of 59232 LinkedIn

Harderwijk bruist door bezuinigingen

Stadsmuseum Harderwijk
Stadsmuseum Harderwijk

30 procent op cultuur bezuinigen en toch investeren in het lokale kunstklimaat. Het kan, bewijst de gemeente Harderwijk. Cultureel ondernemerschap en clustering van activiteiten compenseren de aangedraaide subsidiekraan.

Harderwijk, dat is voor half Nederland het Dolfinarium. Zelfs in crisistijd jaarlijks goed voor zo’n 700.000 bezoekers. Cultuur was in de historische vissersstad aan het IJsselmeer vooral een zaak van vrijwilligers, actief in vele koren, theatergezelschappen en als stadsgidsen. Ja, daarnaast beschikte de gemeente met haar bijna 46.000 inwoners ook over een professioneel theater, een dito poppodium, historisch museum en nog enkele culturele voorzieningen. Maar beleidsmedewerker kunst en cultuur Jean Vermeulen kent ook de benchmark met vergelijkbare gemeenten, uitgesplitst naar de gemeentelijke uitgaven aan cultuur. Harderwijk bungelde in die staatjes  jaar in jaar uit ergens onderaan.

Sinds het in 2002 aangetreden college werd er geïnvesteerd in de cultuurgebouwen. Er kwam een nieuw fonds voor culturele activiteiten en de lokale steunpunten amateurkunst en cultuureducatie werden, zoals dat in beleidsjargon heet, ‘ge-upgrade’.

Een soort doodskus, moet je achteraf constateren. Toen de economische crisis in de jaren nadien om zich heen greep, kreeg juist de lokale cultuur in Harderwijk de wind van voren, aangewakkerd door het kille cultuurklimaat van het kabinet-Rutte I. Subsidie was ineens een verdacht woord.

Zeker toen de culturele bestuurders  niet stonden te springen bij een aantal gezamenlijke plannen die Harderwijk op de kaart moesten zetten. Die houding zette in de lokale politiek kwaad bloed. Vermeulen, nuancerend: ‘De culturele instellingen ondernamen van alles maar, eerlijk is eerlijk, de onderlinge samenwerking kwam niet genoeg uit de verf.’

Afbraak
Dus kreeg de in 2010 aangetreden wethouder Laurens de Kleine (sociale zaken, sport en cultuur, PvdA) de opdracht om op de cultuurbegroting 30 procent te bezuinigen, het hoogste percentage van alle beleidsterreinen. ‘Waar mijn voorganger in de cultuur mocht investeren, leek het erop dat ik alles weer moest gaan afbreken’, vat hij samen. ‘Tegelijk wilden we geen enkele instelling de nek om draaien en iedereen nieuw perspectief bieden.’

Maar hoe? Van de gemeenteraad moesten amateurkunst en cultuureducatie waar mogelijk worden ontzien. Met als gevolg dat het Stadsmuseum en de Harderwijkse bibliotheek in eerste instantie nog zwaarder werden getroffen, met respectievelijke kortingen van 40 en 75 procent. ‘Daarmee verviel in één klap ons hele personeelsbudget’, zegt museumvoorzitter Jan Pel. ‘Sluiting dreigde.’ Uit kostenoverwegingen besloot de bibliotheek een van haar twee etages te ontruimen en voor verhuur beschikbaar te maken.

Hoe ingrijpend de bezuinigingen ook, het verhaal van Harderwijk is bepaald niet uniek. Door Nederlandse gemeenten werd tussen 2011 en 2013 gemiddeld 9 procent op cultuur bespaard. Uit recent onderzoek van Berenschot, onlangs gepresenteerd op het gemeentelijk cultuurcongres in Rotterdam, blijkt dat die bezuinigingen in de komende periode naar verwachting verder zullen oplopen. Hoewel de helft van de geënquêteerde gemeenten denkt een nieuwe sanering van de eigen kunstsector te kunnen vermijden, voorziet de andere helft toch aanvullende maatregelen. Rotterdam en Delft dreigen ten opzichte van 2011 volgens eigen opgave zo’n 30 procent in de cultuurbegroting te moeten snijden. Harderwijkse toestanden.

Het bezuinigingsverhaal laat zich dus op tal van gemeenten plakken, al is het bij de meeste nog toekomstmuziek: een van de vele harde dobbers in de coalitie-onderhandelingen later dit voorjaar. Dat maakt de aanpak van pionier Harderwijk voor andere gemeenten interessant. Zeker gezien de opvallende resultaten die de gemeente sinds 2010 boekte. Hoewel de subsidie bijna werd gehalveerd, blikt het lokale Stadsmuseum toch vol vertrouwen naar de toekomst. Ook de meeste andere voor dit artikel geraadpleegde cultuur­instellingen reppen over het nieuwe elan in de kustgemeente. Geen wonder dat de korte workshop die de gemeente Harderwijk tijdens het gemeentelijk cultuurcongres over haar cultuurbeleid gaf, als een van de eerste was uitverkocht.

