of 59221 LinkedIn

Revolutie per trein

Back to the roots In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen belicht Binnenlands Bestuur de regionale wortels van landelijke partijen. En wat daar nog van over is. Deze week: de Zwolse kiem van de SDAP

Back to the roots
In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen belicht Binnenlands Bestuur de regionale wortels van landelijke partijen. En wat daar nog van over is. Deze week: de Zwolse kiem van de SDAP

In 1894 werd te Zwolle de SDAP opgericht. Waarom hier, in het toentertijd gemoedelijke handelsstadje zonder industrie? Het blijkt alles te maken te hebben met de ontwikkeling van de stad als spoorwegknooppunt.

Het interieur is er nog en de tafels zijn met linnen gedekt. Maar vanavond zal De Atlas zijn sierlijke jugendstildeuren niet openen. Op makelaarssites staat het ‘bijzonder fraai ingerichte restaurant met op de verdieping een extra zaal met bar t.b.v. vergaderingen’ sinds een jaar te koop. Niemand hapt toe. Misschien is het vanwege die zilvergrijze gedenkplaat, pal naast de toegangsdeur. Die memoreert dat ‘alhier’ aan de Ossenmarkt op 26 augustus 1894 de sociaaldemocratische arbeiderspartij werd opgericht, voorloper van de PvdA. Wat de steen precies verbeeldt, weet alleen de kunstenaar. Je kunt er een vlam in zien, een ontluikende bloem, maar ook een gestileerde weergave van de van zijn ketenen bevrijde mens.

Waarom ontbrandde de vlam van de revolutie in het toentertijd wat bedaagde handelsstadje aan de IJssel? Dat had, in de eerste plaats, logistieke redenen. ‘Als je een landelijke club wilt oprichten, is het handig om een plek te kiezen die goed bereikbaar is. Zwolle was toen al een spoorknooppunt’, vertelt Jan Slijkhuis, vicevoorzitter van de zeskoppige Zwolse raadsfractie van de PvdA, een paar cafés verderop bij een cappuccino. ‘Je moest ook de beschikking hebben over een etablissement  dat bereid was z’n zalen te verhuren aan een zooitje ongeregeld, aan “levensgevaarlijke” lieden als socialisten. Dat was lang niet overal het geval, maar in De Atlas wel.’

Dat ‘zooitje ongeregeld’ wachtte die zomer van 1894 zijn zoveelste verhitte bijeenkomst. Er bestond tweestrijd binnen de Sociaaldemocratische Bond: moest er worden gekozen voor de parlementaire dan wel de revolutionaire weg? ‘De heersende stemming in de SDB was: parlementarisme levert niks op’, vertelt Slijkhuis. ‘Domela Nieuwenhuis was drie jaar Kamerlid geweest zonder enig succes te behalen. Dat leidde tot zo veel frustratie dat de Bond zich principieel wilde afkeren van de parlementaire weg. Maar een deel van de aanhang vond dat te ver gaan. Dat heeft zich toen die zondag in augustus 1894 afgescheiden en in De Atlas de SDAP opgericht.’

Dat de vers afgescheidenen uitgerekend voor Zwolle kozen, paste wel in de ontwikkeling die de stad sinds 1868 doormaakte. Slijkhuis: ‘Zwolle is van oudsher een handels- en bestuurscentrum, met daarnaast enige nijverheid: een ijzergieterij, voedings- en genotmiddelen. Geen echte industriestad zoals Deventer of de regio Twente. De arbeidersbevolking van Zwolle moest ergens anders vandaan komen.’ En die kwam toen Zwolle in de jaren zestig van de negentiende eeuw het tweede spoorwegknooppunt werd benoorden de rivieren. Daar werden ook alle rijtuigen en locomotieven gerepareerd. Slijkhuis:

‘De Centrale Werkplaats trok uiteindelijk meer dan duizend arbeiders aan, gehuisvest in de nieuwe wijk Assendorp. Het socialisme vond er makkelijk weerklank.’

Geïmporteerd
Het eerste Zwolse gemeenteraadslid voor de SDAP, Klaas Admiraal, was een timmerman van de spoorwerkplaats. En daar bleef het niet bij. Slijkhuis: ‘Tot in de jaren negentig van de twintigste eeuw zaten er onder onze gemeenteraadsleden altijd wel een of twee die een binding hadden met het spoor. De ontwikkeling van de Zwolse sociaaldemocratie is zonder spoorwegen niet te begrijpen.’

Zo kreeg Zwolle de revolutie geïmporteerd. Tussen de twee wereldoorlogen scoorde de SDAP een derde van het totale aantal zetels in de Zwolse gemeenteraad. ‘Dat is veel’, zegt Slijkhuis. ‘En vanaf 1919 had de SDAP ook een wethouder in Zwolle. Rond 1920 is de spoorwerkplaats op z’n grootst. Daar werken dan iets van 1100 mensen. Ook honderden machinisten, conducteurs en stokers hadden toen hun standplaats in Zwolle. Ongeveer een vijfde van de bevolking was voor zijn broodwinning afhankelijk van de spoorwegen. Dat verklaart de massale aanhang van de SDAP.’

