of 59045 LinkedIn

‘Laat de burger beslissen’

De legitimiteit van het democratisch functioneren van gemeenteraden is in het geding, zegt oud-burgemeester en ProDemos-trainer Hans Alberse.

De legitimiteit van het democratisch functioneren van gemeenteraden is in het geding, zegt oud-burgemeester en ProDemos-trainer Hans Alberse. Het ‘systeemwereldje’ moet plaatsmaken voor burgerforums. ‘Durf inwoners het vertrouwen te geven.’

Hans Alberse sloop na zijn onvermijdelijke vertrek als burgemeester van Oude IJsselstreek in maart vorig jaar niet als een dief in nacht uit het gemeentehuis. ‘Volle bak en lovende woorden’, kopte de Gelderlander bij zijn afscheid na negen jaar burgemeesterschap in het innovatiecentrum ICER in Ulft. Alberse’s vaarwel was ‘memorabel’, aldus de krant, ‘met heel veel volk en warme woorden. Vooral over zijn vernieuwingsdrang om de inwoners meer bij de politiek te betrekken.’

‘Hij is echt iemand van de inwoners’, vond Egbert Hermsen van Silvolds Belang. ‘En die inwoners stellen je nooit teleur als je ze vertrouwen geeft’, weet Alberse (61). ‘Maar dat doet de politiek niet. Zij wantrouwt inwoners, raakt daardoor steeds verder weg van de werkelijkheid en brengt daarmee de democratie in gevaar.’

Toen Alberse door een lokale verslaggever bij zijn afscheid in Ulft werd gevraagd naar het hoogtepunt van 25 jaar openbaar bestuur, was zijn antwoord veelzeggend: de dag van de burgerjury in Oude IJsselstreek (bijna 40 duizend inwoners). Hans Alberse: ‘Op die dag had ik écht het gevoel dat ik in gesprek was met de volksvertegenwoordiging. Tijdens raadsvergaderingen had ik dat gevoel niet. Iedereen vindt altijd iets en is niet wezenlijk geïnteresseerd in de mening van een ander. Dat merkte ik op die dag helemaal niet. Bij de burgerjury speelden geen partijpolitieke belangen en men speelde niet op de man. Daar ging het om: wat is goed voor ons dorp? Ik zou zo het vertrouwen aan die jury hebben gegeven om vergaande besluiten te nemen in de gemeente.’

De bevolking van de Achterhoekse Oude IJsselstreek liep met hem weg, de politiek niet (meer). ‘De burgemeester wordt gewaardeerd om de goede contacten met de gemeenschap, maar wordt niet sterk in leiderschap en bindingskracht in eigen huis gevonden’, schreef oud-staatssecretaris Verstand in maart 2015 omineus in haar rapport over de bestuurscultuur in Oude IJsselstreek.

‘Na de verkiezingen kwam er een nieuw college en brak een bestuurscrisis uit. Alle energie ging vervolgens naar binnen. Daarvan werd de bestuurlijke vernieuwing het slachtoffer’, zegt Alberse in zijn woonboerderij in Megchelen, op de grens met Duitsland. ‘Ik wilde nieuwe vormen van besluitvorming en wilde macht overdragen van de gemeente naar de inwoners, maar op die manier wilde men in Oude IJsselstreek niet besturen. De omstandigheden rond mijn ontslag waren vervelend, maar ik weet zeker dat ik uiteindelijk was vertrokken. Ik heb er negen jaar met liefde en plezier gewerkt en voel mij thuis in de Achterhoek, maar de bestuurscultuur was niet meer de mijne.’

Radicaal anders
Hans Alberse nam zich na zijn ontslag één ding voor: geen burgemeesterschap meer. ‘Ik was bijna 60, had 25 jaar bestuurservaring en wilde werk maken van mijn passie: vernieuwing van de democratie.’ Hij vestigde zich als zzp’er en loopt dezer dagen als trainer bij ProDemos stad en land af om raadsleden, griffiers, gemeentesecretarissen en bestuurders ervan te doordringen dat ze radicaal anders moeten werken.

Alberse: ‘Toen ik in 1994 wethouder werd in Rheden, realiseerde ik mij al hoe ver ons politieke systeem van de mensen af staat. Om de inwoners het gevoel te geven dat ze iets te vertellen hadden, werden inspraakavonden georganiseerd. Stonden de bestuurders tegenover het publiek met een houding en taal van: wij weten wat goed voor jullie is. Zo wilde ik het niet doen, en daar heb ik mij als bestuurder ook aan gehouden. Ik ben niet zo’n politiek dier; mijn hart ligt bij de inwoners. Als wethouder introduceerde ik de beginspraak. Het lijkt een beetje een Kees van Kooten-woord, maar iedereen begrijpt wat wordt bedoeld.’

