of 58940 LinkedIn

Oud, maar levensvatbaar

Scholen lijken een wereld op zich. Toch laten gemeenten hun invloed gelden. Een serie over hoe dik die vinger in de pap is.

Het was zo’n mooi ouderwets gebouw met hoge lokalen en overstelpend licht. Toch werd de Bredase basisschool Angelo Roncalli gesloopt. Te vroeg? Onderzoek bewijst dat renovatie vaak loont. Al vinden ze in Breda dat ze juist méér hadden moeten slopen. 

Gemeente de baas op school?
Scholen lijken een wereld op zich. Toch laten gemeenten hun invloed gelden. Een serie over hoe dik die vinger in de pap is.

Misschien, oppert de redactie in Amsterdam, is het een idee om terug te gaan naar je oude school. Wat is daarvan geworden? Dat kan ik vertellen zonder ernaartoe af te reizen. De rooms-katholieke lagere school Angelo Roncalli, gelegen in de wijk Geeren-Zuid binnen het jaren zestig/zeventig stadsdeel Hoge Vught te Breda-Noord, is niet meer. Al een kwart eeuw niet meer, volgens een raadsbesluit van toen. Wat er op het laatst resteerde aan leerkrachten en leerlingen ging op in een andere RK-school, een wijk verderop. De twee identieke, nagenoeg in elkaars verlengde liggende gebouwen van ‘de’ Angelo Roncalli maakten plaats voor twee rijtjes woningen.

Dat in 1990 het doek viel, was ik kwijt. Wel weet ik nog dat de sloop best een dingetje was voor me. Ik had – dat zal schelen – een fijne schooltijd, niet in de laatste plaats door ‘meneer’ Raats in de derde en vijfde klas (groep vijf en zeven). Hij liep over van musicals, voetbal- en korfbaltoernooien en het jazzfestival, ook buiten schooltijd. En bij aanvang van een dictee stelde hij steevast een pot slagbal in het vooruitzicht, mits de hele klas ‘onmiddellijk’ goed zou schrijven. Niemand die het fout deed.

Enkele jaren geleden heb ik foto’s gemaakt van de buitenkant van exact zo’n schoolgebouw, eenzelfde grote schoenendoos, slechts honderd meter verderop: aan de andere kant van een lang grasveld. Die zijn protestants, wist je als kind al. De kinderen kwamen vaak van ver; niet te voet, zonder ouders, zoals wij. Het ‘vreemde’ pand portretterend, probeerde ik ‘mijn’ twee gebouwen alsnog aan de vergetelheid te ontrukken.

Afgedankt
En dan ineens is er een studie die stelt dat schoolgebouwen uit de jaren zestig, zeventig en tachtig ten onrechte zijn afgedankt. U begrijpt de reflex: dan hadden die twee van mij dus nog overeind kunnen staan? Nou nee, niet in alle gevallen. Als er te weinig leerlingen zijn, houdt het op, voor elke school.

Stichting Mevrouw Meijer (MM) onderzocht in opdracht van de gemeente Haarlem de veertien basisscholen in stadsdeel Schalkwijk (32.000 bewoners), te vergelijken met de Bredase Hoge Vught. Ze stammen uit de genoemde decennia, en kunnen wat MM betreft alle veertien blijven staan: elf met een kleinere aanpassing, drie met een forse ingreep.

Volgens Wilma Kempinga van MM is dit resultaat ook elders van toepassing, ook in landelijk gebied: ‘Natuurlijk kun je te maken hebben met krimp en moeten twee van de vier scholen misschien dicht. De twee andere krijgen dan vaak nieuwbouw, omdat hun pand niet meer zou voldoen. “Morgen past niet in een gebouw van vroeger”, wordt dan gezegd. Maar dat is gewoon niet waar.’

Integendeel, stelt Kempinga, wijzend op enkele kenmerken van de ‘oude’ gebouwen: ruime, hoge klaslokalen met daglicht van twee kanten. ‘Dat krijg je dus nooit meer terug. De normen staan dat niet toe. Een duurdere exploitatie omdat je meer moet stoken? Dat wel, ja. Maar onze berekeningen laten zien dat de kapitaalslasten bij renovatie in plaats van nieuwbouw zo veel minder zijn, dat je per saldo 10 tot 30 procent goedkoper uit bent.’

De nieuwe scholen verrijzen vaak aan de rand van het dorp of de wijk, waar kinderen met de auto naartoe worden gebracht. ‘Op de oude locatie komen woningen. Die brengen geld op, ook omdat ze zo centraal gelegen zijn: precies in het midden van de wijk. Daar was de school destijds bewust neergezet, voor alle kinderen op loop­afstand en zo het levend hart van de wijk vormend.’

Sierlijke trap
Beter had ik Angelo’s ligging in Geeren-Zuid niet kunnen beschrijven, ook omdat Kempinga toevoegt dat scholen aan weerszijden een lange groenstrook hadden. Inmiddels sta ik voor De Fontein (1965), zoals Angelo’s lookalike al jaren heet, en raak opnieuw onder de indruk van de heldere indeling – twee (verdiepingen) maal drie lokalen, met op de kop nog een zevende – de enorme glaspartijen en de sierlijke trap met drie knikken in de hal. Ik vraag me kortom af of er mooiere schoolgebouwen bestaan. En of ik nog een beetje objectief verslag kan doen.