Een kwetsbare positie, zo blijkt als de spoorwerkplaats in 1938 naar Haarlem verhuist. Het gros van de spoorarbeiders verhuist mee. ‘Er kwamen in Assendorp en de nieuwe wijk Pierik tientallen huizen leeg te staan’, vertelt Slijkhuis. ‘Mijn grootvader was conducteur bij de spoorwegen en kwam in de oorlogsjaren terug naar Zwolle. Je kreeg je huis de eerste twee maanden voor niks, het werd gratis geschilderd en behangen. Als je er in vredesnaam maar wilde komen wonen.’

Na de oorlog nam Stork een deel van de werkplaats over en vestigde ook Philips zich in Zwolle, als onderdeel van de toenmalige industrialisatiepolitiek. In de jaren zestig volgde vrachtwagenbouwer Scania. Slijkhuis: ‘Maar het bleef een stad voor mensen met schone handen, de meeste industrie werd afgehouden.’ Vanaf de jaren tachtig verrezen in de stad de grote kantoren van de commerciële dienstverleners en breidde het onderwijs zich sterk uit.

Leegloop
Wat voor gevolgen had de leegloop aan arbeiders voor de Zwolse SDAP, inmiddels herdoopt tot Partij van de Arbeid? Weinig, volgens Slijkhuis. ‘De PvdA trok ook in Zwolle een steeds bredere achterban. Niet alleen arbeiders, maar ook leerkrachten uit het onderwijs, ambtenaren, studenten enzovoort. De confessionele partijen en de sociaaldemocraten waren na de oorlog in Zwolle altijd ongeveer even groot, beide goed voor 25 tot 30 procent van de stemmen. Jarenlang werd de stad bestuurd door twee PvdA- wethouders en twee van christelijken huize. Soms schoof iemand aan van de VVD, soms van D66.’

Dat veranderde na 2002, toen de ChristenUnie met haar opmars in Zwolle begon en bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 de PvdA aftroefde als grootste partij. ‘Zelf kregen wij toenemende concurrentie van andere linkse partijen’, vertelt Slijkhuis. ‘Ook het weinig florissante landelijke beeld van de PvdA speelt in de regionale uitslag een rol, al hebben we het met circa 15 procent PvdA-stemmers in 2014 relatief nog heel goed gedaan.’

Hoe dat komt, die milde nederlaag? Slijkhuis roert eens in zijn cappuccino en zegt dan: ‘We hebben een behoorlijk trouwe achterban en een actieve afdeling met 360 leden. Met campagnes kun je zo veertig man mobiliseren. Belangrijk voor je zichtbaarheid. En we hebben hier in Zwolle altijd beschikt over prima bestuurders. Ik denk dat Nelleke Vedelaar nu de bekendste wethouder is van de stad.’

Ze is de enige overgebleven PvdA’er in het Zwolse college, dat verder bestaat uit twee wethouders van de ChristenUnie en eentje van zowel VVD als D66. ‘Met de zorg hebben we wel de zwaarste portefeuille’, zegt Slijkhuis. ‘Wij maken ons er in Zwolle sterk voor dat we meer aan zorg doen dan met het gedecentraliseerde budget mogelijk is. Door er vijf miljoen extra voor vrij te maken, vangen we tegenslagen op en krijgt iedereen de zorg die nodig is.’

Sterke regio
Onder meer op het gebied van volkshuisvesting (‘Driehonderd extra sociale huurwoningen in drie jaar tijd!’) en armoedebeleid is volgens Slijkhuis nog duidelijk het stempel van de PvdA te zien. ‘Economisch zijn we een sterke regio en museum De Fundatie en kerk-boekhandel Waanders zijn grote publiekstrekkers. Maar je ziet in Zwolle ook een tweedeling. Pas hebben we als partij nog meegedaan aan een actie om kerstpakketten samen te stellen voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Er zijn inmiddels 2100 huishoudens die zo’n pakket krijgen, zo’n 4500 mensen. Daar zitten gewoon dagelijkse boodschappen in. Mooi dat het gebeurt, maar een schande dat het zo ver moet komen’

Denkt Slijkhuis op dat soort momenten nog weleens terug aan de sociaaldemocratische pioniers van 1894 in De Atlas? ‘Ja, dat betekent iets voor me. Het verleden wordt ook nog geregeld binnen de partij en de raad aangehaald. De 1-meiviering doen we altijd op begraafplaats de Kranenburg. Dan bezoeken we het graf van dominee Gerardus Horreüs de Haas, een voorman van de SDAP die in de Tweede Wereldoorlog overleed. En dat van Helmig Jan van der Vegt, een van de partijoprichters.

Bij beide graven wordt een toespraak gehouden, meestal door een landelijke partijvertegenwoordiger en een plaatselijk iemand. En daar wordt de Zwolse geschiedenis steevast bij gehaald en verbonden met het heden.’

Maar echte meerwaarde geeft dat de tegenwoordige afdeling Zwolle volgens Slijkhuis niet meer. ‘Natuurlijk, Zwolle en de SDAP worden geregeld in één adem genoemd. Maar de inspiratie haal je meer uit de beweging zelf dan uit het toeval dat die hier is ontstaan. Dat had namelijk ook ergens anders gekund. Stel dat men een zaal had gevonden in Utrecht, dan was de SDAP vermoedelijk dáár opgericht.’


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.