of 58959 LinkedIn

‘Werk maken van Duitsland’

De politiek in Overijssel praat al wat jaren over het aanhalen van de banden met de oosterburen, van het uitwisselen van orkesten tot het vestigen van Twentse bedrijven op de luchthaven Münster-­Osnabrück, maar van een Duits lobbykantoor kwam het niet. Terwijl de provincie wel al jaren met Gelderland in Brussel lobbyt via het Huis van de Nederlandse Provincies.

Voor de provincies is Brussel overal. En in Overijssel hebben ze ook nog eens Duitsland om de hoek. Het is daarom cruciaal dat Nederland als voorzitter van de EU werk maakt van betere Europese regelgeving, zegt commissaris in Overijssel en IPO-voorzitter Ank Bijleveld-Schouten.

Wie wordt de eerste Overijsselse ­lobbyist in Noordrijn-Westfalen? De vacature stond vorige maand op binnenlandsbestuur.nl; de eerste sollicitatieronde was vandaag, de laatste is op 21 maart. En dan als de wiedeweerga naar Düsseldorf, om er met Gelderland en Limburg een ständige Vertretung te openen.

Want, zegt de Overijsselse CDA-commissaris van de koning Ank Bijleveld-­Schouten: ‘Voor de moderne en proactieve provincie zijn er geen grenzen. We hebben veel gemeenschappelijks met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen en enorm veel mogelijkheden om elkaar sociaal en economisch te versterken. We zijn één economische regio en bepalen elkaars vitaliteit. Op 28 april openen we de nieuwe vertegenwoordiging officieel. We maken er echt werk van.’

De politiek in Overijssel praat al wat jaren over het aanhalen van de banden met de oosterburen, van het uitwisselen van orkesten tot het vestigen van Twentse bedrijven op de luchthaven Münster-­Osnabrück, maar van een Duits lobbykantoor kwam het niet. Terwijl de provincie wel al jaren met Gelderland in Brussel lobbyt via het Huis van de Nederlandse Provincies. ‘We hebben er misschien wel te weinig aan gedaan’, erkent Ank Bijleveld, ‘hoewel we natuurlijk al lang bestuurlijk samenwerken in het overleg tussen de drie Nederlandse grenscommissarissen en de Duitse evenknieën.’

Er was ook een praktische aanleiding voor het opzetten van een lobbybureau. Bijleveld: ‘Buitenlandse Zaken bezuinigt tegen onze zin op het consulaat in Düsseldorf. Maar dat geeft ons wel de kans om voor onszelf te beginnen en contacten op te bouwen.’ Een lobbykantoor past ook meer bij de proactieve provincie en de nieuwe rol van ‘het middenbestuur in een netwerksamenleving.’

Werkmakelaar
De eerste lobbyist van Overijssel moet, aldus staat te lezen in de vacature, een ‘goede kennis/beheersing van de Duitse taal’ hebben of bereid zijn om ‘door middel van een stoomcursus taalkennis en spreekvaardigheid’ te verbeteren. Want vind anno 2016 namelijk maar eens iemand die vloeiend Duits spreekt en óók nog eens ‘bestuurs- en organisatiesensitief, netwerkvaardig en omgevingsbewust is, visie heeft en doelbewust handelt.’ Feit is dat anno 2016 meer Duitse studenten Nederlands leren dan Nederlandse studenten Duits, en dat terwijl kennis van het Duits veel kansen biedt in de grensstreek. Over de grens, waar de werkloosheid laag is, bestaat behoefte aan zorgwerkers die in Twente werkloos zijn.

Ank Bijleveld: ‘De Twente Board heeft mensen aangesteld in Duitsland om als werkmakelaar te fungeren. Duitse verzorgingstehuizen hebben onlangs in Twente geworven. De diploma’s zijn niet het probleem, wel de taal. Je kunt in de Euregio je eigen dialect spreken, maar het is echt een pre als je Duits spreekt. Dat belang wordt schromelijk onderschat. We hebben als grensprovincies daarom het kabinet een brief geschreven waarin we ervoor pleiten om het Duits op school te promoten. Het is echt een blinde vlek in Den Haag. Ons handels­volume is bijna 170 miljard euro. Duits zou op de middelbare school gewoon weer een verplicht vak moeten worden.’

De commissaris van de koning spreekt goed Duits en dat behoort vanzelfsprekend te zijn voor bestuurders in de grensstreek, meent ze. Als was het maar omdat de regiovergaderingen in het Duits worden gehouden. ‘In de profielschets van de nieuwe burgemeester in Enschede stond niet voor niets dat hij of zij Duits moest spreken. Ik heb het er ook met alle kandidaten over gehad. Onno van Veldhuizen, die in oktober is geïnstalleerd, promoveerde in Osnabrück en is meteen begonnen met het aanhalen van de Duitse contacten.’

