of 59080 LinkedIn

Burgers nemen gemeente de maat

Serie over hoe burgers vorm en inhoud geven aan de participatiesamenleving in hun directe omgeving.

Zes inwoners van Oude IJsselstreek lichtten het gemeentelijk participatiebeleid door via een burgervisitatie. Eind september presenteerden ze de resultaten. ‘Je neemt een groot risico. Maar je moet het lef hebben om dat te doen.’

Burgerparticipatie
Serie over hoe burgers vorm en inhoud geven aan de participatiesamenleving in hun directe omgeving.

Wil je als gemeente advies over een organisatieverandering, dan wordt doorgaans een bureau ingeschakeld. Prijzig, zo’n rapport, maar de voordelen zijn evident. ‘Je kunt de opdracht voortdurend met de onderzoekers afstemmen en het oordeel wordt doorgaans zo verwoord dat het jou als bestuur weinig schade berokkent’, zegt Hein Albeda. Dat het ook anders kan bewijst de organisatie-adviseur als initiatiefnemer van de eerste Nederlandse burger­visitatie en wel in zijn woongemeente Oude IJsselstreek. ‘Een groep burgers die precies uitpluist wat er binnen de gemeente is gebeurd en dat nieuws vervolgens op straat gooit’, vat hij samen. ‘Dat maakt een wethouder kwetsbaar. Je moet stevig in je schoenen staan, wil je hieraan beginnen. ’

Dat Oude IJsselstreek het risico toch aanging, heeft volgens gemeentesecretaris Gerharda Tamminga alles te maken met de nieuwe rol van de gemeente, ‘voortbouwend op de kracht van de samenleving’. Dat betekent volgens Tamminga ook dat je juist aan de inwoners moet vragen hoe dat proces in de praktijk verloopt. ‘Natuurlijk neem je een risico. Wat voor effect zou de visitatie hebben op de mensen binnen onze organisatie die de omslag niet zien zitten? Maar je moet je als gemeente kwetsbaar durven opstellen. Ik vond dat we het lef moesten hebben om dit te doen.’

Voor de leden van de burgervisitatie stelde de Gelderse plattelands­gemeente een profielschets op. ‘Je kiest niet iemand die helemaal geen verstand heeft van veranderingstrajecten of organisaties’, zegt Albeda. ‘Het was voor mij een enorme verrassing wat er aan kwaliteit en diversiteit binnen de gemeente voorhanden was. De één was deskundige inzake kwaliteitszorg, de ander doorgewinterd in human resource management. Er blijken veel mensen te zijn die het leuk vinden om mee te denken.’

Een van die betrokken burgers was Elise Ruesink, in het dagelijks manager HR-development bij een internationaal bedrijf. ‘Ze hadden nog geen vrouw in de commissie en ik had ervaring met organisatie-ontwikkeling’, zeg ze. ‘Het zou iets zijn voor een paar dagen, maar het werd een project van zeven maanden.’ Niet dat Ruesink er spijt van kreeg, integendeel. ‘Omdat ik altijd in het bedrijfsleven heb gezeten, kende ik de vooroordelen over het gemeentelijk apparaat. Inhoudelijk wist ik er vrijwel niets van. Deze visitatie heeft me veel geleerd over de betrokkenheid en het enthousiasme van alle bewoners en medewerkers.’

Onder leiding van Albeda – de enige die voor zijn werk kreeg betaald – bracht de commissie eerst in kaart wat de door de gemeente ingezette beleidsverandering precies inhield. ‘Daar wilden we een aantal ambtenaren over spreken. De nadruk in ons onderzoek lag op de gevolgen van het nieuwe participatiemodel voor de diverse dorpskernen. Maar we wilden bijvoorbeeld ook het economische beleid bestuderen. De commissieleden hadden veel eigen inbreng. Op grond van ons gezamenlijke netwerk konden we allerlei mensen benaderen. Soms vroegen we ambtenaren om contacten te leggen.’

Houvast
De hoofdconclusie, zoals die in het half september gepresenteerde rapport staat verwoord, is dat de beleidslijn van de gemeente breed wordt onderschreven. Albeda: ‘Natuurlijk zitten er moeilijke kanten aan als je de kracht uit de samenleving moet halen, maar die kant moet het hier echt op. Werkelijk iedereen die we spraken, was het daar mee eens. Dat had ik nooit zo verwacht. Wel moet de gemeente op korte termijn meer duidelijkheid geven aan het eigen personeel: wat betekent die omslag voor hun dagelijkse werk? Hoe langer dat duurt, hoe meer onrust je veroorzaakt binnen het gemeentelijk apparaat.’

Voor gemeentesecretaris Tamminga onderstreept het rapport dat Oude IJsselstreek moet doorgaan op de ingeslagen weg. ‘Daarmee ben ik heel blij, al zijn er ook een paar dingen waar ik minder gelukkig mee ben. Ergens in een tussenzin wordt aangegeven dat we meer aan planning en control moeten gaan doen en meer moeten omschrijven in taken en bevoegdheden. Ik wil juist dat we dat loslaten en op maat durven kijken naar wat er nodig is.’

Maar ook burgerlid Ruesink vindt dat de gemeente ambtenaren wel degelijk meer houvast moet bieden. ‘Waarom werkt burgerparticipatie in de ene dorpskern wel in en bij een project in een ander dorp veel minder? Om dat in beeld te krijgen, heb je misschien wel een instrumentarium nodig om de ervaring en kennis te delen.’

Een andere bevinding van de commissie is dat de gemeente het succes van een burgerproject ook aan de samenleving moet gunnen. Ruesink: ‘De wethouder moet niet de eerste steen leggen van een door dorpsbewoners geïnitieerde sporthal. Gun de betrokken bewoners ook een plek op het podium.’

Alle betrokkenen zijn het erover eens dat de visitatie een vervolg verdient, in welke vorm dan ook. Ruesink: ‘De denktank van de gemeente bestaat nu uit de burgemeester, griffier en gemeentesecretaris. Laat daar ook geregeld burgers bij aanschuiven.’ Gemeentesecretaris Tamminga gaat nog een stap verder: ‘De functie van concern controller is hier vacant. Ik bestudeer de mogelijkheid die niet in te vullen, maar de visitatiecommissie daar een rol in te geven.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.