Hakken in het zand
Minder subsidie, meer maatschappelijk rendement. Dat was, vrij vertaald, het motto van de in 2012 in Harderwijk door de gemeente tegelijk met de bezuinigingen gestarte ‘culturele herijking’. De culturele instellingen moesten ‘marktgerichte culturele ondernemingen’ worden. Ze dienden onderling veel intensiever te gaan samenwerken in drie nieuwe clusters: podia, historie en educatie. En, harde eis, ze moesten met gemiddeld 30 procent minder subsidie toekunnen.

‘Je verwacht dan meteen hakken in het zand’, zegt wethouder De Kleine. ‘Natuurlijk zijn er de afgelopen vier jaar ook moeilijke momenten geweest. Maar wat wij de culturele instellingen van begin af aan duidelijk hebben gemaakt, is dat de bezuinigingen in Harderwijk door de meerderheid van de gemeenteraad werden gedragen. Er zat voor hen niks anders op. Bovendien konden we de cultuursector een nieuwe aanpak voorhouden die hun meer kansen bood.’

Nadat de gemeenteraad instemde met de kortingspercentages per instelling, nam Harderwijk Berenschot in de arm om de culturele herijking inhoudelijk te begeleiden. ‘De eerste stap was het per cluster vastleggen van de strategie. Gemeente, cultuurinstellingen en Berenschot hebben samen een stappenplan ingezet met duidelijke mijlpalen en voortgangsrapportages, waarmee het traject in ruim anderhalf jaar kon worden afgerond’, vertelt Bastiaan Vinkenburg, managing consultant bij Berenschot. ‘Met de intentieverklaringen die vervolgens werden ondertekend lieten de instellingen aan elkaar en de gemeente zien dat zij de gang van zaken onderschreven.’

‘Zoiets werkt alleen wanneer je als gemeente transparant en eerlijk bent’, zegt wethouder De Kleine. ‘Alle informatie was voortdurend voor iedereen beschikbaar. Zelfs over de ingehuurde externe adviseur mochten de instellingen meebeslissen. Ook hebben we een reeks harde tussendoelen vastgelegd, zodat het proces niet kon verzanden.’

Onder leiding van Berenschot werden door alle culturele instellingen onder meer de begroting, het personeelsbeleid en de mate van klant­gerichtheid aangepakt. Achter de schermen masseerde een begeleidingsgroep van bestuursleden voorgezeten door oud D66-Kamerlid Jan van Walsem eventuele hobbels weg. De Kleine: ’Met zijn autoriteit kon hij de instellingen voortdurend wijzen op hun verantwoordelijkheid.’

Complete facelift
De strakke planning werkte in het voordeel van het proces. April 2013 moest elke instelling het concept indienen van een nieuw, op de markt afgestemd businessplan. Een half jaar later konden de definitieve plannen naar de gemeenteraad. Dankzij de nieuwe samenwerking verdween de kinnesinne zoals die jarenlang tussen de lokale instellingen had bestaan. Theater Harderwijk, het poppodium Estrado en het vestzaktheater de Catharinakapel voor klassieke muziek (tezamen het cluster podia) kregen een gemeenschappelijk bestuur. Plannen liggen klaar om op het gebied van marketing en administratie intensiever samen te werken en uiteindelijk één organisatie te vormen.

Kunstencentrum ’t Klooster heeft de vleugels uitgeslagen. Onder de naam ‘Cultuurkust’ wordt het cursusaanbod nu ook aan drie omliggende gemeenten aangeboden, met hogere eigen inkomsten tot gevolg. Ook de failliete muziekschool kan er een plek in krijgen. Het Stadsmuseum ondergaat dezer maanden een complete facelift en heropent in april de deuren. De bekostiging kwam uit het gemeentelijk Wmo-budget en een cultureel investeringsfonds van de provincie Gelderland (zie kader op vorige pagina).

Museumvoorzitter Pel: ‘In plaats van als oudheidkamer willen we ons nu profileren als onderdeel van het Huis van de Stad, waarin we met tal van verenigingen en maatschappelijke partners samenwerken. Op de begane grond komt een café van waaruit de lokale radio gaat uitzenden. We gaan lezingen organiseren, workshops, presentaties van het bedrijfsleven – reuring, kortom. Ook kun je er de vernieuwde museumwinkel bezoeken en kleine exposities bezichtigen, allemaal gratis. Wie even binnenloopt, snuift meteen het dna van de stad op. Op de eerste etage richten we kamers in over onder meer de Harderwijkse historie en spraakmakende kunst.’

Volop nieuw elan, dus. En met de komende decentralisaties in het sociale domein zal dat volgens De Kleine alleen maar worden versterkt. ‘Bij de dagbesteding van ouderen en de inzet van personeel met een afstand tot de arbeidsmarkt liggen er hier voor de culturele sector straks volop mogelijkheden.’