Binnen wijst intern begeleider Nel Bommeljé op kapot stucwerk, overal zichtbare bedrading en leidingen, vergeelde elementen in het verlaagde systeemplafond, schoonmaakspullen die door ruimte­gebrek onder de trap staan, en het schamele onderkomen van twee groepen in de uitbreiding langszij. ‘Dit kun je ouders die een school zoeken eigenlijk niet laten zien.’

Maar al dat licht dan? En die lokalen: die lijken wel vijf meter hoog. Bommeljé: ‘In de winter krijg je het nooit warm, door die hal. Hadden ze die bovenin maar helemáál volgebouwd, dat had gescheeld. Op hete dagen is het boven niet uit te houden, met dat platte dak. Ondanks de zonwering.’

Hoe deden wij dat begin jaren zeventig? Arnoud Wever, bestuurder van het pc-primair onderwijs (PCPO) Midden-Brabant, wijst op het klimaat: ‘Toen had je minder vaak hete dagen.’ Dit gebouw is ‘tot op de draad versleten’, zegt hij. Maar het casco dan? ‘De verwarmingsbuizen in het beton zijn in de loop der jaren op verschillende plekken geknald. Dan lag er maandagochtend weer een plas water op het linoleum en waren de ramen beslagen. Vandaar de bypasses op de muren.’

Dubbelglas
Je moet per gebouw bekijken wat wijsheid is, zeggen ze in Breda. De Fontein is op, en zal over enkele jaren zijn gesloopt. Maar in hetzelfde stadsdeel zijn ook andere basisscholen te vinden, ook uit de jaren zestig, die nog prima mee kunnen. ‘In ons land had juist al lang veel méér gesloopt moeten zijn’, zegt Frank van Esch. ‘Er is veel te veel te lang overeind gehouden, met te weinig serieus onderhoud bovendien.’

Van Esch is bestuurder bij BreedSaam, een corporatie voor alle 69 Bredase basisscholen (met 84 gebouwen) die vorig jaar in het leven geroepen is. BreedSaam heeft een plan opgesteld waarin alle 84 panden de komende veertig jaar aan de beurt komen: voor grootscheepse renovatie dan wel nieuwbouw. De verhouding tussen renovatie en  nieuwbouw is ongeveer fifty-fifty. Een groot verschil met hoe het was. Collega-bestuurslid Ben Sanders: ‘Je moest als school altijd maar afwachten. Als er al wat aan onderhoud gebeurde, was het vaak karig, bijvoorbeeld: eindelijk dubbelglas, maar dan alleen de zuidzijde.’

Doorgaans gaat een afgedankt onderwijspand plat in Breda. Soms krijgt het een andere invulling, met start-ups, kunstenaarsateliers, kinderopvang of speciaal onderwijs. Ook zijn er enkele ‘schoolwoningen’: huizen waarvan je een school kunt maken, en weer terug. Lekker flexibel.

Nu BreedSaam de gemeentelijke onderwijshuisvesting met gelijk gebleven budget heeft overgenomen, moeten de bestuurders van de elf koepels het onderling eens zien te worden. Sanders: ‘Dat gaat prima. En we denken vier decennia vooruit. Voorheen was dat vier jaar, met een afzonderlijke lobby van ieder van  ons afzonderlijk, in de aanloop naar de verkiezingen. Die rituele dans hoeft gelukkig niet meer.’ Ook wethouder Miriam Haagh (PvdA) is blij met ‘doordecentralisatie’ BreedSaam. ‘De besturen komen met gezamenlijke afwegingen, op wijkniveau. In plaats van het eigen belang staat het belang van de wijk voorop.’

Volgend jaar verhuist De Fontein naar een nieuw op te trekken onderkomen in het deel van de wijk waar alle huizen zijn gesloopt en grotendeels opnieuw zijn opgetrokken. Renovatie was geen optie, legt Wever uit. Daar moet je 25 jaar mee verder kunnen, met nieuwbouw 40. ‘Als je renovatiekosten hoger zijn dan 25/40ste van de kosten voor nieuwbouw, kun je beter voor nieuw gaan. Dat bleek ruimschoots het geval.’

Nieuw hart
De gemeente betaalt 1,8 van de 2,4 miljoen euro voor de nieuwe Fontein, een besluit nog van vóór BreedSaam. Met de nieuwe school vlakbij het wijkcentrum wil de gemeente Geeren-Zuid, een buurt die in zwaar weer zat, ‘een nieuw hart’ geven. ‘Met de nieuwe woningen erbij gaat de wijk er sociaal-economisch op vooruit, ook wat veiligheid en leefbaarheid betreft.’

De Fontein is een echte wijkschool geworden. Wever, bijna twintig jaar in dienst, kan het zich niet anders heugen. De kinderen zijn veelal moslim. ‘Op deze locatie is niet één kind christelijk. Secularisatie. We vieren nog altijd kerst en pasen en we geven bijbelles. Dat spreekt aan. We hebben dezelfde God.’

Volgens de PCPO’er is de huidige stek ook onderwijskundig gezien op. ‘Een groepje kinderen apart op de gang laten werken, kan boven niet. Brandveiligheid. De galerij is te smal.’  

De nieuwe Fontein komt op driehonderd meter van het ‘gemeenschapshuis’. Kinderen krijgen er onder meer kookles, van ouderen uit de wijk. ‘Nu is het zeshonderd meter ernaartoe, met een hele klas is dat een groot verschil.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.