Onbestaanbaar
De, ook in het Duits vertaalde, Enschedese profielschets zal ­trouwens door menig Provinzverwalter ­kopfschüttelnd zijn gelezen. ‘Door je inlevingsvermogen en aanpassingsvermogen voelt iedereen zich op zijn gemak naast je.’ Je dit, je dat – alsof de gemeenteraad en de toekomstige burgemeester met elkaar op school hebben gezeten.

‘Ja, dat is in Duitsland onbestaanbaar’, schatert de Overijsselse commissaris. ‘Wij duzen nie in onze vergaderingen met de Duitse collega’s. De Regierungspräsident van de Regierungsbezirk Münster is Herr Professor Doctor Klenke. Ik ben Ank. Toen ik hier net was aangetreden, wilde een waterschap een conferentie organiseren met Duitse deelnemers. Maar de Duitse bestuurders kwamen niet, want de commissaris van de koningin moest erbij zijn. Bij ons is een waterschap een zelfstandig bestuursorgaan, in Duitsland niet. Daar moet je rekening mee houden.’

Om inzicht te krijgen in de sociaal-culturele gevoeligheden, organiseert de Duits-Nederlandse Handelskamer de cursus ‘Etiquette in Duitsland’. Ank Bijleveld: ‘De commissarissen in Limburg, Gelderland en ik hebben met de drie ­Regierungspräsidenten ook zo’n cursus gedaan. Welke raakvlakken zijn er, welke verschillen. Wij proberen snel persoonlijk contact te leggen. Dat doen Duitsers niet. Wij zijn informeel en onderschatten de hiërarchie. Het lijkt wel alsof met het wegzakken van de kennis van het Duits ook onze kennis van Duitsland is weggezakt. Daarom vroegen we in Enschede, maar ook in Losser, om een burgemeester die de Duitse cultuur kent en zich op zijn gemak voelt bij de Nachbarn.’

Vluchtelingen
Die oosterburen ondervinden, nog veel meer dan Nederland, de gevolgen van de toestroom van vluchtelingen  (vorig jaar meer dan een miljoen), een onderwerp dat, net als terrorisme, het Nederlandse voorzitterschap van de EU tot 1 juli wel zal domineren. Toch hoopt commissaris Bijleveld, sinds 1 januari tevens voorzitter van het Interprovinciaal Overleg (IPO), dat het kabinet zich sterk zal maken voor de voorzitterschaps­prioriteiten die vorig jaar werden gesteld: innovatie, betere ­regelgeving en betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties.

Bijleveld: ‘Omdat provincies op die terreinen ook verantwoordelijkheden dragen, hebben we allerlei mogelijkheden tot samenwerking voorgesteld en het aanbod gedaan om provinciale projecten te presenteren die inzetten op energiebesparing en hernieuwbare energie. Dat zou in Amsterdam moeten gebeuren, want daar gebeurt alles rond het EU-voorzitterschap, hoewel wij het eigenlijk ergens anders hadden willen doen.’

Voor de twaalf provincies, verenigd in het IPO, is het accent van het ­Nederlandse voorzitterschap van de EU op betere wet-en regelgeving uit Brussel vitaal, benadrukt de IPO-voorzitter. ‘Talloze Europese regels zorgen door verkokering, ongeschiktheid voor de problemen van nu, controledruk en omdat ze hun doel voorbij schieten namelijk voor grensoverschrijdende knelpunten. Denk aan regels over arbeid, sociale zekerheid en belastingen. Sommige moeten we in Den Haag wegwerken, andere in Duitsland, maar de meeste in Brussel.’

Die knelpunten zijn juist zo akelig, omdat de provincies door de vaderlandse decentralisaties en de grotere aandacht in Brussel voor de regio’s meer te maken krijgen met uitvoering van Europese wet- en regelgeving, ervaart commissaris Bijleveld. ‘Dat is goed. Wij hebben immers een uniek zicht op de wensen en noden in de regio. Arbeidsmarkten werken op regionaal niveau. Wij zijn met onze Duitse buren een regio, niet met Den Haag. We krijgen meer instrumenten in handen om de regio te bedienen, maar dan moeten we wel weten welke gevolgen EU-voorstellen voor de ­provincies hebben en hoe ze kwalitatief in elkaar steken. Daarom hebben we ook met de VNG en het kabinet afgesproken om proactief betrokken te worden bij de Nederlandse inbreng in Brussel.’