Plaatselijke cultuur
Een van de weinige critici in cultureel Harderwijk is vooralsnog Jan Hoogenberg. Die bezuinigingen, zegt de directeur van Bibliotheek Noordwest Veluwe, kwamen voor zijn organisatie als een donderslag bij heldere hemel. ‘De gemeente wilde één miljoen euro bij cultuur weghalen. Drie ton konden ze maximaal schrappen bij de andere culturele instellingen. Wat overbleef hebben ze bij ons weggehaald.’

Het steekt Hoogenberg dat zijn bibliotheek door de gemeente buiten het proces van culturele herijking werd gehouden. Naar verluidt omdat Harderwijk de bibliotheek eerder een streek- dan een gemeentefunctie vond hebben. Hoogenberg: ‘Ik heb verschillende keren aangekaart dat ik ons wel degelijk als onderdeel zag van de plaatselijke cultuur. Daar kwam eigenlijk nooit een bevredigend antwoord op.’

Mede dankzij een maatschappelijke lobby heeft Hoogenberg inmiddels de scherpste kantjes van de bezuiniging kunnen wegnemen. ‘Tot nu toe zijn we twee keer met 15 procent gekort. Een derde bezuiniging van 15 procent staat nog ter discussie.’ Samen met een adviesbureau werkt Hoogenberg inmiddels aan een nieuw businessplan. Maar ook hij brengt ondertussen het culturele ondernemerschap al in praktijk. ‘Een deel van onze vrijgekomen etage heb ik aan de sociale dienst en het ROC kunnen verhuren. Ook werken we sinds twee jaar samen met de lokale VVV en hebben we een leescafé geopend met tal van activiteiten. Ja, er zijn hier nu minder boeken op voorraad, maar we kunnen elke titel zo uit de provinciale collectie bestellen. Hebben we ‘m een dag later in huis.’

Terugblikkend schuilt voor beleidsmedewerker Vermeulen en wethouder De Kleine de winst van de herijking in de nieuwe verhoudingen tussen culturele instellingen. Vermeulen: ‘De tijd van onderlinge concurrentie is voorbij. Men vindt elkaar nu vanuit een gemeenschappelijk doel: we willen Harderwijk zo mooi mogelijk neerzetten. Ook zijn de instellingen nu veel beter ingebed in de lokale samenleving. Stuk voor stuk hebben ze een duurzaam businessplan. Daardoor zijn ze minder afhankelijk van een op financieel gebied soms hoogst onvoorspelbare overheid.’

Die marktgerichte in plaats van subsidiegerichte opstelling heeft ook de opvattingen over het belang van kunst en cultuur onder de Harderwijkse bevolking veranderd. Plaatselijke ondernemers zien er nu het voordeel van in, geeft De Kleine aan. ‘Ze merken dat via de culturele sector nuttige verbindingen kunnen worden gelegd.’

Die omslag blijkt uit de verkiezingsprogramma’s van de lokale partijen. Andere gemeenten staan aan de vooravond van lastige onderhandelingen over de cultuurparagraaf. De Kleine: ‘Wij hebben de zure appel hier wel gehad. Ik durf te stellen dat er in Harderwijk geen nieuwe bezuinigingen op cultuur meer zullen volgen.’


Gelderland stimuleert ondernemerschap
De provincie Gelderland heeft het afgelopen jaar voor het eerst ruim 25 miljoen euro aan meerjarige subsidies verleend aan partners uit het culturele veld. De beste voorstellen kregen subsidie. Alleen zogenaamde partners van de provincie komen voor het geld in aanmerking, geeft gedeputeerde Annemieke Traag (cultuur) aan. De provincie wil de vanzelfsprekendheid van het krijgen van subsidie doorbreken en cultureel ondernemerschap stimuleren. Daarnaast heeft de provincie tien miljoen euro beschikbaar gesteld voor nieuwe, revolverende fondsen. Daarvan is zes miljoen euro beschikbaar voor erfgoed en vier miljoen voor de culturele instellingen. Voor deelnemende partners is cultureel ondernemerschap een criterium.


Leeuwarder ‘mienskip’ als voorbeeld
Het bestuurstraject dat ertoe leidde dat Leeuwarden zich in 2018 tot Europese Culturele Hoofdstad mag kronen, geldt voor veel gemeenten als lichtend voorbeeld voor nieuw cultuurbeleid. Cultuur moet, in de woorden van burgemeester Ferd Crone, ‘mensen verbinden en weg uit de elitaire sfeer.’ Dat kan alleen door als gemeente het culturele klimaat ‘open te breken’ en de gemeenschap (‘mienskip’) er bij te betrekken. Crone: ‘De cultuursector kan zo uitgroeien tot motor van lokale vernieuwing.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.