of 59232 LinkedIn

Makelaar tussen de rooien

Back to the roots   In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen belicht  Binnenlands Bestuur  de regionale wortels van landelijke partijen. En wat daar nog van over is. Deze week: de VVD in Amsterdam.

Back to the roots 
In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen belicht Binnenlands Bestuur de regionale wortels van landelijke partijen. En wat daar nog van over is. Deze week: de VVD in Amsterdam.

De Amsterdamse oorsprong van de VVD

In het rooie Amsterdam kreeg de VVD lang geen poot aan de grond. Nu zit de partij twintig jaar in het college. Oud-raadslid en Amsterdams wethouder Frank de Grave maakte de omslag mee. ‘Jullie mogen alleen meedoen als jij lijsttrekker wordt.’ 

Vuurrood kleurde het Amsterdam van eind jaren veertig. De CPN was er met een derde van de stemmen de grootste partij, op de voet gevolgd door de Partij van de Arbeid. ‘Onze hardcore zat nou niet echt hier’, stelt oud-minister Frank de Grave droogjes vast bij een uitsmijter in café Americain. Toch ligt om de hoek het Theater Bellevue waar op 24 januari 1948 zijn partij, de VVD, werd opgericht. ‘Ach, liberalen denken niet lang over dit soort zaken na. Misschien was dankzij een sympathiserende ondernemer een gratis zaaltje beschikbaar.’

Kijk op de website van de lokale afdeling waar de landelijke PvdA of de SP werd opgericht – vorige afleveringen in deze serie – en je krijgt in een handomdraai de totstandkoming en latere opbloei in ronkend proza geserveerd. Maar zoek op de website van de VVD Amsterdam naar haar roots en je vindt … niets. Toch was het net zozeer een mijlpaal, de oprichting van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie in dat jaar 1948.

‘Er zit iets eigenwijzerigs in liberalen’, zegt De Grave. ‘Ze zijn niet erg georganiseerd. De vrijheid van het individu wordt nogal letterlijk genomen.’ In de nieuwe VVD smolt de Partij van de Vrijheid samen met een groep PvdA’ers die vreesde dat die partij na de oorlog een te linkse koers zou gaan varen, het Comité Oud. Voor het eerst ontstond een nationale liberale beweging. Met uitzondering van één partijafdeling: die van Amsterdam, die al twee maanden eerder was opgericht en zich, hoewel op thuisterrein, die dag in Bellevue afzijdig hield.

‘Toen de landelijke VVD werd opgericht, wist de afdeling Amsterdam niet of dat allemaal wel goed zou komen’, verklaart De Grave die houding. ‘Ze behield statutair haar eigen rechtspersoonlijkheid, voerde een eigen begroting. Als er landelijk rare dingen zouden gebeuren, hadden we hier in elk geval nog onze eigen VVD. Heel bijzonder. De afdeling heeft eind vorige eeuw ook twee maanden eerder dan de landelijke VVD het vijftigjarig bestaan gevierd. Pas vier jaar geleden hebben ze die aparte positie opgegeven.’

Commerciële belangen
Die aparte positie openbaarde zich meteen na de oprichting ook in de politieke praktijk. De kwestie-Nederlands Indië domineerde eind jaren veertig de verkiezingen. Daarin sloeg de Amsterdamse VVD op haar eigen affiches een beduidend conservatievere toon aan dan de landelijke partij. Waarom stelden de liberalen zich uitgerekend in het rooie Amsterdam zo behoudend op? De Grave: ‘Dat had geen ideologische achtergrond, maar een puur zakelijke. Een aantal Amsterdamse VVD-leden had grote commerciële belangen in Indië. Die wilden de kolonie niet zonder slag of stoot prijsgeven.’

Behalve uit ondernemers bestond de Amsterdamse VVD in die jaren volgens De Grave uit ‘advocaten, accountants en andere beroepsgroepen in de zakelijke dienstverlening. Een belangrijk deel van de Joodse gemeenschap stemde VVD, zeker als ze ondernemers waren. De familie Asscher was een bekend voorbeeld. Edward Asscher, de diamantair, was raadslid voor de VVD.’

De achterban zetelde vooral in de Apollobuurt, Amsterdam-Zuid, ook wel in het centrum. ‘In Amsterdam-Noord moest je de VVD’ers met een vergrootglas zoeken.’ De liberalen vormden duidelijk een minderheid in de stad. De Grave: ‘Zo’n 10 procent, meer stemmen haalde de partij tot diep in de jaren zeventig niet. Dan had je nog een klein plukje CDA en de rest was links.’ Vrijwel altijd was de partij gedwongen tot de oppositie. ‘De VVD was de representant van ondernemend Amsterdam, dat gaf de partij in de stad enige betekenis. Maar de politieke rol was marginaal.’

De omslag kwam bij de gemeenteraadsverkiezing van 1982, waarvoor De Grave zich voor het eerst op de lijst kandidaat had gesteld. ‘We haalden tien zetels, een fantastische score. Maar ik weet nog goed dat Jan Schaefer er namens de PvdA geen seconde aandacht aan besteedde. Hij zei: “Met die rechtse klootzakken ga ik niet besturen.” Er werd niet eens gepraat. Klaar. De wil van de Partij van de Arbeid was wet.’

