of 59045 LinkedIn

‘De stad is ieders pakkie-an’

Burgerschap is geen luxe maar onontbeerlijk om de samenleving leefbaar te houden, aldus burgemeester Aboutaleb (PvdA). De aanpak van ondermijnende criminele ­activiteiten in wijken (drugs, witwassen, ­malafide huisbazen, vrouwenhandel) heeft volgens Aboutaleb alleen zin als buurt­­bewoners niet de andere kant opkijken maar hun ogen openhouden. ‘Mensen zeggen: het is mijn pakkie-an niet, maar het is hun pakkie-an wel!’
© Serge Ligtenberg

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb werd vorige week voor de tweede keer uitgeroepen tot de beste lokale bestuurder. Nu eens geen vraaggesprek over ­islam of terreur, maar over een onderwerp dat hem ook nauw aan het hart ligt: burgerschap.

Hup in de dienstauto naar CineMec in Utrecht om voor de tweede keer door Binnenlands Bestuur uitgeroepen te worden tot beste lokale bestuurder van het land; toespraak en een praatje en spoorslags terug naar de Maasstad voor een bewonersavond. Burgemeester Ahmed Aboutaleb (54) heeft er om de week één. Daarom geen feestmaal bij Grand Restaurant Karel V en zelfs geen KFC langs de A20, maar broodjes die de kamerbewaarder voor vertrek in het stadhuis heeft meegegeven. Thema van de samenkomst vanavond ‘op Zuid’: ondermijning. Aboutaleb: ‘Net zoals ik Rotterdammers vraag wat ze zelf kunnen doen als het gaat om straatvuil, vraag ik Rotterdammers wat ze zelf kunnen doen bij de bestrijding van criminaliteit. Voor het vuil hebben we stadsbeheer en voor de criminaliteit de politie. Die zijn er voor jou als Rotterdammer, maar je moet ook zelf wat doen voor je stad. We maken Rotterdam met z’n allen.’

Burgerschap is geen luxe maar onontbeerlijk om de samenleving leefbaar te houden, aldus burgemeester Aboutaleb (PvdA). De aanpak van ondermijnende criminele ­activiteiten in wijken (drugs, witwassen, ­malafide huisbazen, vrouwenhandel) heeft volgens Aboutaleb alleen zin als buurt­­bewoners niet de andere kant opkijken maar hun ogen openhouden. ‘Mensen zeggen: het is mijn pakkie-an niet, maar het is hun pakkie-an wel!’ En dus trekt de burgemeester van Rotterdam al maanden de ­wijken in om van bewoners te vernemen wat ze van de ‘onzichtbare’ criminaliteit in hun buurt merken. De verdachte belwinkel, de garage die tot ‘s avonds laat open is, steeds weer nieuwe buren en vreemd volk. Aboutaleb: ‘Deze onzichtbare criminaliteit vreet aan de stabiliteit van de samenleving. Hoe willen we dat mensen hun kinderen goed opvoeden als die kinderen zien dat buurtjongeren zonder werk in onbetaalbare auto’s rondrijden en de duurste horloges dragen?’

Onjuiste opmerkingen
De appreciatie voor zijn standvastigheid, helderheid en daadkracht die hem voor de tweede keer te beurt viel in Utrecht, wordt niet door iedereen back home gedeeld. Eenmaal in de wijken van Rotterdam, heeft Aboutaleb het ook weleens misdaan. Een paar maanden geleden nog, toen hij tijdens een bewonersavond in de wijk Beverwaard over de komst van zeshonderd asielzoekers in een tent aan de Edo Bergsmaweg werd beledigd en buurtbewoners tierden en schreeuwden dat het een aard had. Zo erg had Aboutaleb het nog niet meegemaakt. ‘Wordt er geroepen dat ‘in jouw cultuur pedofilie heel normaal is’ en dat asielzoekers worden voorgetrokken en worden volgestopt met geld. Ze sjouwen met volle boodschappentassen langs de deuren, terwijl de mensen in de wijk met grote schulden zitten. Daarmee moet je een oud-staatssecretaris van Sociale Zaken niet om de oren slaan. Een asielzoeker krijgt 52 euro per week voor de boodschappen. Een gezin in de bijstand heeft, met alle toeslagen erbij, 1.500 euro in de maand. Dat is een wereld van verschil. Maar achter de feitelijk onjuiste opmerkingen over die asielzoekers schuilt een bijna ­wanhopige vraag. “Is er ook aandacht voor mij? Kunt u mij helpen?”’

