of 59232 LinkedIn

Burgemeester van Nederland

Als minister van Veiligheid en Justitie zet Ivo Opstelten zijn daadkrachtige bestuursstijl voort. Effectiviteit is voor hem belangrijker dan rechtmatigheid. Een keihard werkende burgervader die mensen onder alle omstandigheden geruststelt.

Sinds het aantreden van Ivo Opstelten als minister waait er een andere wind op het ministerie van Justitie. Alleen al de naamsverandering – het heet nu ministerie van Veiligheid en Justitie – geeft aan dat de accenten anders liggen. Dat mag geen wonder heten met een minister die een paar jaar daarvoor als burgemeester van Rotterdam de stad liet volhangen met billboards met zijn eigen foto en de tekst ‘Veiligheid boven privacy’.

Opstelten is niet de intellectuele jurist die genoegen beleeft aan een wettekst, zoals zijn voorgangers Donner en Hirsch Ballin, maar een doortastende en onvermoeibare bewaker van de openbare orde en veiligheid. Hij wil het regeerakkoord uitvoeren, liefst in hoog tempo. Er moet wetgeving komen om de nationale politie te realiseren, er moeten agenten worden omgeschoold tot deskundigen in zedenzaken met minderjarigen, en het moet mogelijk worden om burgers die hulpverleners lastig vallen extra aan te pakken – en het moet allemaal snel.

Het departement is managerial geworden. De minister zit overal bovenop en niemand kan hem met een kluitje in het riet sturen. Met 40 jaar ervaring in het openbaar bestuur is Opstelten op het departement degene met de meeste praktijkervaring. Maar ook al zegt hij met die tongval van een Leidse corpsbal steeds ‘En zó gaan we het doen’ of ‘Ik neem hier de besluiten’, ondertussen zorgt hij wel voor draagvlak onder zijn ambtenaren.

Hufters

‘Als ik twijfelde over de aanpak van een probleem, róók hij dat gewoon. Dan ging het niet door en deden we het anders’, zegt Ton Quadt, directeur Veiligheid in Rotterdam ten tijde van Opsteltens burgemeesterschap. Opstelten zorgt niet alleen voor draagvlak onder zijn ambtenaren, maar ook in den lande. ‘Hij heeft een ontzettend goed gevoel voor wat de buitenwereld wil horen’, zegt Jantine Kriens, PvdA-wethouder in Rotterdam, die met hem in het college zat. ‘In een discussie over voetbalvandalisme gebruikte hij opeens het woord “hufters”. Zo’n woord past niet bij hem, daar is hij veel te keurig voor. Maar dan voelt hij dat zo’n woord nodig is. Mensen zeiden: de burgemeester ziet het goed, het zijn hufters.’

Opstelten wist al jong wat hij wel en niet kon. Een topjurist zou hij nooit worden, al werkte hij nog zo hard. Topsporter evenmin, en ook dat lag niet aan zijn inzet. Maar knopen doorhakken en vertrouwen wekken, daar was hij opvallend goed in. Als 28-jarige werd hij burgemeester in het Drentse Dalen.

‘We kregen een stevige handdruk en er kwam zo’n zwaar geluid uit hem dat we vergaten dat hij zo jong was’, zegt Geert Smits, destijds zelf midden 40 en VVD-wethouder. ‘De gemeenteraad had ontzag voor hem en de bevolking droeg hem op handen. Hij sloeg geen paardenkeuring of jongveekeuring over, al regende het nog zo hard.’

Peter Snijders, nu burgemeester van De Wolden, woonde als kind naast het jonge burgemeestersgezin. Hij mocht ’s zomers met de burgemeestersvrouw en hun kinderen mee naar het vakantiehuis aan zee, terwijl Opstelten achterbleef in Dalen. ‘Dan zorgde mijn moeder een beetje voor hem. Ze kookte midden in de zomer erwtensoep, dat vond hij heerlijk.’

