of 59045 LinkedIn

Het Swiebertje-gevoel

Ja, burgemeester op een eiland! Of op het platteland. Uit onderzoek van Binnenlands Bestuur blijkt dat de meeste sollicitanten gaan voor een kleine gemeenschap. ‘Een mooie plek om ervaring op te doen voor de volgende carrièrestap.’

Het lijkt zo lekker overzichtelijk, een lokale gemeenschap die uit niet veel meer mensen bestaat dan Swiebertje, Bromsnor, Saartje, Malle Pietje en, vooruit, een rijke freule. En dan daar de burgemeester van kunnen zijn. Zou dat een verklaring kunnen zijn van de immense populariteit van die functie onder bestuurders?

Gemiddeld solliciteren er in ons land zo’n 25 kandidaten op een burgemeesterspost. Op de dit jaar vacant gekomen stoel in Texel reageerden maar liefst 63 personen. Bronckhorst, de Achterhoekse plattelandsgemeente waar Henk Aalderink tot zijn overlijden begin dit jaar de scepter zwaaide, doet er qua belangstelling nauwelijks voor onder. Gelders commissaris van de koning Clemens Cornielje kreeg post van 61 kandidaten. Het jaar ervoor ontving hij zelfs nog iets meer sollicitaties (64) voor de burgemeesterspost van Brummen, de 20 duizend zielen tellende buurgemeente van Bronckhorst. Daarmee scoren deze gemeenten ruim dubbel zoveel sollicitanten dan het landelijk gemiddelde van circa 25.

Starters en doorgroeiers
Oud-burgemeester Niels Joosten van Brummen weet wel waarom er zoveel animo was om hem op te volgen. ‘Echt, wie er gaat kijken, wil er meteen wonen met zijn gevolg’, zegt de huidige burgemeester van Doetinchem. Behalve de positief stemmende omgevingsfactoren – de centrale ligging ‘op een uur van Amsterdam, zonder files’, de mooie omgeving – speelt volgens hem de schaal van de gemeente een rol. Die maakt Brummen geschikt voor starters en doorgroeiers. ‘Ja, zelfs voor wethouders uit de grote stad. Een omvang van 20 duizend inwoners is niet groot, maar er liggen hier genoeg bestuurlijke uitdagingen die het voor een burgemeester interessant maken. Ik noem onder andere een groot ruimte-voor-de-rivierproject met emotionele uitkoop- en afbraakprocessen en een kartonindustrie die internationaal is georiënteerd’, zegt de VVD-bestuurder. Het gegeven dat Brummen qua geloof een mix biedt van katholieken, protestanten en moslims hoeft volgens hem ook al geen kandidaat op voorhand af te schrikken.

Niels Karsten, universitair docent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, kan aansluiten bij de verklaringen die Joosten geeft voor de populariteit van gemeenten als Brummen. ‘Het zijn plaatsen waar je als oud-wethouder bestuurlijke ervaring kan opdoen voor de volgende carrièrestap: burgemeester. Dat lukt daar natuurlijk eerder dan in een grote gemeente. Daar zijn het bijvoorbeeld vaker oud-ministers, met nog meer bagage, die zich kandidaat stellen’, aldus Karsten. Voor de grote belangstelling voor een burgemeesterspost op een van de eilanden, gaat volgens hem dezelfde verklaring op als voor de belangstelling voor de kleinere gemeenten. In combinatie dan met het idyllische beeld. ‘Maar vergis je niet. De praktijk leert dat het zeker niet altijd gemakkelijk is op een eiland’, zegt Karsten, refererend aan het gedwongen snelle vertrek van de burgemeesters op Vlieland en Schiermonnikoog.

