of 59080 LinkedIn

Leren van het buitenland

Wat kan een Nederlandse gemeente leren van bestuurders over de grens? En wat steken die weer op van ons? Genoeg, blijkt.

Wat kan een Nederlandse gemeente leren van bestuurders over de grens? En wat steken die weer op van ons? Genoeg, blijkt. Anneke Knol en Frans Mencke, beiden gemeentesecretaris met internationale oriëntatie: ‘We zouden in Nederland best minder mogen mopperen.’

IMCA brengt citymanagers uit de hele wereld samen

Gemeentesecretaris Anneke Knol staat deze laatste, zomerse vrijdagochtend van augustus bij het raam van haar kamer, op de eerste etage van het historische stadhuis van Vlaardingen. Ze wijst naar de overkant van het plein beneden: naar het stadskantoor. ‘Schuif ik regelmatig aan, gewoon: om te werken, tussen de andere medewerkers in.’

Knols collega Frans Mencke, gemeentesecretaris in Hoorn knikt: ‘Doe ik ook. In het begin moeten ze vaak even wennen – ‘wat komt die hier doen, hé?’, maar al snel is het gewoon.’ Knol en Mencke doen het bewust: de eigen kamer af en toe laten voor wat ze is. Knol: ‘Het is voor veel mensen een drempel om hier te komen. Dus ga ik naar hen.’ Beiden willen er zijn voor hun mensen: als aanspreekpunt, sparringpartner, motivator, luisterend oor, voor een praatje bij de koffieautomaat, soms om er aan een stuk te werken, in een stilteruimte.

Een en ander laat zich scharen onder het ‘nieuwe werken’, leggen de twee uit, net als ‘flexibele werkplekken’. De opgaves zijn leidend geworden en ze worden afgewerkt in steeds weer andere combinaties van mensen, die plaatsnemen waar er op dat moment ruimte is in het pand. Maar: er zijn toch ook mensen die er horendol van worden geen eigen bureau te hebben, met wat familiekiekjes in een lijstje en zo?

Knol: ‘Je zit hier niet voor jezelf; je zit hier voor de gemeenschap. Zeker jongeren maakt het niet uit waar ze werken; die kunnen dat overal. Bovendien: er zijn allerlei werkplekken waaruit je kan kiezen, inclusief ‘concentratieplekken’, waar je in stilte kunt werken. Op locatie werken kan ook, bijvoorbeeld in de bibliotheek of bij de sportvereniging.’

Het nieuwe werken (‘mainstream in Nederland’) vergt anders leidinggeven: loslaten, medewerkers alle vertrouwen van de wereld geven, ze zelf laten bepalen hoe en wanneer iets gebeurt. Mencke: ‘Dan kom je als individu meer tot je recht, je voelt je meer gewaardeerd. En onderzoek laat zien dat als mensen naar eigen inzicht mogen werken het werkplezier toeneemt, het ziekteverzuim afneemt en de opbrengst groter is.’

Knol: ‘Oók omdat je ruimte creëert voor zaken buiten het werk om, denk aan vrijwilligerswerk en mantelzorg.’ Mencke: ‘In Hoorn hebben we iemand die kapotte straatverlichting binnen twee werkdagen moet vervangen. Hij doet dat ’s ochtends vroeg en in de weekeinden. Best, als het maar gebeurt.’ Want, geen misverstand: gekeken naar output zijn Knol en Mencke old school. Binnen afgesproken tijd leveren graag. ‘Die helderheid willen mensen’, zegt Mencke. ‘Ze willen weten: welk resultaat wordt er van mij verwacht?’

Niksen
Mencke sprak vorig jaar over het nieuwe werken in de VS, tijdens het jaarlijkse congres van de International City/ Council Management Association (IMCA, zie kader), waarvan hij vicepresident is. De driehonderd man in de zaal viel nog net niet uit de stoel. ‘De mensen vrijlaten? Frans, jongen, ben je wel goed bij je hoofd, dit ga je toch niet menen, hè? Die gaan de hele dag zitten niksen natuurlijk.’

Mencke: ‘Het was duidelijk nog een beetje wennen voor ze. Werk is er nog op wantrouwen in plaats van vertrouwen gebaseerd. Tegelijkertijd toonden ze interesse, want ja, prettiger werken en beter presteren, dat spreekt wel aan natuurlijk.’ Knol (Gorinchem, 1968) en Mencke (Emmen, 1956) geven het nieuwe werken als voorbeeld waarbij het buitenland van Nederland kan leren. En merken op dat er zoveel zaken zijn waarin Nederland een van de koplopers is. Knol: ‘Neem het sociale domein: zorg, jeugd, onderwijs, allemaal van een hoog niveau, nog altijd.’

Mencke: ‘We zouden best wat minder mogen mopperen. We hebben het ongelooflijk goed vergeleken met andere landen.’ Omgekeerd leerde Mencke lessen van het buitenland, ook bestuurlijke. In de VS is een gemeente bestuurlijk gezien klein in vergelijking tot Nederland: een burgemeester, geen wethouders en een kleine raad (‘council’) van een stuk of acht, negen gekozenen, op basis van hun ‘constituency’: het deel van de gemeente dat ze vertegenwoordigen. Mencke: ‘Opvallend is dat 90 procent van de mensen tevreden zegt te zijn, gevraagd naar hun lokale bestuur. Mogelijk komt dat doordat ze alle bestuurders kennen, omdat het er maar zo weinig zijn, in plaats van de 35 hier. En ook misschien, omdat elke gekozene een geografisch afgebakende achterban vertegenwoordigt, waarbij de kiezer weet: hij of zij gaat de komende jaren zijn best doen voor mij.’