Zo gemakkelijk

Als er ’s nachts brand uitbrak, werden zowel de burgemeester als Snijders senior, die bij de vrijwillige brandweer zat, wakker gebeld. Dan stapten beide buurmannen in hun auto’s en raceten ze het zandpad af in een poging om als eerste bij de brand te zijn. ‘Dat burgemeesterschap ging hem zo gemakkelijk af’, zegt Smits.

De indruk dat het besturen bij hem vanzelf gaat, zal Opstelten blijven wekken tijdens alle burgemeestersposten die nog volgen: Doorn, Delfzijl, Utrecht, Rotterdam, Tilburg. ‘Hij doet het allemaal zo vlotjes en zo natuurlijk, maar vergis je niet. Hij is een keiharde werker en zeer gedisciplineerd. Hij bereidt zich altijd goed voor’, zegt Jan van Zanen, burgemeester van Amstelveen, die als wethouder samen met Opstelten in het Utrechtse college zat.

Bij lastige debatten – of het nu met de Tweede Kamer is of destijds met de gemeenteraad – oefent hij vooraf met zijn ambtenaren. ‘Toen in Rotterdam de veiligheidsaanpak in de raad zou worden behandeld, moest ik ’s ochtends om 8 uur op zijn kamer komen en checkte hij of hij alles wist. Dan was hij aan het repeteren’, zegt Quadt. Dat plan voor de veiligheidsaanpak in Rotterdam liet Opstelten al vrij snel na zijn aantreden ontwikkelen. Het vorige plan was een paar maanden eerder met veel lof door de raad aangenomen. ‘Maar hij vond dat plan helemaal niks. Hij noemde het een projectencarrousel en volgens hem was het onmogelijk om te meten of het echt bijdroeg aan de veiligheid in de stad. Daar had hij gelijk in’, aldus Quadt.

‘Dat is typerend voor Opstelten’, zegt Robert Mul, nu director Public Trust van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants en destijds directeur van de Rekenkamer Rotterdam. ‘Hij werkte het collegeprogramma uit in meetbare doelen.’

Praktische aanpak

Op exact dezelfde manier is hij nu als minister bezig met de uitwerking van het regeerakkoord. Voor degenen die hem al langer kennen is die praktische aanpak niets nieuws. ‘Toen hij 30 jaar geleden onze burgemeester werd, maakte hij al een lijstje met concrete punten dat we moesten afwerken’, zegt Henk Wolda, destijds ambtenaar in Delfzijl. ‘We mochten geen dikke notities schrijven. Hij wilde het liever op een A4’tje.’

‘Voor Opstelten zit de legitimatie van het openbaar bestuur niet in gesprekken en beschouwingen, maar in de resultaten die worden geboekt’, zegt de Brabantse commissaris van de koningin Wim van de Donk. ‘Dat is een verademing. Je kunt niet steeds maar blijven luisteren. Je moet zeggen: zo gaan we het doen. Dat is zijn handelsmerk.’

‘Hij zegt als bestuurder wat hij wil, maar hij houdt zich niet met de hoe-vraag bezig. Hij vertrouwt erop dat jij als ambtenaar die kwaliteit levert’, zegt Quadt. ‘Hij zegt dingen als: los het op, doe er wat aan, in die bewoordingen’, zegt Harry Borghouts, voormalig commissaris van de koningin in Noord-Holland, die als ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken nauw met Opstelten samenwerkte in de periode dat deze even geen burgemeester was, maar directeurgeneraal openbare orde en veiligheid. ‘Vervolgens moesten we rapporteren op hoofdlijnen, meestal mondeling. Zijn stijl van leidinggeven was voor ambtenaren prettig.’