Met de wanhoop over het verlies van de ­eigenheid in de buurt moet een gemeentebestuur rekening houden, maar een burgemeester kan, en moet volgens Aboutaleb ook hardop durven zeggen dat mensen onzin verkopen. Maar hij moet altíjd luisteren. Dat is iets anders dan gelijk geven. ‘Hoeveel stront je vervolgens ook over je heen krijgt’, zegt burgemeester Aboutaleb. ‘Als je als ­gemeentebestuurder niet alleen naar schreeuwers luistert en doet wat zij willen, maar anderen betrekt bij je beslissingen, dan word je al snel als regentesk weggezet. Je luistert niet als je niet doet wat mensen willen. Daarvoor moet je als gemeentelijke overheid een olifantenhuid ontwikkelen. Als je weet uit welke hoek de wind waait, dan moet je niet in de richting van die wind buigen. Je moet de standpunten goed analyseren, maar mensen niet naar de mond praten omdat ze een grote mond hebben. Dan ben je geen knip voor de neus waard. Soms betekent leiding geven ruimte geven aan mensen en soms betekent het iets ­anders beslissen dan wat ze willen.’

Zielsalleen
De burgemeester staat midden in de samenleving en luistert naar wat mensen in de stad vinden en willen, maar als hij wil leiden dan kan hij daar niet blijven staan, maar moet hij aan kop gaan. ‘Soms zelfs zielsalleen’, aldus Ahmed Aboutaleb. Het is niet anders, want: ‘Een sterke overheid moet de leiding durven ­nemen om voor complexe vraagstukken complexe antwoorden te formuleren.’ Natuurlijk moet het gemeentebestuur de burger wel blijven opzoeken, haast Aboutaleb te zeggen. ‘Niet alleen om te horen wat mensen bezighoudt, maar ook om ze in hun kracht te zetten om dingen te kunnen veranderen. De avondbijeenkomsten over ondermijning zijn daarvan een goed voorbeeld. Mensen ergeren zich eraan dat de schijn wordt gewekt dat misdaad in hun buurt loont. Dan is het niet voldoende om als overheid in je eentje op te treden. We hebben ruim 600 duizend Rotterdammers; die hebben 1,2 miljoen ogen en 1,2 miljoen oren. Dat is van onschatbare waarde.’

Burgerschap is niet gemakkelijk. Er zijn om te beginnen geen regels voor. Iedereen doet maar wat. Burgemeester Aboutaleb: ‘Je mag niet door rood; punt. Als je dat toch doet, pakken we je. Burgerschap is niet genormeerd. Het is ingewikkeld omdat je de patronen in de samenleving moet zoeken. Ze zijn individueel en toch ook weer niet. Zo doen wij het hier; zo gaan wij met elkaar om. Afdwingbaar is het niet. Als we in hetzelfde portiek wonen en we komen elkaar ‘s morgens tegen, dan zeggen we elkaar goedemorgen. Als we elkaar langere tijd niet hebben gezien, dan maken we een praatje. Hoe was de vakantie? Niet genormeerd, maar wel belangrijk voor het verbindende weefsel van de samenleving. Voor het handhaven van de wet zijn de burgemeesters en de politiekorpsen prima uitgerust; het gaat hier om het mobiliseren van de zachte krachten die de samenleving leefbaar houden.’

