of 59045 LinkedIn

Raden Twente zoeken grip op regio

De intergemeentelijke regelingen dreigen de raadsleden boven het hoofd te groeien. Ze beslaan een steeds groter deel van de gemeentelijke begrotingen, vooral door decentralisaties in het sociale domein. Twente kent negentien intergemeentelijke regelingen, die sterk variëren in omvang, schaal en reikwijdte.

Twentse raadsleden hebben te weinig grip op besluitvormingsprocessen van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Ze willen beter geïnformeerd worden en meer kennis delen met andere raadsleden in de regio, zowel online als tijdens gezamenlijke bijeenkomsten.

Samenwerkingsverbanden dreigen raadsleden boven het hoofd te groeien

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Zicht op Twentse samenwerking’ in opdracht van de raadsgriffiers van de veertien Twentse gemeenten, uitgevoerd door student bestuurskunde Willem-Jan Velderman van de Universiteit Twente. De intergemeentelijke regelingen dreigen de raadsleden boven het hoofd te groeien. Ze beslaan een steeds groter deel van de gemeentelijke begrotingen, vooral door decentralisaties in het sociale domein. Twente kent negentien intergemeentelijke regelingen, die sterk variëren in omvang, schaal en reikwijdte.

Raadsleden staan daarbij op afstand. ‘Eén keer per jaar bij de begrotingsbehandeling spreken ze zich uit over alle samenwerkingsverbanden waarin hun gemeente participeert. Dat is te weinig om een serieuze rol te kunnen spelen. Ze hebben vaak het gevoel voor voldongen feiten te staan’, zegt Ben Pikula, raadsgriffier van Losser.

Om hun kaderstellende en controlerende taak te kunnen uitoefenen, moeten raadsleden volgens hem beter worden geïnformeerd over de verschillende stadia van elk intergemeentelijk besluitvormingsproces en weten wanneer ze aan zet zijn. Nu kunnen ze wel tussendoor hun wethouder ter verantwoording roepen, maar weten ze niet altijd wat er speelt. Pikula: ‘Als samenwerkingsverbanden aan de orde komen in de raad, valt er vaak weinig meer aan te veranderen. Frustrerend, als je bijvoorbeeld moet bezuinigen op het plaatselijke zwembad, terwijl de intergemeentelijke samenwerking buiten schot blijft door gebrek aan informatie.’

Democratische legitimiteit
De Twentse griffiers maken zich zorgen over de democratische legitimiteit van de regionale samenwerking. Vorig jaar bundelden ze hun krachten om hier iets aan te doen en gaven ze opdracht voor het onderzoek naar de informatierelatie tussen raadsleden en samenwerkingsverbanden. Een extra aanleiding was de afschaffing van de Wgr-plus per 1 januari van dit jaar. Die maakte een einde aan de verplichte intergemeentelijke samenwerking.

De omschakeling naar vrijwillige samenwerking heeft geleid tot twee nieuwe gemeenschappelijke regelingen: Regio Twente (voor beleidsmatige onderwerpen) en Twentebedrijf (voor bedrijfsvoering). Om de positie van raadsleden te versterken, is een Twenteraad in het leven geroepen waarvan alle 348 raadsleden van de veertien Twentse gemeenten deel uitmaken. In het presidium van deze raad zit één raadslid uit elke gemeente. Voorzitter is de voorzitter van de Regio Twente, in dit geval de burgemeester van Enschede. De Twenteraad verstrekt bestuursopdrachten aan Regio Twente. Zo zijn er al bijeenkomsten geweest over de arbeidsmarkt en de volksgezondheid. Binnenkort evalueert de Twenteraad de Agenda van Twente over de versterking van de sociaal-economische structuur [zie kader]. De raadsleden kunnen met elkaar bespreken welke strategische thema’s van belang zijn.

Volgens Henk Bolhaar, plaatsvervangend secretaris van Regio Twente, stemmen de eerste ervaringen met de Twenteraad hoopvol. ‘Op die manier betrekken we raadsleden intensief bij het proces’, zegt hij. Hij is daarom enigszins verrast door de conclusie van het onderzoek dat raadsleden te weinig zicht hebben op beleid, besluitvorming en activiteiten van de gemeenschappelijke regelingen. ‘Dit geldt in elk geval niet voor ons. Als Regio Twente zijn wij koploper in het informeren van raadsleden via onder andere nieuwsbrieven, digitale kanalen en bijeenkomsten van de Twenteraad. Elk raadslid kan zich, net als collegeleden en ambtenaren, aanmelden op het besloten Extranet, waar alle relevante documenten zijn in te zien. Veel raadsleden maken daar gebruik van.’

Taakverzwaring
Griffier Pikula bevestigt dat Regio Twente een voorbeeldfunctie vervult voor andere intergemeentelijke regelingen, maar vindt dat het nog beter kan. Het Extranet van Regio Twente staat los van de lokale raadsinformatiesystemen. Met instemming haalt Pikula de aanbeveling van het onderzoek aan om beide systemen aan elkaar te koppelen. Er zijn al contacten met diverse leveranciers om dit te realiseren.

Verder zou de Twenteraad zicht kunnen houden op alle intergemeentelijke regelingen binnen de regio. Volgens het onderzoek kan het presidium ‘een signalerende en peilende functie’ uitoefenen om de behoeften van raadsleden en samenwerkingsverbanden beter af te stemmen. De griffiers adviseren het presidium deze aanbeveling over te nemen en verder uit te werken met het Algemeen Bestuur van Regio Twente, dat bestaat uit burgemeesters en wethouders van alle aangesloten gemeenten. Plaatsvervangend secretaris Bolhaar heeft er geen bezwaar tegen: ‘Dat is geheel aan de raadsleden zelf. Wij zullen hen optimaal faciliteren. De steun van de raden is onmisbaar voor de regionale samenwerking, al is het alleen maar omdat zij over het budgetrecht beschikken.’

