of 59045 LinkedIn

Beleidsreflex

Nederland heeft de Westerse samenleving veel goeds gebracht. Ik noem de zaagmolen, de spekpannekoek met stroop en – nog steeds – het poldermodel. Maar ons land heeft ook enkele minder geslaagde fenomenen voortgebracht. Een daarvan is wat ik de beleidsreflex noem: de neiging steeds maar nieuw beleid te willen maken met nieuw op te richten organisaties, vooral naar aanleiding van crises en incidenten, waarbij samenhang en overzicht niet altijd direct herkenbaar zijn.

Ik moest daaraan denken toen eind augustus bij de Tweede Kamer een brief van de minister van BZK in de bus viel. Een brief die voortvloeide niet zo zeer uit een incident of crisis, maar uit een motie van (onder meer) voormalig Kamerlid Heijnen (PvdA). Heijnen c.s. vonden dat het onderzoek naar integriteitsschendingen in het openbaar bestuur efficiënter en eenduidiger moest. Zij vroegen de regering ‘de mogelijkheid te verkennen van een onafhankelijke instelling voor onderzoek naar mogelijke integriteitsschendingen in het openbaar bestuur.’

 

Toen ik Heijnen later sprak en zei dat we zo’n onafhankelijke instelling grotendeels al hebben, namelijk de door de minister van BZK zelf in het leven geroepen Onderzoeksraad Integriteit Overheid, die ook bestuurlijk handelen onderzoekt, had hij dat niet op zijn netvlies. Ondertussen deed de beleidsreflex reeds zijn werk. Aangekondigd werd dat vooraanstaande wetenschappers, in dit geval van Tilburg University, de in de motie opgeworpen vraag zouden onderzoeken. Dat leverde een – uiteraard – knap en gedegen rapport op dat veel signaleerde en suggereerde, maar naliet duidelijke aanbevelingen te doen.

 

De minister schreef daarop genoemde brief aan de Tweede Kamer waarin hij kon melden dat het rapport onvoldoende steun geeft aan de gedachte dat er een landelijke onderzoeksinstantie moet komen. Los dan van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid die al bestaat, maar in de brief niet genoemd wordt en dus blijkbaar ook weer niet bestaat.

 

De minister kwam wel met een ander voorstel. Een nieuw instituut: Het Landelijk Steunpunt Integriteitsonderzoek dat advies en expertise biedt aan bestuurders en topambtenaren die met integriteitskwesties worden geconfronteerd. Dat steunpunt wordt ondergebracht bij het BIOS (Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector) dat dit soort activiteiten overigens al jaren en tot grote tevredenheid doet. De brief vermeldt verder nog een aantal van die typisch Nederlandse beleidsinstrumenten die in dit geval het integriteitsdenken moeten bevorderen: van protocollen tot toolkits en burgemeestergames. Wie de brief leest, zal niet direct voor ogen hebben dat deze nog steeds het antwoord vormt op een Kamerbrede motie waarin ooit het belang van efficiënt eenduidig integriteitsonderzoek werd benadrukt.

 

Natuurlijk is het goed dat met de brief de bestuurlijke integriteit hoog op de agenda wordt gezet en de statuur van het BIOS nog eens bevestigd wordt. Jammer is dat die brief voorbij gaat aan die sterke behoefte vanuit het veld, zo niet randvoorwaarde voor succes, het geheel van de vele bestaande activiteiten en organisaties op het gebied van ambtelijke en bestuurlijke integriteit eens in een voor iedereen herkenbaar en samenhangend integriteitsbeleid in te bedden, dat functioneert vanuit een duidelijke visie op de toepasselijke normen Nu heeft dat meer weg van een stapeling van beleid en activiteiten dan van een coherent geheel: Een onderzoeksraad, diverse meldpunten, een advies- en verwijspunt, een steunpunt, etc., etc.
 

Best wel nobel, die beleidsreflex in het integriteitsdossier, maar soms hebben we meer aan een aanpak waarin samenhang en overzicht centraal staan.

 

 

Harm Brouwer is voorzitter van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door W.F.Willems (raadspensionaris) op
Why has not man(plasterk) a microscopic eye(J.Swift)
Door K. De Jong op
Mijn reflex is: Stuur Minister Plasterk naar huis.
Please !
Door S.Taal op
Beleidsreflex: Weer een zoveelste vlucht naar voren of zoals m'n collega altijd na de aankondiging van een reorganisatie, die vooral bestond uit naamsveranderingen en zogenaamde efficiëncy slagen, zei:
"Verbetert het niet? Verandert het toch!

Graag zelf-reflexie i.p.v. deze beleidsreflexen. (de zelfreflexie wel graag in eigen tijd)