Baardapen
Waar kwam de groei van de Amsterdamse VVD vandaan? Volgens De Grave was die vooral het gevolg van een landelijke trend: de doorbraak van Wiegel, de ontzuiling. ‘In Amsterdam gingen ook veel stemmen van het CDA naar ons over.’ Daarnaast: een groeiende aversie jegens links. De Grave: ’Mijn vader kwam uit een Gronings gezin van spoorwegarbeiders. Die hele familie is eind jaren zeventig overgestapt naar de VVD. Mijn grootvader klaagde dat op de afdelingsvergaderingen van de PvdA de baardapen eindeloos zaten te lullen. Alle arbeiders moesten de volgende ochtend om zes uur hun bed uit. Bovendien voelden ze zich op thema’s als law and order bij de radicaliserende PvdA niet meer thuis.’

Die nieuwe aanwas bood de VVD voor het eerst serieus zicht op besturen in Amsterdam. De Grave: ‘Je kunt wel een harde Wiegeliaanse oppositie gaan voeren, maar dat brengt je niet verder. Onze achterban vond het belangrijk dat ons geluid ook politiek gewicht kreeg. Dan moest je hier wel wat progressiever zijn dan elders, want anders bleef je een roepende in de woestijn.’ In 1990 was het zover. De Grave is dan al overgestapt naar de landelijke politieke arena in Den Haag. ‘Moet je nagaan hoe dat toen ging’, gnuift hij. ‘De Amsterdamse PvdA belde vooraf met de VVD: “We willen overwegen of jullie straks in het college mee mogen doen, maar dan moet je wel De Grave lijsttrekker maken.” Afijn, ik werd zo de eerste Amsterdamse VVD-wethouder in tijden, met drie van de PvdA, twee van D66 en eentje van GroenLinks.’

Wat had die ene VVD-wethouder in de melk te brokkelen in dat verder geheel linkse college? Best veel, blikt De Grave terug. Hij eiste dat er een deugdelijk financieel beleid werd gevoerd (‘Tekorten trekken wij niet’) en dat de lasten omlaag gingen (‘De tarieven van de ozb zijn bijna gehalveerd’). Voor de rest moesten zijn linkse collega’s het met hun referendum en sociale vernieuwingsprogramma maar uitzoeken. ‘Je moet het als VVD in Amsterdam niet hebben van macht, maar van inhoud en loyaal zijn. Die linkse partijen gunden elkaar het licht in de ogen niet. Ik had een soort van makelaarspositie en zelden het gevoel dat ze zich in politiek opzicht met mij bezighielden. Dat heeft de VVD Amsterdam goed gedaan: jezelf klein maken, niet al te veel schreeuwen en ondertussen wel je punten binnenhalen.’

Paars
De paarse coalitie van Amsterdam vormde een impuls voor de latere paarse kabinetten in Den Haag. ‘Ook omdat Bolkestein hier woonde. Ik heb daar in die tijd veel met hem over gesproken, hij hield dat dondersgoed in de gaten. Je kon, zelfs in Amsterdam, een degelijk financieel beleid voeren met die PvdA.’ En nu zelfs zónder, want bij de laatste coalitie viel de Amsterdamse Partij van de Arbeid buiten de boot. De Grave: ‘Ik heb nooit voor mogelijk gehouden dat ik dat nog zou meemaken.’ Nog steeds is de Amsterdamse VVD-afdeling, landelijk gezien, soms een buitenbeentje. Het minderhedendebat waarin Rutte zich graag profileert, speelt in Amsterdam een stuk minder.

De Grave: ‘Daarin hebben we altijd een heel voorzichtige koers gevaren, anders zouden we ons buiten de lokale consensus plaatsen.’ Andere Amsterdamse thema’s die De Grave noemt, wijken minder af van de landelijke lijn: cameratoezicht, veiligheid. ‘We staan achter de politie, dat is hier een vrij scherp thema.’ Ook het terugdringen van het percentage sociale woningbouw, om kapitaalkrachtige Amsterdammers aan de stad te binden, is een terugkerend onderwerp. De Grave: ‘Toen ik wethouder werd, was het 90 procent sociale woningbouw. Dat zijn hele ideologische discussies, veldslagen geweest. Op het duurste plekje in Amsterdam moest sociale woningbouw komen. Een kwestie van beschaving, vond men. Ik geloof dat het percentage nu 50 is of zo. Nog altijd veel.’

Stemmen haalde de partij er wel mee, maar het aantal Amsterdamse leden daalde: van ruim tweeduizend begin jaren tachtig naar zo’n 1500 nu. De Grave: ‘Ze zijn wel actiever, bewuster lid dan vroeger. We hebben nu wekelijks een liberaal café in de kroeg, Libertijn, want naar die zaaltjes komt niemand meer. Acht uur beginnen, een spreker en daarna borrelen en praten.’ Zo worden de op hun individuele vrijheid gestelde liberalen nog steeds gepaaid.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.