of 59045 LinkedIn

Te gezellige waakhond

De trend van opschaling is onstuitbaar, stelt Hans Disch, interim-directeur van OLON. Alleen in groter verband – OLON heeft een ‘verzorgingsgebied’ van tussen 100.000 en 500.000 inwoners voor ogen – kunnen de lokale omroepen hun bedrijfsvoering professionaliseren, de (journalistieke) inhoud van programma’s en berichtgeving verbeteren en multichannel werken.

Veel lokale publieke omroepen ontstijgen amper het niveau van de plaatselijke etherpiraat. Koepel-organisatie OLON en de VNG pleiten voor schaal­vergroting. ‘Het is niet de bedoeling om met overheids­geld plaatjes te draaien voor tante Mien.’

Studio040, de publieke omroep voor Eindhoven en Geldrop-Mierlo, rouwde deze zomer mee met de kijkers en luisteraars. De zender besteedde doorlopend aandacht aan omgekomen Eindhovenaren en andere streekgenoten, aan herdenkings­bijeenkomsten en andere zaken die te maken hebben met het gruwelijke lot van de inzittenden van vlucht MH17. Tussendoor boden zender en website ook ander klein en groot nieuws, zoals Eindhovenaren die verkoeling zochten in het water, en de miljoenenfraude met grondtransacties in het naburige Nuenen.

Studio040 bedient de inwoners van ‘Groot Eindhoven’ dagelijks met een nieuwsuitzending op tv, aangevuld met andere programma’s. Maandelijks is er een gesprek met de Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel en er wordt structureel aandacht besteed aan allerlei bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Geen kwestie van ‘wie betaalt bepaalt’, vertelt directeur-hoofdredacteur Michiel Bosgra van Studio040: ‘De redactie is onafhankelijk en maakt haar eigen afwegingen. En Van Gijzel zit niet te wachten op een kabbelend gesprek. Dat levert geen spannende televisie op en nauwelijks reacties.’

Studio040 is voortgekomen uit de lokale omroepen van Eindhoven en Geldrop-Mierlo, die ook voor een deel van de financiering zorgen. Aanvankelijk bediende de zender uitsluitend Eindhoven. De omroep maakte een nieuwe start toen Eindhoven op basis van prestatieafspraken bereid was extra financiële ondersteuning te bieden. Met dat geld kon de omroep in 2010 een vaste kern van (voornamelijk jonge) professionals aantrekken, die dagelijks de kernprogrammering verzorgt en stagiairs en vrijwilligers begeleidt. Geldrop-Mierlo kwam erbij toen de lokale omroep in die gemeente financieel in zwaar weer kwam. Formeel betreft het aparte stichtingen, maar in de praktijk is sprake van een fusie.

Opgeslokt
In Geldrop-Mierlo hadden inwoners aanvankelijk het gevoel dat hun lokale omroep werd opgeslokt door Eindhoven. Maar volgens Bosgra wil niemand terug naar de oude situatie. ‘Hun lokale radio omroep draaide vooral plaatjes, las de krant voor en hield een achterhaald medium als de kabelkrant in de lucht. Na het samengaan kreeg Geldrop-Mierlo voor het eerst lokale tv, meer kwaliteit en een redactie die veel actiever is. Per saldo krijgen ze nu méér lokaal nieuws.’

Wel hebben de twee gemeenten nog hun eigen Programma Beleidbepalend Orgaan (PBO), een lokale vertegenwoordiging van kijkers en luisteraars. Maar Bosgra sluit niet uit dat streekomroepen in de toekomst een gezamenlijk PBO krijgen. ‘Als er een streekomroep ontstaat waarbij je met tien PBO’s werkt, wordt het anders wel erg ingewikkeld.’

De medewerkers van Studio40 verslaan in toenemende mate nieuws uit omliggende gemeenten. ‘Veld­hoven bijvoorbeeld,’ verduidelijkt Bosgra. ‘Daar zit de voor de hele regio belangrijke werkgever ASML. En toen in onze achtertuin het gemeentehuis van Waalre afbrandde, vonden we dat voor inwoners van Eindhoven ook relevant nieuws. Automatisch schuiven de grenzen op. Technische beperkingen zijn er feitelijk niet, want via de glasvezel kan ons tv-signaal door UPC in heel Zuidoost-Brabant worden doorgegeven. Dat het niet gebeurt, ligt aan de mediaboxen bij mensen thuis. Die filteren het signaal van buiten de eigen gemeente weg.’