Voorkeur vrouw
Het onderzoek van Binnenlands Bestuur brengt ook scherp de man-vrouwverdeling in beeld in de strijd om de burgemeesterspositie. Mannelijke bestuurders belandden dit en vorig jaar het vaakst op het pluche – dubbel zo vaak zelfs. Maar, eerlijk is eerlijk, zij deden ook het meeste moeite om voor een sollicitatiegesprek te worden uitgenodigd – liefst drie tot vier keer zo veel. Zo bezien doen de vrouwelijke kandidaten die de stoute schoenen aantrekken het verhoudingsgewijs aanzienlijk beter dan hun mannelijke concurrenten. ‘Blijkbaar weten vrouwen heel goed in welk type gemeenten ze solliciteren. Wat uit eerder onderzoek blijkt is namelijk dat als er meer vrouwen onder de sollicitanten zitten, er ook vaker een vrouw als burgemeester wordt benoemd’, zegt Niels Karsten. Een rol kan spelen dat sommige gemeenten laten weten specifiek op zoek zijn naar een vrouw, zoals Bergeijk bijvoorbeeld. De gemeenteraad gaf de Brabantse commissaris der koning Wim van de Donk dit voorjaar een niet mis te verstaan signaal af bij de overhandiging van de profielschets: “bij gelijke geschiktheid hebben we een voorkeur voor een vrouw.” Het had het gewenste effect: liefst 15 vrouwen reageerden op de vacature. De winnares werd Arinda Callewaert-De Groot uit ‘s-Gravendeel.

Dat vrouwen in dit type gemeenten relatief vaak met de burgemeesterspost aan de haal gaan, moet volgens Karsten hoopvol stemmen voor degenen die streven naar een meer evenwichtige man/vrouw-verdeling. ‘Al jaren schommelt het aandeel vrouwelijke burgemeesters rond de 20 procent. Pogingen, onder andere vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken, om dat percentage omhoog te brengen, hebben echter weinig tot niets uitgehaald. Dit onderzoek laat zien, dat er wel degelijk potentie aanwezig is dat voor elkaar te krijgen.’

Netwerk
Uit het onderzoek blijkt dat er relatief veel VVD’ers op de vrijkomende burgemeestersposten solliciteren [zie p. 9 en grafiek] en opvallend weinig SP’ers en PVV’ers. Dat er nu zoveel VVD’ers solliciteren, verklaart Karsten vanuit het feit dat de liberalen door eerdere gunstige verkiezingsuitslagen vaker wethoudersposten hebben bekleed en daardoor bestuurlijke ervaring hebben opgedaan. De relatieve oververtegenwoordiging van het CDA op de burgemeestersposten is echter nog niet voorbij, vooral in de kleinere gemeenten niet. Een andere plausibele verklaring zou volgens hem kunnen zijn dat de burgemeester steeds meer van doen heeft met openbare orde en veiligheid, een portefeuille die VVD’ers mogelijk bovengemiddeld aanspreekt. De afwezigheid van vertegenwoordigers van SP en PVV is volgens Karsten goed te begrijpen. ‘Gemeenten zoeken verbinders en netwerkers. Mensen met een meer uitgesproken profiel liggen dan minder voor de hand’, zegt hij. En een kandidaat heeft de steun van de meerderheid van de raad nodig. Ook het niet hebben van de juiste (partij)bestuurlijke contacten in Den Haag – ‘je moet altijd liefst een minister kunnen bellen’ – is zeker voor een kleine gemeente erg onhandig.


Verantwoording
De informatie over de aantallen sollicitanten, hun partij en kunnen komt uit de door de provincies verstrekte – openbare – data. Van de kandidaten van één gemeente, het Brabantse Bergeijk, kreeg Binnenlands Bestuur de gevraagde gegevens niet. Commissaris van de koning Wim van de Donk weigert ze prijs te geven. Dat wil zeggen, hij doet niet geheimzinnig over aantallen en geslacht, maar zwijgt over de politieke achtergrond van de kandidaten. Desgevraagd laat Van de Donk weten dat hij afwijkt van de normale procedure, omdat anders relatief eenvoudig te herleiden zou zijn wie er (al dan niet vergeefs) heeft gesolliciteerd. Om herhaling van deze ongewenste situatie te voorkomen, wijzigt Noord-Brabant binnenkort de procedure


Afbeelding.


Afbeelding



Afbeelding



Afbeelding


 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.