Mencke wil niet gezegd hebben dat ‘we’ maar eventjes terug moeten in aantal bestuurders, maar gegeven de waardering aan de andere kant van de grote plas voor een klein bestuur, is het ‘minstens het bestuderen waard’. Collega Knol verwijst naar het onlangs uitgebrachte advies van de commissie Van de Donk die concludeerde dat lokale democratie in allerlei opzichten per gemeente zou moeten kunnen verschillen (‘meervoudige democratie’); de Amerikaanse aanpak zou een eyeopener kunnen zijn.

Theedrinken
Bijzonder vond Knol een recente bijeenkomst van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) met de Vlaamse zusterorganisatie: een al geplande bijeenkomst dit voorjaar, die plots in het teken stond van de aanslagen in Brussel. ‘Duidelijk werd dat België een veel versnipperder organisatie heeft dan wij met onze veiligheidsregio’s, plus dat er minder geïnvesteerd is in het lokaal bijeen houden van partijen, door contacten te onderhouden en activiteiten te organiseren.’ Mencke: ‘Het theedrinken, inderdaad. Zo houd je, ook binnen de moslimgemeenschap, in elk geval de gematigde mensen aan boord, heel belangrijk.’

Knol: ‘Ook intern ben ik er scherp op: medewerkers met hoofddoek horen erbij als alle anderen. Dus geen begin-van-de-vakantieborrel tijdens de ramadan – dat wilde hier voorheen ook weleens gebeuren – en: zorg voor eten voor iedereen: halal, vegetarisch, ‘gewoon’, enzovoorts.’ Mencke, nog altijd over ‘inclusion’: ‘De voorzitter van het ICMA is een zwarte vrouw, da’s mooi, de keynote-speaker van vorig jaar ook. Die zei: je kunt iedereen op je feestje vragen, maar het gaat erom dat je iedereen ten dans vraagt. Anders is iemand er wel, maar hoort die er – weggestoken in een hoekje – nog niet bij. Dat vond ik mooi gezegd, omdat het zo waar is. Iedereen ontwikkelt bij spanning angsten en vooroordelen, ik ook. Je breekt die alleen af door direct contact.’

Menens
Wordt de IMCA-houding niet ondergraven door een Tea Party, door ene Trump ook? ‘Daar zijn wij niet van. We doen wat we kunnen, maar het primaat ligt nu eenmaal in het politieke domein.’ Omgekeerd leerde Knol van de Belgen dat het menens is. ‘Dat weet je natuurlijk wel wanneer je alleen al de beelden ziet, maar als je met de mensen praat die het van dichtbij meegemaakt hebben, dan dringt het toch nog méér door.’

Waar leidt dat toe? Dat je als gemeentesecretaris de volgende maandagochtend oppert dat er toch nog een tandje bij moet, bij alle gemeentelijke contacten? Knol knikt: ‘Precies dat.’ Knol en Mencke reizen uit hoofde van hun nevenfuncties bij respectievelijk de VGS en het IMCA vermoedelijk wat vaker naar het buitenland dan de doorsnee gemeentesecretaris. Maar al blijf je altijd thuis; is de functie nog wel uit te oefenen zónder je internationaal te oriënteren?

Nee, zeggen beiden: je moet oog hebben voor de impact van internationale ontwikkelingen op jouw gemeente. Knol: ‘Neem de coup in Turkije. Daar kun je in ons geval, onderdeel uitmakend van een grootstedelijke agglomeratie, simpelweg niet omheen; het spéélt gewoon.’ Mencke: ‘Neem de boycot van Rusland in reactie op de EU-sancties vanwege Oekraïne. De boeren in ons buitengebied voelen dat meteen in de portemonnee.’


Club voor citymanagers
De International City/ Council Management Association (IMCA) ondersteunt steden en regio’s, vooral door het onderling uitwisselen van data, expertise en ervaringen, op alle lokale overheidsterreinen. De non-profitorganisatie heeft een omzet van 40 miljoen euro. Voor 125 euro kun je er lid van worden.

Zo’n 10.000 mensen – veelal citymanagers ofwel gemeentesecretarissen – uit 28 landen zijn dat, volgens de IMCA. De meesten komen uit de VS, de bakermat. Anneke Knol is vicevoorzitter van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) met internationale zaken in portefeuille. Ze houdt binnenkort, tijdens het jaarlijks IMCA-congres, een lezing over klimaatadaptatie. ‘Met voorbeelden uit Nederlandse gemeenten’: wéér iets waarin we vooroplopen.’

Collega-gemeentesecretaris Frans Mencke heeft tot aan 2014 acht jaar in het dagelijks bestuur van de VGS gezeten, waarvan vier jaar als vicevoorzitter. Binnen de VNG is hij sinds twee jaar lid van de commissie Europa en Internationaal. Sinds 2010 is hij lid van de IMCA, sinds dit jaar is hij er vicepresident.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.