Dat is ook de ervaring van Frans Heeres, de Brabantse korpschef van politie, die Opstelten in Tilburg als korpsbeheerder meemaakte. ‘Hij zegt: verdubbel de pakkans, zorg dat het aantal overvallen vermindert, ruim hennepkwekerijen op zonder dat iemand er last van heeft. De meeste korpsbeheerders willen dan een plan van aanpak zien. Hij niet. Hij wil gerapporteerd worden over de resultaten. Hij is opvallend vasthoudend en zit er bovenop.’ ‘Dat merkte ik in het Utrechtse college al’, zegt Van Zanen. ‘Hij weet exact wat de ambtenaren doen en hij heeft echt de wind eronder.’

Boos

Als Opstelten merkt dat ambtenaren een loopje met hem nemen of hem onvoldoende informeren, wordt hij boos. Dan roept hij de ambtenaren in kwestie op zijn kamer en foetert hun enorm uit. Met die kant van de minister hebben ze inmiddels bij Veiligheid en Justitie ook al kennis gemaakt.

Maar Opstelten blijft niet boos en rancune is hem vreemd. Bovendien blijft de kritiek binnenskamers. ‘Binnen werden je oren gewassen, maar buiten moest iedereen van je afblijven’, zegt Quadt. ‘Als de buitenwereld kritiek op mij had, baste hij: “Ik ben bestuurlijk verantwoordelijk. Wat hebt u mij te zeggen?” Dan krijg je als ambtenaar een enorm vertrouwen in je bestuurder, want je zit in zo’n veilige omgeving.’

Of het nu de boeren zijn in het Drentse Dalen, zijn deftige jaarclub uit Leiden of de boze Leefbaren in Rotterdam – Opstelten kan zich in al die sferen bewegen. Anne Willem Kist, oud-bestuurder van de Autoriteit Financiële Markten, die Opstelten al sinds hun Leidse studententijd kent, vertelt over een uitstapje van de jaarclub naar Engeland. Op de nachtboot werd Opstelten gespot door Rotterdammers. ‘Ze schreeuwden: ‘‘Hé, burgemeestertje!’’ Even later deed hij mee met karaoke en stond hij in zijn blazer een Stones-nummer te zingen.’

Met dezelfde vanzelfsprekend bekommerde hij zich in Tilburg om het jongetje Ruben dat de vliegramp in Tripoli had overleefd. Bereikte hij in diezelfde stad dat de reeds jaren verziekte sfeer, die uiteindelijk leidde tot het vertrek van burgemeester Ruud Vreeman, werd hersteld.

‘Hij is een geboren burgemeester. Hij kan verbinding maken tussen mensen die het persoonlijk niet meer met elkaar kunnen vinden’, zegt Van de Donk. Even vanzelfsprekend zorgde hij voor een goede verstandhouding met de Leefbaren in Utrecht en later in Rotterdam – en nu weer met de PVV’ers die het kabinet- Rutte steunen. ‘Op de avond dat Pim Fortuyn was vermoord hing er een dreigende sfeer. Tegen het advies van de ambtenaren stelde hij het stadhuis voor iedereen open. Later liep hij met zijn vrouw voorop in een stille tocht. Het was ontzettend knap hoe hij aanvoelde waar de raadsfracties en de bevolking op dat moment behoefte aan hadden’, zegt Kriens. ‘Dat soort dingen kan hij gewoon’, zegt Sjaak van der Tak, oud-wethouder in Rotterdam en nu burgemeester van Westland. ‘Verschillen van mening hoefden we nooit uit te vechten in het college. Voor het zover was, zei hij: kom eens een kopje koffie drinken. Hij is een echte burgervader.’

Flauwe grappen

Michiel van Kinderen, de voormalige Rotterdamse Ombudsman, heeft zich vaak verbaasd over het bindende vermogen van Opstelten. ‘Als hij in de buurt is, gebeurt er iets met mensen. Dat heb ik talloze keren meegemaakt. Hij maakt een paar flauwe grappen, kondigt nogal bombastisch een paar maatregelen af en iedereen is weer gerustgesteld.’

