of 58940 LinkedIn

Preventie boven repressie

Na ‘Parijs’ zetten gemeenten allerlei preventieprogramma’s op om radica­lisering tegen te gaan. Ook in kleine gemeenten is alertheid geboden. ‘Kijk waar een van de daders van Parijs vandaan kwam: Courcouronnes, een plaats van 15 duizend inwoners.’

Na ‘Parijs’ zetten gemeenten allerlei preventieprogramma’s op om radica­lisering tegen te gaan. Ook in kleine gemeenten is alertheid geboden. ‘Kijk waar een van de daders van Parijs vandaan kwam: Courcouronnes, een plaats van 15 duizend inwoners.’

In Amsterdam-West startte vorige maand nog het actieprogramma Stay West, tegen radicalisering en polarisatie. Het programma richt zich op moslimjongeren die naar Syrië dreigen te vertrekken, moslims die hier al drie generaties wonen en zich toch niet geaccepteerd voelen, autochtone Amsterdammers die de wijk hebben zien veranderen en zich er niet meer thuis voelen en joodse Amsterdammers die zich onveilig wanen.

Stay West heeft vier actielijnen: Netwerken en Signalering, Kennis en Expertise, Weerbaarheid en Bescherming, en Dialoog en Verbinding. Concreet gaat het om trainingen in het herkennen van signalen van radicalisering, voorlichting in het onderwijs, opvoedondersteuning, kennisuitwisseling met andere gemeenten en het aangaan van het openbare debat over radicalisering. ‘Jongeren willen we bereiken op scholen, bij sportverenigingen en in de buurt. Er is ook een apart meidennetwerk. En we hebben een kleine harde kern van bekeerlingen in beeld.’ Gerolf Bouwmeester, voorzitter van de bestuurscommissie West, ziet heil in het trainen van moskeebestuurders. ‘Dan is ook de moskeebezoeker in beeld. Ga met hen in gesprek en win hun vertrouwen. Als het uit de hand loopt, trek je aan de bel.’

Geweld gebruiken
Een manier om mensen in de gaten te houden is uitgaan van een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam: Triggerfactoren in het radicaliseringsproces. Onderzoekers stellen daarin vast welke factoren makkelijk tot radicalisering leiden en hoe kennis erover aanknopingspunten kan bieden voor lokaal preventief anti-radicaliseringsbeleid (zie kader). De bestuurscommissie West nam de VVD-motie om te onderzoeken hoe het stadsdeel deze factoren kan gebruiken met algemene stemmen aan. ‘Het gaat meer om preventie dan om repressie’, zegt Bouwmeester.

UvA-hoogleraar radicalisering Bertjan Doosje is als panellid aanwezig bij de presentatie van StayWest. De belangrijkste uitkomst van het onderzoek vindt hij dat radicalisering meestal niet geleidelijk, maar in plotselinge overgangen gaat. ‘Iemand kan zomaar besluiten dat het vanaf dat moment is toegestaan geweld te gebruiken.’ Verder kun je wel triggerfactoren vinden, maar is het moeilijk te bepalen of uit die factoren altijd radicalisering volgt. ‘Als meerdere factoren tegelijk spelen, zetten ze de stap wel eerder. Maar je kunt nooit voorspellen. Dat is geen positieve conclusie, maar daar moet je wel eerlijk in zijn.’

Het actieprogramma bevat veel goede punten, aldus Doosje. ‘Weerbaarheid op scholen is een belangrijk thema net als inventariseren wat de autochtone bevolking dwarszit. Radicalisering is een breed fenomeen. Als mensen vervreemden van hun stad, voelen ze zich ontheemd en kunnen radicale acties volgen. Mensen moeten zich verbonden voelen.’ Toch moet je oppassen dat een bijeenkomst waar gelijkgestemden hun grieven uiten de situatie niet erger maakt dan deze al is. ‘Mensen kunnen elkaar in hun mening versterken. Zaak is dan het zo concreet mogelijk te maken: “Alle buitenlanders eruit? Waar heeft u dan precies last van?” Dat vergt een goede moderator, ja.’

Extra alert
Gebruik ervan zou kunnen leiden tot ‘ethnic profiling’. Maar volgens Doosje is de lijst niet bedoeld als checklist, maar voor mogelijke herkenningspunten. ‘Wat kan ik herkennen? En als je iets herkent, moet je daar extra alert op zijn.’ Ook Bouwmeester ziet het niet zover gaan. ‘Het gaat vooral om het in de gaten houden van bijvoorbeeld mensen die aanslagen toejuichen. Het is vergelijkbaar met de aanpak van de Top-600, jongens die de band met thuis verliezen.’ In het leren wat ervan bruikbaar is ziet Bouwmeester een rol voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), net als in het uitwisselen van informatie tussen gemeenten. ‘Jihadisme houdt niet op bij de stadsgrenzen.’

In gemeenten zijn geen extra maatregelen genomen na de aanslagen in Parijs, aldus VNG-woordvoerder Jeroen Nugteren. Als agenten of jongerenwerkers signalen opvangen, geven ze die volgens hem door aan de gemeente. Die informeren de juiste instanties, zoals de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid of de AIVD. Nugteren weet niet wat gemeenten afzonderlijk extra doen.

Geld voor bestrijding van radicalisme en polarisering gaat vooral naar grote steden. Een dorp dat niets te maken heeft met jihadisme kan het laatste actieplan onder het mom van ‘dat gebeurt hier toch niet’ zo terzijde leggen.