Een voorbeeld daarvan, en hij is er nog steeds trots op, was de verbetering van een weg langs vier dorpen in Rheden, waar Alberse zeven jaar wethouder was. Alberse: ‘Traditioneel maken de ambtenaren een  plan dat vervolgens de inspraak in gaat. De inwoners verzetten zich er bij voorbaat tegen. Ik deed het anders door de inwoners zeggenschap over hun eigen leefomgeving te geven. Geen trucje, gemeend. “Wat gaan we nou krijgen”, riepen de ambtenaren. “Wij weten wat goed is voor de mensen.”

Zo dachten de politici ook. En zo denken ze nog steeds. Mensen zijn niet deskundig; het zijn altijd dezelfden die komen. Maar het werkt als je vertrouwen geeft.’ Het resultaat, zegt Alberse, ‘was een verkeersplan dat echt anders was dan wat op het gemeentehuis was bedacht. Verleggen, meer van dit, minder van dat, een rondweg – hele filosofieën. In de dorpen was er maar één ding aan de hand: de auto’s reden te hard. Over het aantal auto’s maakte niemand zich druk. De oplossing was heel dichtbij. Het verkeersplan voor de dorpenroute is gerealiseerd zonder één bezwaarschrift.’

Moraal
De moraal van dit verhaal is niet dat de politiek zijn oor te luisteren moet leggen bij de samenleving, want dat gebeurt nu ook al onder het mom van burgerparticipatie. Maar dat politiek en bestuur er verstandig aan doen om demacht over te dragen aan inwoners via jury’s en forums. ‘Want democratie is oneindig veel meer dan om de vier jaar stemmen.’

Alberse: ‘Ik hoor politici de woorden gebruiken die daarbij horen, maar de diepgang is er niet om de macht te verschuiven. Zelfs de gemeentelijke politiek is niet gewend om echt uit te gaan van de inwoners. Men gaat uit van het systeemwereldje. Je kunt niet zonder dat wereldje, dat weet ik ook wel, maar dat wereldje is wel naar binnen gekeerd en bevestigt zichzelf voortdurend in zijn voortreffelijkheid.’

Dat moet in de gemeenten waar hij ‘aan het roer’ stond, slikken zijn geweest. Want welke politicus die jarenlang heeft gestreefd naar macht in de raad of in het college geeft die zuurverdiende macht weer af? Oud-burgemeester Hans Alberse moet erom lachen. ‘Het klinkt onnatuurlijk en ik ben ook zo in de politiek gestart, maar we leven in een andere tijd. Je wilt als inwoner niet meer van bovenaf door wethouders en raadsleden verteld krijgen wat goed voor je is. Mensen herkennen zich ook niet meer in politieke partijen waartoe die bestuurders behoren.’

Hij citeert Jacques Wallage, de voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur die stelde dat de politieke partijen het symbool zijn van een verdwenen wereld. Alberse: ‘De legitimiteit van het democratisch functioneren van gemeenteraden is in het geding. In deze tijd vertegenwoordigt de burger graag zichzelf. En dus moeten bestuurders en inwoners in relatietherapie om het werkelijke gesprek aan te gaan. De burgemeester kan daarbij een essentiële rol spelen. Hij wordt geacht de democratische besluitvorming te bewaken. Dat is veel meer dan het voorzitten van de gemeenteraad of het toezien op de procedures in het gemeentehuis.’

Blije gezichten
Hans Alberse geeft volop workshops aan geïnteresseerde bestuurders en raadsleden over de vernieuwing van de democratie. ‘Ik ondersteun burgemeesters, wethouders, raadsleden en ambtenaren zodat inwoners weer greep krijgen op hun leefomgeving. Zeggenschap wordt opnieuw verdeeld. Telkens zie ik daardoor blije ge- zichten: van inwoners, maar ook van raadsleden en bestuurders die het vertrouwen terugverdienen. Fantastisch’, zegt Alberse.

