'De overheid mist verbinding met samenleving'
'Iedereen komt hier, politici, burgers, docenten, journalisten en bankiers. Zij willen begrijpen wat er aan de hand is.' Wim van Dinten zit aan de vergadertafel, die met drie bij zes meter bijna de hele kamer vult. 'Hoge ambtenaren vertellen mij, dat ze het niet meer weten. Hun departement is de verbinding met de samenleving kwijt. Dat is niet zo gek. Ze proberen maatschappelijke problemen op te lossen met maatregelen die leiden tot nieuwe regels. Ze lopen daarmee altijd achter de actualiteit aan. Dat is dus het eerste punt waar het mis gaat. Het is echter dubbel mis. Ze kunnen de problemen niet oplossen met regels, omdat het stellen van regels juist het probleem is.'
'Het eerste wat er aan de hand is, is dat we te maken hebben met een beeldcultuur. Als iets de kijker niet boeit, zapt hij weg. De presentator, zanger, acteur, kunstenaar is in deze beeldcultuur belangrijker dan de wetenschapper die alles rationeel beredeneert en verklaart. De betekenis van wat je als overheid doet, wordt in zo'n cultuur heel anders ervaren. President Bush begrijpt dit. John Kerry niet en die kreeg daarom alleen verbinding met kiezers van het type Maarten van Rossum.'
De beeldcultuur heeft voor de overheid grote gevolgen. Van Dinten: 'De overheid en de instituten die er deel van uitmaken, produceren denkbeelden die schriftelijk worden gecommuniceerd. Dat paste in een tijdperk waarin tijd en ruimte is om te overdenken wat er op papier staat. Nu is daar geen tijd meer voor. Je toont iets op televisie of op internet. Het slaat aan of niet. Als het aanslaat, is het wereldwijd bekend. Tegen de tijd dat de zorgvuldige procedure tot een conclusie leidt, heeft niemand er meer belangstelling voor. Zorgvuldigheid is een leeg begrip geworden.'
Marktbenadering
Dat proces wordt nog versterkt door de grote aandacht in de beeldcultuur voor rituelen. 'Neem het overlijden van de paus en het kiezen van een nieuwe. De katholieke kerk trekt daarmee enorme aandacht in de media. Dat heeft weinig te maken met inhoud. Het is pure fascinatie. Rook die uit de schoorsteen komt. Beelden en rituelen scoren. Dat tast de inrichting aan van de parlementaire democratische organen, die gebaseerd zijn op rationaliteit en geletterdheid. Je ziet dan ook alom de veroudering van overheidsinstituten ontstaan.'
Een tweede ontwikkeling die volgens Van Dinten de crisis van de overheid verklaart, is het verlies van moraliteit in het bestuur. 'De Amerikaanse filosoof John Rawls, die in zijn hoofdwerk 'A Theory of Justice' rechtvaardigheid boven moraliteit plaatste, heeft meer invloed gehad dan mensen denken. Hij versterkte de rationele benadering en gaf er een legitieme grondslag aan. Met hun boek 'Reinventing Government' hebben Osborne en Gaebler van de overheid een bedrijf gemaakt waarin burgers klanten zijn en politici denken in wat werkt en wat niet. Wensen van burgers worden producten, er wordt zoveel mogelijk gemeten en betekenis wordt uitgedrukt in geld en getallen. De marktbenadering is nodig om aan dit model te voldoen. Opiniepeilingen stellen vast wat geleverd moet worden. Je heet verbonden met burgers als je weet welke "producten" zij vragen. Patiënt, burger, leerling worden klant en daarmee consument. Wie carrière wil maken binnen de overheid moet dit bedrijfskundige model aanhangen.'
Veel ambtenaren, bestuurders en politici zijn opgeleid als econoom, accountant, bedrijfs- en bestuurskundige. Die opleidingen hebben volgens Van Dinten een onderwaardering voor wat er voor mensen werkelijk toe doet: liefde, respect, veiligheid, vrijheid en ontwikkeling, sociale samenhang. Hij ziet bovendien in die opleidingen de maatschappelijke hiërarchie waarin de overheid dienstbaar is aan de burger aan de kant gezet. 'Ze wordt vervangen door transactiegerichte benaderingen die op van alles en nog wat worden toegepast. Als burger was je de baas en hield je toezicht, in de bedrijfskunde ben je klant en krijg je een plaats in de keten.
'Vooral in omgevingen waar respect en sociale samenhang zouden moeten prevaleren zie je de gevolgen van die benadering. Lees het net verschenen boek 'Wachtkamer van de dood' van Anne-Mei The (over het dagelijks leven van dementerende ouderen in een verpleeghuis; red.) en je ziet hoe industriële bedrijfsmatige vormen van organiseren uitpakken: mensen verworden tot rest- en kostenposten.' De essentiële crisis van de overheid zit volgens Van Dinten in het verschil van benadering van gebeurtenissen en problemen door overheid en samenleving. 'Veiligheid is voor burgers een gevoel van welbevinden. Als het bestuur zegt dat de veiligheidsscores beter zijn en dat het dus veiliger is, hoe kan het dan dat burgers dievenklauwen maken aan ramen en deuren? Dat is toch geen bevestiging dat het veiliger is geworden?'