Hij waarschuwt wel voor een mogelijke taakverzwaring als raadsleden meer tijd steken in de activiteiten van alle intergemeentelijke regelingen. Maar ook daar zijn oplossingen voor te vinden, meent hij. ‘Ik kan me voorstellen dat gemeenteraden onderling de taken verdelen, zodat niet alle raden alle samenwerkingsverbanden hoeven te volgen.’

Uit het onderzoek van de Universiteit Twente blijkt overigens dat raadsleden van dezelfde politieke kleur elkaar ook steeds vaker opzoeken in intergemeentelijk verband en gezamenlijk hun standpunten bepalen in regionale kwesties.

Onvermogen
Volgens Marcel Boogers, hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur van de Universiteit Twente en begeleider van het onderzoek, wijkt de Twentse situatie weinig af van het landelijke beeld. Raadsleden hebben onvoldoende zicht op wat er speelt binnen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, laat staan dat ze er grip op hebben. Maar hij vindt dat zowel de samenwerkingsverbanden als de raadsleden de hand in eigen boezem moeten steken. Veel samenwerkingsverbanden schieten volgens hem te kort in hun informatievoorziening en verantwoording aan de raadsleden, terwijl raadsleden ‘niet altijd even handig’ opereren in hun controlerende taak.

Boogers: ‘Samenwerkingsverbanden houden doorgaans te weinig rekening met politieke gevoeligheden, meer uit onvermogen dan uit onwil. Ze hebben er juist belang bij rekening te houden met de politieke dynamiek, want daarvan hangt af of hun begroting de eindstreep haalt. Jaarverslagen zijn vaak prachtig vormgegeven glossy’s, waarin relevante informatie over bedrijfsvoering en doelrealisatie ontbreekt. Raadsleden moeten daar veel zelfbewuster en assertiever op inspringen en daarbij steeds de lokale doelen voor ogen houden.’ Van koppeling van raadsinformatiesystemen aan regionale informatiesystemen, zoals het onderzoek bepleit, verwacht hij geen wonderen. ‘Het risico is dat raadsleden zich dan verliezen in details. Het gaat om de grote lijnen.’

Regionale samenwerking heeft een enorme vlucht genomen. Vroeger beperkte die zich vaak tot beleidsarme taken, zoals afvalverwerking en bibliotheekvoorzieningen. De trend is dat ook beleidsrijke taken steeds vaker in regionaal verband worden gedaan, zoals zorg en arbeidsmarkt. Dat stelt hogere eisen aan de democratische kwaliteit, meent Boogers. ‘De regionalisering gaat sneller dan de democratisering. Toch maakt de democratisering een inhaalslag door. De Twenteraad is daarvan een sprekend voorbeeld, een groeimodel dat je kunt uitbreiden naar meer samenwerkingsverbanden.’

Aan structuurwijzigingen is volgens hem geen behoefte. Uit onderzoek dat hij eerder deed in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, blijkt dat de cultuur van samenwerking zwaarder weegt dan de structuur. De effectiviteit en democratische legitimiteit van regionaal bestuur blijkt gebaat bij flexibele, doelgerichte samenwerkingsrelaties. ‘In die zin is de afschaffing van de Wgr-plus in Twente een voordeel. Dat was een logge structuur met de neiging alles aan elkaar te verbinden. Nu kunnen de gemeenten zelf kiezen met wie ze samenwerken.’


Opbrengst van acht jaar investeren in regio
De veertien Twentse gemeenten hebben via de Agenda Twente de afgelopen acht jaar flink samengewerkt om de sociaal- economische structuur van de regio te versterken. Samen staken ze er 80 miljoen euro in.

Dat blijkt uit de eerste terugblik op de Agenda Twente. In die periode, die nog loopt tot 2017, is de groei van de sector hightech systemen en materialen in Twente boven het Nederlands gemiddelde komen liggen. Voor de verbreding van de A1, N18 en A/N35 is met de inzet van eigen middelen een groot multiplier- effect en veel cofinanciering georganiseerd. Twente heeft, mede dankzij inzet op regiobranding, zichzelf duidelijker weten te positioneren als relevante regio.

Doelstelling van de ‘Agenda van Twente’ was dat Twente in 2020 tot de top vijf van Europese regio’s behoort op het gebied van innovatie en technologie en tot de top twee van Nederland. De directe aanleiding was dat Twente achterliep op de rest van Nederland. Vooral de economische pijler baarde zorgen: het bruto regionaal product en de arbeidsproductiviteit lagen onder het landelijk gemiddelde en er was sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De gemeenten en regio geloofden dat de problemen alleen in gezamenlijkheid konden worden aangepakt met een regionaal plan ter versteviging van het regionaal ecosysteem van Twente.

In totaal is 1,4 miljard euro aan cofinanciering gerealiseerd. Overheden, bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen vinden elkaar in de Twente Board en hebben via die lijn stem in de regionale agenda. Daardoor komen ze makkelijker aan tafel bij relevante spelers wanneer het gaat om (inter)nationale dossiers.

De terugblik dient als basis voor de discussie over een eventueel vervolg op de ‘Agenda van Twente’. In een serie van bijeenkomsten gaan de raden van de veertien Twentse gemeenten het traject de komende maanden evalueren. Centraal staat de vraag of er een nieuwe regionale investeringsagenda moet worden voorbereid en hoe die dan wordt gefinancierd. Het doel is dat de gemeenteraden in het vroege voorjaar van 2017 over het geheel van de nieuwe regionale investeringsagenda beslissen. De besluitvorming in het Algemeen Bestuur van Regio Twente vindt plaats na besluitvorming door de raden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.