Met de regionale Omroep Brabant wisselt de redactie dagelijks onderwerpenlijstjes uit. Kan de één niet naar een persconferentie en gaat de ander wel, dan wordt op verzoek materiaal uitgewisseld. Op projectbasis is er van tijd tot tijd samenwerking met het Eindhovens Dagblad en andere media.

Visitekaartje
Studio040 geldt als een van de visitekaartjes van de OLON, koepelorganisatie van lokale omroepen. Die wil de komende jaren het aantal publieke lokale omroepen uitdunnen naar 50 tot 100 en nieuwe omroepen vormen met een mix van vrijwilligers en professionals. Nu zijn het er nog 283, eenderde daarvan kan nauwelijks het hoofd boven water houden.

De trend van opschaling is onstuitbaar, stelt Hans Disch, interim-directeur van OLON. Alleen in groter verband – OLON heeft een ‘verzorgingsgebied’ van tussen 100.000 en 500.000 inwoners voor ogen – kunnen de lokale omroepen hun bedrijfsvoering professionaliseren, de (journalistieke) inhoud van programma’s en berichtgeving verbeteren en multichannel werken.

Is de schaal van de provincie te grof; de puur lokale is volgens de OLON te benepen. Sociaal-culturele verbondenheid zit naar de mening van Disch vooral in streken: ‘Het mooiste voorbeeld is Twente. Iedereen snapt dat dit een echte streek is. De leefwereld van de burger stopt niet bij de gemeentegrenzen, maar omvat tevens de omgeving waarin hij werkt, uitgaat, boodschappen doet. Dat uitgangspunt betekent een radicale omslag, waarbij we de burger centraal stellen.’

De huidige publieke omroepen zijn volgens Disch te rigide georganiseerd volgens de bestuurlijke kaart van Nederland: ‘Je hebt landelijke, provinciale en gemeentelijke omroepen. Kijkend naar de provinciale omroepen moet je je voorstellen dat de leefwereld van de burgers in Roosendaal echt niks te maken heeft met die van Helmond, terwijl dat toch ook Brabant is.’

Volgens Disch gaat het bij vernieuwing van het bestel niet primair om meer geld, maar vooral om beter organiseren en het delen van (technische) infrastructuur: ‘Alleen als lokale omroepen samenwerken in één streek, kan dat een lokaal toereikend media-aanbod opleveren op radio, tv en internet. Een beetje vergelijkbaar met de decentralisaties, waarbij een gemeente niet in zijn eentje de Wmo of de Jeugdzorg uitvoert, maar dat samen met andere gemeenten doet.’

Nieuwe realiteit
Een minstens zo belangrijk motief voor de beoogde verandering is dat medialandschap en consumenten­gedrag sterk veranderen. Internet speelt daarbij een cruciale rol. ‘Er is een gigantische hoeveelheid content beschikbaar: video en audio, afbeeldingen en tekst. En er zijn nieuwe technologieën: digitale radio en tv, uitgesteld kijken, tv on demand en apps. Kijkers en luisteraars willen alle informatie op alle momenten, op alle schermen waarover zij beschikken’, aldus Disch. ‘Als wij ons als lokale omroepen niet aanpassen aan deze nieuwe realiteit, kunnen we onze taak niet meer uitoefenen.’

Veel lokale omroepen missen daarvoor volgens hem de infrastructuur, of ze kunnen in hun eentje de productiemiddelen niet betalen. ‘De ontwikkeling naar streekomroepen raakt door de drie grote decentralisaties en de vorming van regionale organen als de omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s in een stroomversnelling’, constateert Lydia Jongmans, senior beleidsmedewerker van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. ‘Steeds meer heerst het besef dat je een zekere schaal moet hebben, wil je professioneel iets kunnen aanbieden.’

Met de VNG heeft de OLON inmiddels een convenant gesloten, waarin zij samen de criteria voor een wettelijk verplicht ‘toereikend lokaal media-aanbod’ vaststellen, met dagelijks actueel nieuws op radio, tv en internet. De omroepen nieuwe stijl hebben minimaal één professionele journalist in dienst om de kwaliteit en continuïteit te garanderen en een begroting van minimaal vijf ton per jaar. Daarbij zal van de omroep worden verwacht dat deze minimaal de helft daarvan zelf binnenhaalt, bijvoorbeeld uit reclame of samenwerking met andere omroepen en uitgevers. De verwachting is dat de omroepen door schaalvergroting of samenwerking meer geld ‘uit de markt’ kunnen halen.