‘Hij heeft een goed gevoel voor wat er maatschappelijk leeft’, zegt Borghouts. ‘Als directeur-generaal was hij een groot deel van de dag bezig met kranten lezen en telefoneren met bestuurders. Uit alles wat hij hoort, kan hij de politieke en maatschappelijke dimensie halen. Daardoor weet hij hoe hij moet reageren. Daarnaast helpen die grote gestalte en die zware stem natuurlijk ook.’

‘Opstelten voert nu in Den Haag de Rotterdamse aanpak uit’, zegt Van der Tak. ‘Daar lijkt het inderdaad op’, vindt Attje Kuiken, Tweede Kamerlid voor de PvdA. ‘Er ligt ongeveer elke week een nieuw plan. Daadkracht uitstralen gaat hem goed af.’ De Rotterdammers kregen in de periode-Opstelten een stortvloed aan maatregelen over zich heen. Een mosquito om hangjongeren te verjagen, de avondklok op Katendrecht, huisbezoeken, preventief fouilleren, veel cameratoezicht, drugspanden onteigenen, de stad kauwgomvrij maken.

‘Daar gaat hij gewoon mee door’, zegt Van der Kinderen. ‘Nu wil hij wetgeving om mensen die hulpverleners lastig vallen extra aan te pakken. Symboolwetgeving, want met het bestaande instrumentarium kun je ook uit de voeten. Maar het volk wil daadkracht en een Swiebertje-burgemeester.’ Borghouts: ‘Hij maakt wetgeving op basis van incidenten.’

Volgens Van der Kinderen zijn voor Opstelten zo’n beetje alle middelen toelaatbaar om het vertrouwen van de burger te winnen en het veiligheidsgevoel te vergroten. Mul herkent dat: ‘Hij vindt effectiviteit belangrijker dan rechtmatigheid. Hij zegt: we doen het en als de rechter het niet goed vindt, fluit hij ons wel terug. Die houding kom je tegen bij burgers en bedrijven, maar ik vind dat de overheid niet willens en wetens de wet mag overtreden.’

Mul erkent dat Rotterdam ten tijde van Opsteltens burgemeesterschap veiliger is geworden. ‘Maar Amsterdam beweert dat dat bij hen met een kopje thee gelukt is en zonder die paardenmiddelen.’

Opstelten heeft niet alleen zijn Rotterdamse daadkracht meegenomen naar Den Haag, maar ook zijn bestuursstijl. ‘Hij informeert de Tweede Kamer op hoofdlijnen, terwijl ik graag precies wil weten het hoe zit’, zegt Kuiken. ‘Maar hij zegt als een burgervader: dames en heren, het komt goed. Als je zo veel daadkracht uitstraalt, moet je dat wel waarmaken. Maar hij heeft nog het voordeel van de twijfel.’

‘Hij roept inderdaad heel veel’, erkent Borghouts. ‘Maar dat past bij het kabinet waarvan hij deel uitmaakt. En je kunt het ook positief duiden. De burgemeester van het land wil de mensen geruststellen, daar lijkt het zeer op.’


CV Ivo Opstelten

Ivo Opstelten (Rotterdam, 1944) studeerde staats- en bestuursrecht in Leiden. Hij studeerde af in 1969 en werd gemeenteambtenaar in Vlaardingen. In 1972 werd hij als 28-jarige burgemeester van Dalen. Daarna volgden Doorn en Delfzijl. Van 1987 tot 1992 was hij directeur-generaal openbare orde en veiligheid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1992 werd hij burgemeester van Utrecht, in 1999 van Rotterdam. Na zijn vertrek uit Rotterdam, eind 2008, werd hij voorzitter van de VVD en waarnemend burgemeester van Tilburg. Vorig jaar was hij bij de kabinetsformatie een van de informateurs. Sinds oktober 2010 is hij minister van Veiligheid en Justitie.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.