Agendabepalend
Het IPO kan en moet zelf ook wat doen om de provincies een betekenisvollere rol te laten spelen, meent ze. ‘De rol van de provincie staat niet langer ter discussie. De tijd dat Den Haag aan ons nut twijfelde, is voorbij. Kijk naar de provinciale taken rond asielzoekers, de Omgevingsvisie, regionale economische ontwikkelingen of de overdracht van nationale parken. Maar we moeten wel proactiever en agendabepalend worden. Van oplossingen van nu, naar: hoe doen we het straks?’

De maatschappelijke en regionale opgaven moeten daarbij volgens Ank Bijleveld leidend zijn. ‘In het verleden was de vraag voor het middenbestuur: ga je erover of niet? Dat is niet van deze tijd. Als de samenleving verandert, dan moet de vraag voor provincies zijn: doe je mee of niet? Denk aan de energietransitie, versterking van de concurrentiekracht van de stedelijke regio’s en het behouden van de leefbaarheid op het platteland. Dat vraagt om het maken van een keuze tussen verschillende rollen, waarbij de kwaliteit van het openbaar bestuur belangrijker wordt. We moeten namelijk niet onze eigen beproefde taken centraal stellen, maar met andere partijen maatschappelijke problemen zien en die niet op eigen houtje proberen op te lossen, maar gezamenlijk.’

Het middenbestuur is volgens Ank Bijleveld de ideale bestuurslaag om de ­verbindingen in een veranderende samenleving te leggen. Want, zegt ze: ‘Sommige dingen kunnen niet lokaal worden opgelost, maar verdragen ook geen grote afstand. Wij hebben de perfecte schaal. Een voorbeeld is de vluchtelingencoördinatie, waar commissarissen nu als rijksheer taken voor het rijk uitvoeren. Wij weten wat speelt in de provincie. Gelukkig onderkent Den Haag dat nu. Wij hebben in het provinciehuis in Zwolle de voorzitters van de twee veiligheidsregio’s aan de regietafel met het COA. Waar kunnen vluchtelingen worden ondergebracht? Wat moet jij doen, wat doe ik?

In onze toekomstvisie Kompas 2020 noemt het IPO de provincie daarom ook een ‘belangenassambleur’. Het bij elkaar brengen van belangen, het ­onderkennen van problemen en het ­leveren van kennis.’

Spetteren
Natuurlijk moet de provincie verder blijven ‘zwemmen zonder te spetteren’. ‘Gewoon de dingen goed doen die we behoren te doen. Er moet gehandhaafd worden, we moeten zout strooien, zorgen voor natuur en fatsoenlijke vergunningen afgeven. Dat hoeven mensen niet allemaal te zien, als het maar goed loopt. Als er veel onrust in de provincie is over asielzoekers, dan spetter je wel, maar op de verkeerde manier. Als je niet spettert, doe je het dus kennelijk goed. Wij realiseren die opvangplekken.’ 

Je moet wél spetteren, zegt Bijleveld, als Den Haag opeens geen rol meer ziet voor het middenbestuur. ‘Of als D66-aanvoerder in de Tweede Kamer Pechtold tijdens de campagne voor de Statenverkiezingen roept dat de provincies hun spaargeld niet moeten oppotten, maar dienen uit te geven aan de regionale economie. We doen niet anders!’

Overijssel heeft volgens Bijleveld 8,5 miljoen geïnvesteerd in de pyrolyse­fabriek in Hengelo, waar hout en houtsnippers in een paar seconden worden omgezet in bio-olie. De provincie investeert 200 miljoen euro via het Energiefonds Overijssel en 40 miljoen euro via het Innovatiefonds in de economie. ‘Dat moeten wij beter voor het voetlicht brengen. Net zoals we naar Düsseldorf en Brussel gaan, moeten we dit goede nieuws ook in Den Haag vertellen.’


CV
Ank Bijleveld werd op 17 maart 1962 geboren in ­IJsselmuiden (Overijssel). Ze studeerde bestuurskunde en werkte bij de gemeente Hengelo. In 1986 werd ze raadslid voor het CDA in Enschede. Drie jaar later werd ze lid van de Tweede Kamer. In 2001 werd Bijleveld burgemeester van de fusiegemeente Hof van Twente. Van  2007 tot 2010 was ze staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Ank Bijleveld is sinds 1 januari 2011 commissaris in Overijssel en sinds 1 januari van dit jaar tevens voorzitter van het Interprovinciaal ­Overleg (IPO).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.