Penibel
De penibele situatie waarin veel regionale en lokale media permanent verkeren, is voor de VNG een bron van zorg, vooral waar het hun gezamenlijke invulling van hun rol als ‘waakhond van de lokale democratie’ betreft, zegt Jongmans. ‘Zeker als in ogenschouw wordt genomen dat het takenpakket van de gemeenten enorm wordt uitgebreid, waardoor de controlerende taak van de media eerder sterker zou moeten worden dan uitgehold.’

De afspraken tussen OLON en VNG moeten ook een eind maken aan de vele lokale discussies over gemeentelijke bekostiging. ‘Als lokale omroepen slecht functioneren, vinden politici altijd dat die te veel geld kosten,’ weet Bosgra. ‘Maakt niet uit of het om vijfduizend euro subsidie gaat of om vijf ton. Maar afgezet per inwoner is de financiering het laagst van alle soorten publieke omroep; het gaat om dubbeltjes.’

In Eindhoven is achter die slepende discussie volgens hem in 2009 een punt gezet, door goede afspraken. ‘De gemeente Eindhoven betaalt ongeveer drie keer het richtsnoer­bedrag van €1,30 per huishouden. De financiering is begin dit jaar zonder noemenswaardige discussie met vijf jaar verlengd.’

Bosgra raadt lokale omroepen die willen samenwerken met de ‘buren’ aan dat niet in grote stappen te doen, maar op projectbasis te experimenteren. ‘Ik kan me voorstellen dat ze niet direct het belang zien van samengaan of samenwerken, zeker niet als ze redelijk draaien. Vrijwilligers hebben daar jarenlang bloed, zweet en tranen in gestopt. Als zij elke week aandacht aan onderwerpen uit de gemeente besteden, zijn ze verhoudingsgewijs al goed bezig. De aandacht moet vooral gaan naar de vele lokale omroepen die nauwelijks iets voor elkaar krijgen. Ik woonde in Gouda, waar de lokale tv eens in de maand een studioprogramma brengt dat nergens over gaat. Je zet op dinsdagochtend de radio aan en hoort “goedenavond, vrijdag, tijd voor klassieke muziek!” Dat soort omroepen is slecht voor het draagvlak en imago van lokale zenders.’

‘Er zijn veel lokale omroepen die behalve amusement geen maatschappelijke meerwaarde hebben, maar wel bekostiging ontvangen van de overheid’, aldus Hans Disch. ‘Iedereen in onze sector die echt de ambitie onderschrijft van wat een publieke omroep zou moeten zijn, vindt dat daaraan een halt moet worden toegeroepen. Het is niet de bedoeling met overheidsgeld plaatjes te draaien voor tante Mien. Dat kan onderdeel zijn van het totale aanbod, maar journalistieke, onafhankelijke informatievoorziening moet de kern zijn. Wil je dat niet, stop dan als publieke omroep en word commerciële internetradio. Wij hoeven daar met z’n allen geen cent in te stoppen.’


Bekostigingsplicht
Gemeenten hebben sinds 2010 een bekostigingsplicht voor lokale omroepen in het publieke bestel, maar de Mediawet noemt geen expliciet bedrag. Het Commissariaat voor de Media heeft daarop aangegeven dat gemeenten minimaal een ‘richtsnoerbedrag’ van €1,30 per huishouden zouden moeten bijdragen, maar daarvan af mogen wijken als zij rekening houden met andere inkomsten van de omroep. Anders dan bij een ‘gewone’ subsidie kunnen ze niet zomaar snijden in de lokale omroepbijdrage. Doen zij dat wel, dan moeten zij onderbouwen dat de omroepen hier nog een ‘wettelijk toereikend media-aanbod’ mee kunnen realiseren en dat de continuïteit in de programmering niet in gevaar komt. Gemeenten die minder wilden afdragen, maar niet konden aantonen dat ze voldeden aan de zorgplicht, zijn door de rechter teruggefloten. Mede om een eind te maken aan de vele lokale disuccies over bekostiging en kwaliteit hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de OLON, brancheorganisatie van lokale omroepen, een nieuw convenant gesloten. De €1,30 wordt nog steeds gezien als een absolute minimumbijdrage. Volgens het Commissariaat voor de Media krijgt een ruime meerderheid van de omroepen een bijdrage onder dat normbedrag. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door richard de both op
informatie moet een opvulling zijn geen verplichting we moeten toe naar lokale commerciele omroepen wel informatie maar maximaal 5 minuten om het half uur