is hoofdstuk 10d in zoverre te beschouwen als een wettelijk voorschrift in de zin van de WNT, zo blijkt uit de uitspraak. Bovendien zegt de Raad heel duidelijk dat die uitkeringsrechten ingeval van een ontslag van een topfunctionaris in de sector Gemeenten kunnen worden afgekocht, dit ondanks het feit dat daarvoor geen uitdrukkelijke grondslag is te vinden in hoofdstuk 10d van de CAR/UWO of een andere wettelijke regeling. De minister die verantwoordelijk is voor de WNT zag dat allemaal heel anders, zo bleek tijdens de procedure, en heeft met verwijzing naar (onder meer) deze uitspraak al aangekondigd na te gaan denken hoe het nu verder moet.

De winst van deze uitspraak is dus dat de rechter er niet meer aan te pas hoeft te komen om voor een topfunctionaris in de sector Gemeenten een uitkeringsregeling te treffen die de grens van € 75.000,-- te boven gaat. Dat mag op basis van de CAR/UWO, mits daarbij de uitgangspunten in acht worden genomen die in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep zijn ontwikkeld. Als er naast de rechten die iemand met inachtneming van die jurisprudentie toekomen nog een extra bedrag wordt betaald in het kader van zo’n ontslag, geldt daarvoor in beginsel wel het maximum van € 75.000,--. Het bestuursorgaan mag (of liever: moet) daar zelf een standpunt over innemen, dat vervolgens door de rechter kan worden getoetst als de ambtenaar het met de opvatting van zijn werkgever niet eens is. Als het goed is smoort deze uitspraak discussie met de accountant over de vraag of zo’n regeling de ambtenaar meer mag opleveren dan € 75.000,-- in de kiem, al zijn er wel aanwijzingen dat daar door sommigen toch nog anders over wordt gedacht.

 
De uitspraak is het bewijs dat ook in het bestuursrecht snel duidelijkheid kan komen te bestaan over een zaak waarin zowel het betrokken belang als de te beantwoorden rechtsvraag iets om het lijf hebben: het primaire besluit dateert van 11 juli 2014, de uitspraak van de rechtbank van 12 september 2014 en de einduitspraak in hoger beroep volgt nog binnen het jaar na de start. Of dat ook zo snel kan als er straks ‘genormaliseerd’ is staat nog maar te bezien.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Afbeelding

 

Vestiging ´s-Gravenhage

Laan Copes van Cattenburch 56, 2585 GC ’s-Gravenhage

T 070-364 81 02; F 070-361 78 47

s-gravenhage@capra.nl


Vestiging ´s-Hertogenbosch

Bastion Vught 1, 5211 CZ ’s-Hertogenbosch
Postbus 11078, 5200 EB ’s-Hertogenbosch

T 073-613 13 45; F 073-614 82 16

s-hertogenbosch@capra.nl


Vestiging Zwolle

Terborchstraat 12, 8011 GG Zwolle

T 038-423 54 14; F 038-423 47 84

zwolle@capra.n


Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7, 6221 BS Maastricht

T 043-760 06 00; F 043-760 06 09

maastricht@capra.nl


www.capra.nl

Meer nieuws

Cursusaanbod Capra Academie

Capra biedt diverse cursussen in company aan. Meer informatie leest u op onze website.

Afbeelding

GR-scan

Afbeelding

 

Capra toetst uw gemeenschappelijke regeling op noodzakelijke wijzigingen ingevolge de gewijzigde Wgr.

Lees er hier meer over. 

Capra werkt in het publieke domein

 

 

App store

Capra Concreet