Smeerolie
Van Dinten praat niet in oplossingen. 'Ik wil mensen helpen hun waarnemingsvermogen te vergroten.' Hij gelooft evenmin in grote concepten. Hij heeft de theorie van de stadiumgewijze evoluties, de 'stavoluties', ontwikkeld, simpel gezegd: geef bloemen de kans om tot bloei te komen. 'Het grote probleem is dat de overheid geen tijd geeft om zaken tot bloei te laten komen. Als er een plan is, wordt vergeten dat het een hele tijd duurt voordat het is uitgevoerd en zijn plaats heeft gevonden. Heel vaak ligt er binnen enkele weken weer een plan. Je ziet het bij heel veel organisaties: zorgverzekeraars, scholen, zorginstellingen.
'Bij de politie zie je heel duidelijk dat zo'n benadering na verloop van tijd niet meer werkt. De politie is in het veranderen blijven steken. Het invoeren van nieuwe structuren, zoals centralisatie die ten dele vanwege internationale ontwikkelingen onontkoombaar is, maakt het vaak nog erger. Differentiatie in vormen van organiseren is het echte antwoord.'
Zijn er leiders die de weg weten uit deze crisis? 'In de westerse wereld zijn geen leiders die de problemen aan kunnen. Leiderschap is laten zien dat je betekenis waar iedereen het over eens is, herkent, in stand houdt wat erbij past en versterkt, en wat niet past laat imploderen. Probleem is dat er geen gedeeld begrip meer is over fundamentele zaken waar het in een samenleving om draait. Leiderschap wordt dan een vorm van smeerolie. De bureaucratie moet in zulke omstandigheden kleiner en dienend worden. Het moet niet de grote betweter zijn die inricht en voorschrijft.'
Dit alles vraagt volgens Van Dinten andere mensen dan de huidige bewindslieden en een andere selectie van representanten. 'De huidige gekozenen zijn rationeel. Ze zeggen dat ze betrokken zijn, maar het gedrag dat bij betrokkenheid hoort, ziet er nogal anders uit. Je kunt het zien aan Marijnissen, een grotere rationalist dan hij is er niet. In haar rationele dogmatische inslag is D66 al geruime tijd de verbinding met burgers kwijt. Helaas kun je bij elke partij zo'n soort verhaal houden. Als het gaat om dichter bij de burger te komen, doet het partijstelsel er kennelijk niet meer toe. Het hoort bij het verleden.'
Wim van Dinten
Wim van Dinten (Leiden, 1940) studeerde af als wiskundige en kreeg de mooiste baan van Nederland. 'Ik was vanaf 1984 veertien jaar directeur strategie van de Rabobank. Ik kwam overal. In Hongkong en Sao Paulo, in Den Haag bij Binnenlandse Zaken, Financiën en Economische Zaken, in Japan en op het platteland van Tanzania. In Nederland is de Rabobank een corporatie. Dat staat voor sociale samenhang. Als je naar Afrika gaat of naar Amerika, welk type mensen heb je dan nodig? Welke betekenis heeft het om een lokale, coöperatieve bank te zijn?'
Het dwong Van Dinten na te denken over wat echt telt voor leden en klanten. Hij toetste en ontwikkelde zijn wijze van denken als hoogleraar in Rotterdam en kerndocent van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. In 1988 werd hij bijzonder hoogleraar Bedrijfskundige Analyse aan de Erasmus Universiteit waar hij nu tijdelijk bijzonder hoogleraar Management van Verandering is. Vijftien jaar denken, praten en schrijven resulteerde in het najaar van 2002 in zijn boek 'Met gevoel voor realiteit. Over herkennen van betekenis bij organiseren'.
Recentelijk bij het afscheid van Henk Wooldrik als hoofdofficier van justitie hield Van Dinten een rede onder de titel: 'Hoe speel je de dubbel? Op weg naar een eigentijdse democratie.' Hij schetste daarin de onmogelijke positie van het Openbaar Ministerie, dat enerzijds de morele verontwaardiging van de bevolking moet bedienen en anderzijds rekening moet houden met de bestuurlijke wijze van denken in de klassieke rechtsstaat. Om dat dubbelspel goed te spelen, moet het OM zowel de wereld van de burger als die van de bestuurder, politicus en ambtenaar kunnen waarderen en honoreren, betoogde Van Dinten.
Hij richtte in 2000 de Stichting Sezen op waarin zijn organisatietheorie wordt gedoceerd in cursussen en workshops in Wijk bij Duurstede. Hij geeft organisatieadviezen via een afzonderlijke organisatie, Bascole.