Morgen in Alblasserdam en Vlaardingen voor een groot gezelschap, bij burgemeester en medestander Bert Blase, later in de maand op het festival van de lokale democratie in Amersfoort. Wat hij raadsleden vertelt? Alberse: ‘Ik heb veel respect voor de raadsleden die zich met de beste bedoelingen drie avonden in de week een slag in de rondte werken, maar daar moeten ze mee ophouden. Ze moeten uit dat systeemwereldje stappen. Kijk eens terug naar het moment waarop je nog net geen raadslid was. Je sprak nog normale taal. Ik heb het zelf als raadslid ervaren. Binnen drie maanden vind je dingen normaal die helemaal niet normaal zijn. Je neemt een loopje met democratische waarden dat uitspraken moeten kloppen en waarachtig moeten zijn, er is geen respect voor het debat en je bent onbegrijpelijk.’

Bestuurders en raadsleden moeten zich losmaken van de partijpolitiek, die volgens de oud-burgemeester eerder een bedreiging dan een zegen voor de democratie is. Alberse: ‘Er is een parallelle democratie nodig. Jury’s, burgerforum, burgeraudit – allerlei bestuursvormen waarin inwoners veel meer dan alleen zeggenschap hebben. Wij hebben in Oude IJsselstreek een burgerbegrotingsforum georganiseerd. Tachtig mensen op één dag in één zaal. ‘s Ochtends informatie over de begroting en ‘s middags deliberatie en in groepen doorgepraat. Eind van de middag nam men in een half uur met stemkastjes over 25 onderwerpen uit de gemeentebegroting standpunten in. Wat mij betreft zou het burgerbegrotingsforum besluitvormend mogen zijn. Laat het publiek een paar keer per jaar beslissen. Dat is de beste vorm om tot goede besluitvorming te komen, beter dan de gemeenteraad.’

Betekent wel dat gemeentebesturen radicaal anders tegen de mensen in de dorpen en wijken moeten aankijken. Hans Alberse: ‘Je moet ze niet naar je toehalen, maar je moet bij hen aanschuiven. Zo zeggen gemeenten dat toch? “We gaan de burgers erbij betrekken.” Ja, bij ónze agenda, maar dat zeggen ze er niet bij. We gaan de burgers erbij betrekken op het moment dat het ons uitkomt en over de onderwerpen die wij kiezen. De kunst voor raadsleden, wethouders, burgemeesters en ambtenaren is dat ze aanschuiven bij bewegingen in de samenleving.’

Burgerjury
Daarom pleit Alberse ervoor om na de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 bij de coalitie-onderhandelingen na te denken over de maatschappelijke processen die in gang gezet moeten worden. Alberse: ‘Maak in plaats van een collegeprogramma oude stijl een ‘procesakkoord’ waarin je afspreekt wat je met wie op welke wijze wilt gaan bereiken.’

Minder politiek, meer macht voor inwoners. Alleen dan kruipt de democratie uit zijn diepe crisis, gelooft Alberse. Met gewone mensen aan het roer die vertrouwen en zeggenschap hebben gekregen van gemeenteraden. Alberse: ‘Als één ding mij als wethouder en burgemeester overeind heeft gehouden, dan is het dat de dialoog met de inwoners altijd vruchtbaar is. Terwijl de oude politiek mijn energie opvrat, kreeg ik van het gesprek met inwoners altijd energie.

Ik denk dat veel meer burgemeesters die ervaring hebben. Waarom stel je geen raad van 150 mensen samen, die door loting tot stand komt, drie keer per jaar bijeenkomt maar wel belangrijke beslissingen neemt? De minister kan gemeenten de ruimte geven om op een radicaal andere manier tot besluitvorming te komen. Vijf keer per jaar een burgerjury. Laten we het uitproberen; als je het waarachtig doet, gaat het echt niet mis.’


CV
Hans Alberse werd op 30 juni 1955 geboren in Den Haag, waar hij ook op school zat en van 1974 tot 1978 op de Sociale Academie zat. Op de Hogeschool Utrecht volgde hij de post HEAO-opleiding management. Alberse was van 1992 tot 1994 raadslid en van 1994 tot 2001 wethouder in de Gelderse gemeente Rheden. Alberse werd in 2001 burgemeester van Lingewaal en vijf jaar later burgemeester van de Achterhoekse gemeente Oude IJsselstreek. In maart 2015 stapte hij daar op nadat de gemeenteraad het vertrouwen had opgezegd in het college. Alberse werkt als zelfstandige voor ProDemos en buro Intens in Groesbeek en is actief in de Democratic Challenge en de beweging ‘Nieuwe Democratie’. Hans Alberse is lid van de PvdA.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.