of 59045 LinkedIn

Actie in plaats van bureaucratie

De ondermijnende criminaliteit in de provincies Noord-Brabant en Zeeland liep dusdanig de spuigaten uit, dat zes jaar geleden een Taskforce werd ingesteld in de vijf grootste steden in beide provincies. Die Taskforce moest, naast en bovenop de inzet van diverse organisaties, als één overheid ‘doorpakken naar het effectief verstoren van crimineel ondernemerschap’, zo staat te lezen in de doelstelling van de Taskforce.

De Taskforce Brabant Zeeland heeft bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit gewerkt als broodnodige knuppel in het hoenderhok. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Bij de aanpak van andere complexe problemen kunnen netwerkorganisaties leren van de aanpak van de Taskforce, die altijd plussen en minnen heeft.

Wetenschappelijk onderzoek naar aanpak ondermijnende criminaliteit

De ondermijnende criminaliteit in de provincies Noord-Brabant en Zeeland liep dusdanig de spuigaten uit, dat zes jaar geleden een Taskforce werd ingesteld in de vijf grootste steden in beide provincies. Die Taskforce moest, naast en bovenop de inzet van diverse organisaties, als één overheid ‘doorpakken naar het effectief verstoren van crimineel ondernemerschap’, zo staat te lezen in de doelstelling van de Taskforce.

Dat moest lopen via drie programmalijnen en negen speerpunten, waaronder de aanpak van hennep, synthetische drugs en motorbendes (zie kader rechts). En vooral moest dit in nauwe samenwerking met gemeenten, politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Belastingdienst en het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) worden opgepakt en uitgevoerd.

‘Er zou dus een enorme bureaucratische moloch kunnen ontstaan, zoals wel vaker bij grote netwerkorganisaties het geval is, waarbij alleen maar wordt gepraat, vergaderd en papier geproduceerd, maar geen actie wordt ondernomen. Bij de Taskforce is dit niet gebeurd’, stelt Hans Boutellier, wetenschappelijk directeur van het Verwey Jonker Instituut in een toelichting op het onderzoek dat het instituut heeft uitgevoerd. ‘De Taskforce heeft de boel goed opgepookt en vooral veel actie ondernomen.’

Urgentie gestegen
Luis in de pels, aanjager en olifant in een porseleinkast zijn een paar typeringen die de onderzoekers van de samenwerkingspartners te horen kregen, als hen werd gevraagd naar de waardering van de Taskforce. De Taskforce heeft in zijn zesjarig bestaan ‘veel overhoop gehaald. Dat deed soms pijn en is tegelijkertijd toegejuicht’, concludeert Boutellier in het strategisch advies, onderdeel van het binnenkort te verschijnen rapport Impulsen tegen ondermijning. De Taskforce Brabant-Zeeland wetenschappelijk tegen het licht gehouden.

Het onderzoek, in opdracht van de Taskforce uitgevoerd, was gericht op de werkwijze en waardering voor de Taskforce, niet op resultaten in de zin van opgerolde hennepkwekerijen en ontmanteling van drugs laboratoria. Ondanks minnen, mitsen, maren en verbeterpunten tekenden de onderzoekers veel plussen op.

Werkwijze en waardering van de Taskforce zijn op basis van onder meer een uitgebreide enquête, verdiepende interviews en documentanalyse langs een ‘meetlat’ gelegd; de principes van slagvaardigheid van netwerken (zie kader op laatste pagina). Op basis daarvan is de effectiviteit van het samenwerkingsproces in kaart gebracht.

‘De urgentie voor de problematiek onder de directe samenwerkingspartners is gegroeid, er is veel actie ondernomen en daarbij is sprake van innovatie in de aanpak van ondermijnende criminaliteit en de samenwerking is bevorderd’, vat Boutellier samen.

In Zeeland-West Brabant en Oost-Brabant zijn gemeenten gemotiveerd geraakt om een bijdrage te leveren aan het tegengaan van ondermijnende criminaliteit. Gemeentelijke bestuurders weten dat de ondermijnende criminaliteit ook in hun soms (kleine) gemeenten voorkomt ‘en zijn hierdoor geprikkeld aan te slag te gaan’, aldus de onderzoekers in hun rapport. Ook is het lokale gezag beter in positie en nemen de ‘burgemeesters nu ook echt beslissingen’.

Daarnaast is er een breed besef dat dit probleem integraal en in samenwerking met partners moet worden aangepakt. Partijen kunnen elkaar beter vinden en er wordt integraal gewerkt. ‘Mede hierdoor is er meer zicht gekomen op de problematiek en wordt meer resultaat gehaald. Men komt hierdoor ook sneller tot actie’, concluderen de onderzoekers. Als sterk punt wordt de communicatie vanuit de Taskforce genoemd. ‘Men laat goed zien wat er gebeurt, welke successen er geboekt worden. Dit kan zowel een effect hebben op de criminelen (afschrikken), als op partijen die men in de aanpak mee wil krijgen (motiveren).’

Kritische noten
Die communicatie over behaalde successen is overigens niet altijd en niet bij iedereen in goede aarde gevallen, vertelt Jolijn Broekhuizen, projectleider van het onderzoek. ‘Zeker in het begin riep het bij samenwerkingspartners weerstand op als een succes, zoals het oprollen van een hennepkwekerij, in de media aan de Taskforce werd toegedicht. De bij de actie betrokken partners hadden niet het gevoel zelf deel uit te maken van de aanpak van de Taskforce. In hun ogen werd een door hen geleverde prestatie door een andere/ externe partij geclaimd.’