Niets is minder waar, aldus islamdeskundige en veiligheidsadviseur Maria Roseboom die het radicaliserings- en polariseringsbeleid voor de gemeente Tholen opzet. ‘Hier lopen geen jihadisten door de straten, maar er zijn wel veel kerkgenootschappen. Voor hen is dit een moeilijk onderwerp. Er zijn bekladdingen. Ik doe informatie­management: het signaleren en het duiden van polariseringssignalen.’

Gemeenten zonder directe casuïstiek kunnen volgens Roseboom twee landelijke doelstellingen oppakken en uitwerken: ‘bescherming van de democratische rechtsstaat’ en ‘wegnemen van voedingsbodem voor radicalisering’. ‘Gemeenten hebben een duidelijke rol in de systeemverantwoording voor sociale stabiliteit en veiligheid. De burgemeester is de handhaver van de sociale orde en veiligheid.’

Weerstand
Ook kleinere gemeenten streven naar een zogeheten inclusieve samenleving. ‘Daarom zullen ook zij een breed gedragen bestuurlijk integraal beleid moeten inzetten met instrumenten die misschien niet direct in de repressieve sfeer liggen, maar meer in de proactieve en preventieve sfeer.’

In de praktijk stuit deze aanpak op weerstand. Vaak wordt het beleid niet begrepen. Hoeveel casussen heb je nu in een kleine gemeente? ‘Maar kijk waar een van de daders van Parijs vandaan kwam: Courcouronnes, een plaats van 15 duizend inwoners’, memoreert Roseboom. ‘Het lijkt een klein risico en dan is de reactie: geen geld aan uitgeven. Je kunt ook moeilijk meten wat je hebt voorkomen en geen garanties geven voor de lange termijn.’ Maar niets doen is geen optie. ‘Als burgers weten dat hun lokale overheid iets doet, is er meteen meer vertrouwen. Vergeet niet, Parijs komt ook hier binnen en dan kijkt men eerst naar de gemeente.’

Naast beperkte ambtelijke en financiële capaciteit en lage prioriteit, hebben kleine gemeenten vaak gebrek aan kennis over het onderwerp. ‘Dan is onduidelijk wat de specifieke rol is voor professionals. Waar moeten zij met hun zorgen of ontvangen signalen naartoe?’ Radicalisering is ook niet los te zien van spanningen tussen bevolkingsgroepen. ‘Er is balans nodig tussen voorkomen en aanpakken van radicalisering en omgaan met polarisatievraagstukken.’

Roseboom weegt en duidt signalen van jihadisme of rechts-extremisme uit de gemeenschap, van jeugdwerkers of contactambtenaren. ‘Iemand is niet meteen radicaal. Ik kijk  wat de school kan doen en of doormelden naar de wijkagent nodig is.’ Ze bespreekt de situatie met de ambtenaar, bepaalt de context en maakt een plan van aanpak. ‘Dan zijn ze al uit de preventieve maatregelen.’

Kleine gemeenten zouden volgens Roseboom over gemeentegrenzen heen moeten samenwerken. De gemeente met de meeste specifieke kennis kan dossierhouder zijn.

Signalen
Roseboom: ‘Ik adviseer andere gemeenten: kennis opbouwen en bewustwording. Mensen vinden het lastig ermee om te gaan, dus spreek erover met elkaar. Zonder goed signaleringssysteem zie je gemakkelijk iets over het hoofd. De politie ontvangt graag signalen uit kleine gemeenten. Ze kunnen zaken dan beter duiden.’

Kunnen we jonge jihadisten wel tegenhouden? En als ze gaan, moeten we ze dan wel terugwillen? ‘Het ideaal van Stay West is dat je moet blijven, omdat je een belangrijke rol speelt in de samenleving. Het wordt lastig als de praktijk voor die jongens anders is’, aldus Doosje. ‘De boodschap van Rutte is exclusie. Hij zei: sneuvel daar maar. Dat betekent dat je niets waard bent en weg moet. Psychologisch gezien was dat geen handige en verstandige opmerking. Het past in hun visie: ze moeten ons niet.’

Nee, we laten ze niet daar, zegt Bouwmeester. Geluiden om mensen statenloos te maken of te laten sneuvelen vindt hij ‘te gemakkelijk en luguber’. ‘Je zou ze tbs kunnen geven, met zorg behandelen binnen de rechtsstaat. Jason W., voorheen van de Hofstadgroep, is gederadicaliseerd en geeft les in waarom mensen niet moeten radicaliseren. Dat heeft hij in de gevangenis geleerd. Je moet mensen nooit opgeven.’


Triggerfactor
Er zijn twee soorten triggerfactoren: keerpunten en katalysatoren. Keerpunten zijn gebeurtenissen waardoor mensen open komen te staan voor nieuwe ideologieën. Die factoren leiden tot radicalisering of kunnen het begin zijn van deradicalise­ring. Katalysatoren zijn gebeurtenissen die radicalisering verster­ken of verzwakken.

Triggerfactoren kunnen zich manifesteren op persoons-, groeps-, en macro-niveau:
* Op persoonsniveau gaat het om: confrontatie met de dood, problemen thuis, verlies van werk/schooluitval, directe ervaringen met discriminatie, racisme en uitsluiting, aanvaringen met autoriteiten, en detentie.
* Op groepsniveau: het verbreken van sociale bindingen, het ontmoeten van een radicaal persoon, de toetreding tot een radicale groep, het sluiten van een huwelijk, deelname aan een training, en de confrontatie met propaganda.
* Op macroniveau (maatschappelijk, (inter)nationaal niveau): het oproepen tot actie, waargenomen aanvallen op de eigen groep en overheidsbeleid gericht op de eigen groep of radicalisering.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.