Bedreigingen rond boek over klokkenluider Spijkers
Hoe onwaarschijnlijk ook dat klokkenluider Spijkers en degenen die hem probeerden te helpen, werden bedreigd, geobserveerd en wellicht afgeluisterd, ik geloof het. Medewerkers die van misstanden op de hoogte zijn - zeker als die door de top van een organisaties worden gepleegd of gesteund - worden tegengewerkt, zelfs als zij de klok nog niet geluid hebben. Ze vormen een bedreiging. Van echte steun door collega's is zelden sprake. Uit onderzoek door de NOS blijkt dat maar weinig ambtenaren van de klokkenluidersregeling gebruik maken.
De angst om de klok te luiden is volgens een woordvoerder van de VNG echter niet gerechtvaardigd. Er is tenslotte een onafhankelijke commissie en een regeling die de klokkenluider moet beschermen. Volgens mij is dat te eenvoudig. In de eerste plaats omdat de commissie slechts adviseert; het bevoegd gezag beoordeelt uiteindelijk de klacht. Zeker als er hoog in de organisatie iets mis is, is de kans dat de klacht gegrond wordt verklaard klein. Bovendien moet vaak de klacht eerst intern aan de orde worden gesteld. In veel organisaties weet men heus wel wie de 'anonieme' klager is. Door bedreigingen, treiterijen, het verspreiden van roddels of anderszins wordt deze persoon vakkundig gemarginaliseerd. Niet voor niets belandt hij vaak in de ziektewet.
Klokkenluidersregelingen beogen klokkenluiders te beschermen, maar weerhouden in feite medewerkers ervan een zaak echt aan het rollen te brengen. Volgens Van Dale is een klokkenluider immers iemand die een misstand naar buiten brengt. De regeling beschermt alleen mensen die dat juist niet doen, maar die misstanden 'netjes' binnenhouden. En bij dat 'netjes' ligt nu net het probleem: klokkenluiden wordt door veel organisaties nog steeds als nestbevuilen bestempeld. Veelvuldig wordt in de discussie over integriteit gepleit voor een cultuuromslag, waardoor klokkenluiden, volgens de regeling of volgens Van Dale, als positief wordt ervaren.
Voor zo'n omslag bestaat geen handboek. Wel zou er meer aandacht moeten zijn voor gedrag in de top. Deze maakt of breekt de integriteit van de organisatie. De top heeft een voorbeeldfunctie en kan bij misstanden een sfeer van angst in de organisatie creëren. Een misdraging - hoe klein ook - door een lid ervan is daarom niet acceptabel en moet direct openlijk worden aangepakt. Als dit normaal en 'netjes' wordt gevonden, is de organisatie veel steviger. Pas dan hebben regelingen, commissies en integriteitstrajecten zin. Tot die tijd kan iemand pas de klok luiden als hij ergens niet meer werkt. En dan nog.
Caroline Raat, zelfstandig adviseur klokkenluiden