Ook op andere punten was er kritiek. Er is te weinig capaciteit en te weinig (kwalitatief sterke) mankracht om alles op te pakken. ‘Het echt integraal samenwerken en de aansturing van partners blijft een aandachtspunt. Er moet een betere balans komen tussen korte (rake) klappen en de lange termijn doelen in het verstoren van de criminele industrie. Er is onvoldoende focus op deze duurzame doelen en ook onvoldoende duidelijkheid in hoeverre er hierin resultaten worden geboekt. Monitoring ligt nu nog op acties, prestaties, niet op daadwerkelijk effect voor de maatschappij’, zo tekenden de onderzoekers op.

Ondanks de kritische noten stelt het gros van de samenwerkende partners dat een onafhankelijke luis in de pels noodzakelijk blijft; ‘een partij die de samenwerking aanjaagt’.

Niet klaar
Alle plussen en minnen tegen elkaar afgezet, komen de onderzoekers tot de conclusie dat de Taskforce heeft gewerkt, maar nog niet klaar is. De onderzoekers doen vijf strategische aanbevelingen. Een daarvan is dat er meer balans moet komen tussen degelijkheid en activisme. West-Brabant en Zeeland zijn meer actiegericht en willen vooral ‘korte klappen’ uitdelen, terwijl Oost-Brabant meer geneigd is naar de langere termijn te kijken, zo stellen de onderzoekers. ‘Het is de kunst steeds opnieuw de goede verhouding te vinden tussen organisatie en spontaniteit, tussen strategie en aanpakken, tussen structuur en improvisatie.’

Het integraal werken kan beter. ‘Winst valt er nog wel te behalen in het echt aan de voorkant elkaar al opzoeken om integraal per situatie te bekijken welke inzet van welke organisatie het beste is’, verduidelijkt Boutellier. Een andere aanbeveling is uitbreiding van het netwerk naar andere maatschappelijke organisaties, zoals woningbouwcorporaties. ‘De onderzoeksresultaten zijn herkenbaar voor wie de ontwikkelingen de laatste twee jaar heeft ervaren of gevolgd’, stelt Taskforce- directeur Caspar Hermans desgevraagd in een reactie.

‘De onderzoeksresultaten zijn bemoedigend om op de ‘sterke’ punten de aanpak te verbreden en te verdiepen. Tegelijkertijd bieden de ‘ontwikkelpunten’ aanknopingspunten voor die verbreding en verdieping.’ Volgens Hermans neemt het draagvlak bij de deelnemende instituten voor de niet altijd ‘pijnloze’ aanpak toe.’ Niet alleen omdat men beseft en accepteert dat complexe problematiek een niet alledaagse aanpak vergt, ‘maar ook omdat er zichtbare resultaten worden geboekt. Dat geeft moed en draagvlak voor het doororganiseren van de bijdrage aan de gezamenlijke inzet binnen Taskforce-verband.’

Breder bruikbaar
Bij complexe problemen, waarbij met veel partijen moet worden samengewerkt en waarbij het gevoel van urgentie nog niet bij iedereen is doordrongen, kan de aanpak en werkwijze van de Taskforce bruikbaar zijn. Daarvan zijn Boutellier en Broekhuizen overtuigd. ‘Er is lef nodig om niet altijd alles volgens de geeigende weg te doen en pas op basis van een uitgewerkt plan, waarmee iedereen akkoord is, in actie te komen. Dat kan vaak niet bij complexe, maatschappij-ontwrichtende problemen. Het is de kunst om doelgericht te prikkelen en voldoende slagkracht te organiseren zonder rondom die netwerkorganisatie een gigantische bureaucratie op te tuigen.’

Bestuurlijk draagvlak is daarbij essentieel. ‘Als dat er niet is, is het onbegonnen werk’, benadrukt Boutellier. Hou het vooral ook regionaal of lokaal. ‘Richt geen landelijke taskforce op. Het is vaak beter om het klein te houden. Daardoor ga je echt handelen. Anders leidt het alleen tot een hoop geklets en weinig actie.’


Taak taskforce
Programmalijnen
• Effectief verstoren criminele industrie
• Versterken bestuurlijke weerbaarheid en integriteit
• Effectieve integrale bestrijdingsmachine

Speerpunten
Hennep: toeleveranciers stekken, inrichters/ bouwers, growshops
Synthetische drugs: import chemicaliën, laboranten, transportsector
Outlaw Motorcycle Gangs (OMG): kopstukken in relatie tot alle criminaliteitsvormen, locaties, nieuwe aanwas

Onlangs heeft minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) besloten de Taskforce niet per 2017 op te heffen, maar nog ‘meerjarig’ door te gaan. Dit omdat er sprake is ‘van een complex probleem dat ernstiger is en dieper in de samenleving geworteld dan bij de aanvang van de geïntensiveerde aanpak werd vermoed’, aldus Van der Steur in een brief aan de Kamer.


De 8 principes van slagvaardigheid:
1) Drive
2) Inhoudelijke richting
3) Actiegerichtheid
4) Organisatiemandaat
5) Doorwerking afspraken
6) Controle en vertrouwen
7) Informatieuitwisseling
8) Regie en coördinatie
Deze principes zijn onderscheiden in het onderzoek van de leerstoel Veiligheid en burgerschap van de VU Amsterdam. Boutellier bekleedt deze leerstoel.


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.