Help, het raadslid verzuipt!
Het raadswerk is niet populair. Het heeft politieke partijen veel moeite gekost om voldoende kandidaten te vinden voor aankomende gemeenteraadsverkiezingen. Vervolgens is het de vraag hoeveel raadsleden hun termijn werkelijk zullen uitdienen. Kortom: de lokale representatieve democratie staat onder druk. De tanende belangstelling voor het raadslidmaatschap heeft vaak een banale oorzaak: tijdgebrek.
Het is steeds moeilijker te combineren met werk en gezin. Raadswerk vergt gemiddeld 15 uur per week. In grote gemeenten loopt het aantal uren snel op. Bijna tweederde van deze tijd wordt besteed aan het lezen van stukken en voorbereiden van vergaderingen, zo blijkt uit onderzoek. Hoe meer tijd opgeslokt wordt door leeswerk, hoe minder resteert voor bezoek aan de wijk om te horen wat er in de samenleving leeft. De stapels beleidsstukken worden met de beste bedoelingen geschreven. Veel ambtenaren vinden hun beleidsterrein nu eenmaal mateloos interessant.
Dit enthousiasme kan echter niet van raadsleden en wethouders worden verwacht. Hun tijd is immers schaars. Raadsleden zijn geen politieke professionals, maar ‘gewone burgers’ voor wie politiek bijzaak is. Zo dringt de stem van de samenleving ongefilterd door tot in het hart van de lokale democratie, de raadszaal.
Als raadsleden niet meer tijd aan hun taak kunnen besteden, moeten de taken minder tijd gaan kosten. Ambtenaren spelen daarbij een sleutelrol. Helaas trekken zij zich vooralsnog weinig aan van de afbrokkeling van de lokale democratie. Terwijl hun werkzaamheden wel legitimiteit ontlenen aan de gekozen volksvertegenwoordigers. Gemeenteambtenaren kunnen het werk van lokale politici eenvoudig verlichten. Niet door méér, maar door minder te doen.
Het werk van lokale politici wordt dragelijker als beleidsstukken voortaan beperkt blijven tot maximaal 4.000 woorden. Dat is omgerekend tien pagina’s. Documenten die deze norm overschrijden, worden niet meer aan college of raad aangeboden. Dit klinkt rigide. Maar de lokale democratie staat op het spel. Als ambtenaren niet aan een dergelijke concrete norm zijn gebonden, blijven beleidstukken uitdijen tot onleesbare proporties.
Deze redding van de lokale democratie spreekt wellicht weinig tot de verbeelding. Maar complexe problemen hebben baat bij praktische oplossingen. Daarbij schuilt achter de 4.000 woorden-norm een grootser ideaal: de herwaardering van het ambachtelijke werk van de ambtenaar. Het voorbereiden van politieke besluitvorming is namelijk niet minder dan een ambacht. Er zijn duidelijke tekenen dat dit ambacht afgelopen decennium is verwaarloosd.
Gebrekkige en onnavolgbare beslissingen over de Nederlandse steun aan de inval in Irak en de bouw van de Noord-Zuidlijn, hebben de besluitvorming in diskrediet gebracht. Dit gaat ten koste van het vertrouwen van burgers in de overheid. Formeel zijn politici verantwoordelijk voor deze besluiten. Maar ambtenaren kunnen zich niet aan hun eigen verantwoordelijkheid onttrekken. Voorbereiding van de besluitvorming is immers bij uitstek hun domein.
Goede besluitvorming vindt plaats op basis van feitelijke informatie, heldere argumenten en is achteraf te reconstrueren. Tegenstellingen moeten niet worden gesmoord, maar helder aan de verantwoordelijke bestuurders worden voorgelegd. Goede besluitvorming gedijt bij scherpte. Daaraan ontbreekt het vaak, getuige de tunnelvisie die van veel besluiten afdruipt. Laten we het ambacht van voorbereiding van besluitvorming weer de aandacht geven die het verdient. Daar is geen raads- of Kamerbesluit voor nodig. Dat is onze eigen verantwoordelijkheid, ons werk.
Een timmerman maakt een mooie kast, een edelsmid mooie sieraden, wij schrijven goede stukken. Koester dit ambacht.
Dirk van de Wiel, projectleider bij de gemeente Almere
Reactie op dit bericht