Tafels uit de hemel
Mensen verwachten van alles en nog wat van de stad, maar wat doen ze zelf voor die stad? Burgemeester Aboutaleb vraagt het niet alleen, hij wil ook dat de Rotterdammers wat doen. Eist het zelfs. Aboutaleb: ‘Afgelopen weekeinde had ik een mooie correspondentie met een goedgebekte mijnheer in Rotterdam-West die drie mails had geschreven aan stadsbeheer, met een cc aan de burgemeester. Ik klom ook in de pen. Het ging om afval bij hem in de straat. Hij had foto’s meegestuurd. Er lagen stoelen en tafels naast de vuilnisbak. Ik schreef hem dat die rommel natuurlijk wordt opgehaald, maar ik vroeg hem ook: “Is het niet verstandig om eens met uw straatgenoten te praten om te zeggen dat het zo niet hoort?” Die stoelen en tafels vallen niet uit de hemel, die zijn daar neergezet door mensen uit de buurt. Wat mij betreft ligt er een vorm van medeverantwoordelijkheid. We moeten het samen doen. “U vraagt mij om op te ruimen en te handhaven, maar wat doet u?”

“Ik ben er een keer op af gegaan, maar dat doe ik niet meer.” Dan zeg ik: “Goed, dan doe ik het ook nog een keer en dan kom ik ook niet meer.”’

Ferme taal van de burgemeester. Maar wacht even. De gemeente is er toch ook om het vuil op te halen? Daar betaal ik belasting voor. Ik ben er toch niet voor om mijn vervuilende buurman aan te spreken op zijn gedrag? ‘Ik vind van wel’, zegt Aboutaleb resoluut. ‘Ik vind echt dat burgers elkaar moeten aanspreken op verkeerd gedrag. Zelfredzaamheid en meldingsbereidheid zijn een belangrijk aspect van mijn beleid als burgemeester. Ik verlang dat van burgers, zeker weten. We hebben drieduizend agenten in Rotterdam. Dat is bij lange na niet voldoende om overal te kijken en te zijn. Ik mobiliseer graag die 1,2 miljoen ogen en 1,2 miljoen oren.’

Burgemeester Aboutaleb heeft goede hoop dat zijn beroep op burgerschap aanslaat in de Maasstad. Want dat Nederland tot op het bot is geïndividualiseerd, waarbij er ­alleen maar rechten zijn en geen plichten, gelooft hij niet. Ahmed Aboutaleb: ­‘Misschien dat dit geldt voor mensen in ­villawijken, die financieel zo zelfstandig zijn dat ze geen enkele boodschap hebben aan welke overheid dan ook, maar de werkelijkheid is dat in een wijk als Beverwaard een paar honderd mensen zich verzetten ­tegen de komst van asielzoekers maar dat een veelvoud zich meldt als vrijwilliger. Er is ruimte voor betrokkenheid in de ­samenleving. Dat moeten we laten zien en belangrijk maken.’


CV
Ahmed Aboutaleb werd op 29 augustus 1961 geboren in het Marokkaanse dorp Beni Sidel. Hij kwam op vijftienjarige leeftijd naar Nederland.  Aboutaleb was van 1998 tot 2002 directeur van het instituut Forum voor multiculturele vraagstukken in Utrecht. Hij werd in het najaar van 2002 directeur sector maatschappelijke, economische en culturele ontwikkeling bij de gemeente Amsterdam. In februari 2004 volgde er hij de afgetreden Rob Oudkerk op als PvdA-wethouder. In februari 2007 werd Aboutaleb staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet Balkenende IV. Hij is sinds januari 2009 burgemeester van Rotterdam. In 2015 en 2016 werd hij door Binnenlands Bestuur uitgeroepen tot beste lokale bestuurder.


Bekijk hier de volledige toespraak van Ahmed Aboutaleb bij nadat hij is uitgeroepen tot Beste Bestuurder. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.