of 58959 LinkedIn

Starre regels remmen opvang

Bij het oplossen van de huisvestingsproblematiek – acuut geworden door de toestroom van vluchtelingen deze zomer – lopen gemeenten geregeld vast op lokale, provinciale en landelijke regelgeving. Over ruimtelijke ordening, maar ook over werk en inkomen, huurcontracten en financiering.

Ambtenaren die de bureaucratie verwensen; je vindt ze op alle gemeentehuizen in de teams die met man en macht proberen statushouders te huisvesten. Waarom is kantoortransformatie zo complex? En hoe vind je woningen voor jonge asielzoekers met een te lage uitkering?

Bij het oplossen van de huisvestingsproblematiek – acuut geworden door de toestroom van vluchtelingen deze zomer – lopen gemeenten geregeld vast op lokale, provinciale en landelijke regelgeving. Over ruimtelijke ordening, maar ook over werk en inkomen, huurcontracten en financiering. Het nieuwe Ondersteuningsteam Asiel en Vergunninghouders OTAV moet binnenkort veel vragen kunnen beantwoorden en verzamelt goede voorbeelden uit de praktijk. Waarom zou elke gemeente opnieuw op een brief zitten broeden om de buurt te informeren?

In Utrecht zijn het de bijstands- en huurtoeslagregels die Ineke Stappers en Niene Oepkes voor grote uitdagingen plaatsen. Hun team Vreemdelingen­zaken is verantwoordelijk voor het huisvesten van statushouders en een belangrijk deel van die groep bestaat in hun stad uit jongeren tussen 18 en 21 jaar die in Nederland geen familie hebben. ‘Met deze groep lopen we vast, simpelweg omdat we het financiële plaatje niet rond krijgen’, zegt Oepkes.

Hun netto inkomen – een bijstandsuitkering voor jongmeerderjarigen aangevuld met bijzondere bijstand – is krap 600 euro per maand. Daarvan moeten zij woonlasten betalen, een zorgverzekering en voorzien in hun dagelijks levens­onderhoud. Recht op huurtoeslag hebben ze (nog) niet. Het algemene beleid om een uitkering voor jongeren van 18 tot 21 jaar onaantrekkelijk te maken, pakt onredelijk uit voor deze statushouders, zegt Oepkes. Collega Stappers noemt als mogelijke oplossing een specifieke tijdelijke toeslag vanuit de Participatiewet, gelimiteerd tot een maximum huurprijs. Dat vraagt om nieuwe richtlijnen van de rijksoverheid.

Werkconferentie
De Utrechtse casus is een van de vele die worden besproken tijdens de eerste werkconferentie van Platform Opnieuw Thuis, dat gemeenten ondersteunt bij het huisvesten van vergunninghouders. Deelnemers aan de bijeenkomst zijn ambtenaren en bestuurders van de Utrechtse gemeenten. Ook woningcorporaties, vastgoedmensen en medewerkers van vluchtelingenwerk zijn aanwezig. Na Utrecht volgen bijeenkomsten in de andere provincies.

Steeds met als doel om goede ervaringen met elkaar te delen en knelpunten te inventariseren, legt Marco Florijn uit. Hij is ambassadeur van Opnieuw Thuis, begin dit jaar opgericht onder leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie en in samenwerking met het rijk, provincies (IPO), gemeenten (VNG), het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), Aedes en Platform31.

Drie onderwerpen springen er in Utrecht uit, wat Florijn betreft. De aandacht voor het transformeren van maatschappelijk vastgoed naar woningen, de vele vragen over het creëren van draagvlak voor het huisvesten van statushouders en de behoefte aan overleg met experts of collega’s die al verder zijn. Het ondersteuningsteam kan in die laatste behoefte voorzien.

Dat de aandacht voor transformeren van maatschappelijk vastgoed groeit, merkt ook Ingrid de Moel, directeur van Bouwstenen voor Sociaal, platform voor maatschappelijk vastgoed. ‘Om snelheid te kunnen maken bij hun huisvestingstaak kijken steeds meer gemeenten naar wat zij zelf aan vastgoed beschikbaar hebben. Sommige buurthuizen en scholen staan leeg, bij andere zit er via een leegstandsbeheerder één bewoner in. Daar zou na een verbouwing plek kunnen zijn voor twintig gezinnen. Die mogelijkheden komen nu ineens in beeld.’

Terecht, wat haar betreft. Want maatschappelijk vastgoed heeft een groot voordeel ten opzichte van kantoren: het is meestal gesitueerd in een woonomgeving. De Moel is dan ook blij met het voornemen dat door de Utrechtse ambtenaren en bestuurders werd uitgesproken tijdens de bijeenkomst: elke gemeente brengt drie panden maatschappelijk vastgoed in voor de huisvestingsopgave. ‘Als alle gemeenten in Nederland dat zouden doen, zijn we in een klap van de achterstanden verlost.’

Woningdelen
Gemeente Stichtse Vecht experimenteert met een ander type oplossing: woningdelen. Draagvlak is daarbij een van de aandachtspunten, zegt Koos Lieshout, beleidsadviseur bij de gemeente. De woningcorporaties huisvesten sinds deze zomer in drie woningen in totaal zeven alleenstaande statushouders.

Stichtse Vecht, dat dit jaar ruim honderd statushouders moet huisvesten, ziet de pilot als een manier om het uitvoeren van de taakstelling te versnellen. ‘Maar je loopt tegen veel vragen aan’, zegt Lieshout. Zoals: wie krijgt het huurcontract? In Stichtse Vecht is dat op naam van het Leger des Heils gezet. ‘Wat doe je als er problemen zijn? Hoe informeer je de buurt en de raad? Een mooie brochure en informatie van experts is handig, maar soms wil je gewoon even sparren met een collega in een gemeente die al een paar stappen verder is. Nu hoor ik hier vandaag dat IJsselstein ook bezig is met woningdelen. Heel handig om dan een voorbeeldbrief te delen.’

In de Amersfoortse regio is afgelopen maand ook samenwerking gezocht, zodat gemeenten elkaar kunnen helpen met de taakstelling, zegt wethouder Fleur Imming (PvdA, Wonen en Zorg). ‘Ik heb in de stad weinig plek om gezinnen te huisvesten, dat kan in bijvoorbeeld Leusden makkelijker. Omgekeerd kunnen wij met een grote transformatie in een klap veel eenpersoonshuishoudens onderbrengen. Zo kun je regionaal verevenen, ook financieel.’

Voor transformatie van lege gebouwen  is nog wel veel nodig. Imming zal de raad binnenkort extra geld vragen om de huisvesting voor diverse doelgroepen te versnellen. De interne organisatie moet ook nog beter inspelen op de actualiteit. Door initiatiefnemers niet langs allerlei afdelingen te sturen, maar optimaal te faciliteren, is veel winst te boeken, zegt Imming. Verder wacht de wethouder met smart op hulp uit Den Haag, in de vorm van mogelijkheden voor tijdelijke huurcontracten en meer investeringsruimte voor corporaties.

Florijn is verheugd om de vele initiatieven te horen. Regionaal vereven gebeurt bijvoorbeeld nauwelijks, terwijl het prima kan. Ook het woningdelen is een methode waar gemeenten goed van elkaars ervaringen kunnen leren. Een idee voor de moeilijk te huisvesten jongeren in Utrecht? Zelfs daarvoor zijn de huurprijzen in de stad vaak te hoog, weet verantwoordelijk teamleider Ineke Stapper. Maar andere tips zijn welkom.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.