Rijksinspecties kiezen vlucht naar voren
Reorganiseren van de rijksinspecties zoals VVD-Kamerlid Charlie Aptroot in 2005 bepleitte tot één organisatie is niet aan de orde. 'We zijn dan de komende twee jaar al onze energie kwijt aan reorganisatie. Bovendien is één inspectie volgens ons niet de oplossing', zegt Johan de Leeuw, inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en voorzitter van de Inspectieraad, waarin veertien rijksinspecties zijn vertegenwoordigd.
Om de overlast voor burgers en bedrijven met 25 procent te verminderen, gaan de rijksinpecties onderling beter samenwerken en halen zij de banden aan met hun decentrale collega's. Succesvolle samenwerking kan niet zonder uitwisseling van informatie, maar hier ligt een obstakel: de privacywetgeving. De inspecties proberen deze te omzeilen en informatie toch te delen. 'De casuïstiek zal ons wel leren wat wel en niet kan.
Duidelijk is dat je het werk niet goed kunt doen als je geen informatie hebt', aldus De Leeuw tijdens een persgesprek in Den Haag. Dat de informatie- uitwisseling een heikel punt is, bleek uit de reactie van directeur-generaal Annemie Burger van de Algemene Inspectiedienst (AID). Zij schudde heftig nee bij het horen van De Leeuws uitspraak.
Ambtelijke onwil
VVD-Kamerlid Aptroot verbaast zich niet over de afwerende houding van de ambtelijke top tegen fusies en het delen van informatie. 'Dit is onderdeel van het spel. Het is gewoon onwil: ambtenaren die zich verzetten tegen een nieuwe manier van werken. Ik begrijp ook niet goed dat de verschillende ministers [de veertien samenwerkende inspecties vallen onder tien verschillende ministers -red.] toestaan dat de inspecties zich hierover zo uitlaten. Ik vind dat het kabinet moet ingrijpen.'
Wat Aptroot betreft is een grote, alomvattende reorganisatie om in een keer te komen tot één rijksinspectie onnodig. 'We kunnen beginnen met het samenvoegen van de Arbeidsinspectie en de Voedsel- en Warenautoriteit (VWa). Die twee zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de last die bedrijven hebben van toezicht.
Kijk na een jaar hoe dat draait en voeg er dan de volgende club aan toe, en zo verder.' Dat het pad naar samenvoeging onbegaanbaar zou zijn, kan er bij Aptroot niet in. De vorming van gezamenlijke frontoffices voor alle inspectiediensten voor het toezicht in horeca en ziekenhuizen zijn het bewijs van het tegendeel. 'Als dat kan, kan de rest ook op de schop. Het is voor inspecteurs ook veel beter als ze weten dat er een grote club achter hen staat.'
Vingertje
Aptroot vindt dat er ook een slag gemaakt moet worden bij gemeenten. De lokale overheid zorgt immers voor veel inspectieoverlast. Bij de presentatie van de Inspectieraad van de nieuwe werkwijze schitterden de gemeenten door afwezigheid. De inspecties maakten desondanks duidelijk wat zij van gemeenten verwachten.
De nieuwe werkwijze van de inspecties - denken vanuit burgers en bedrijven die worden geïnspecteerd en niet vanuit de eigen inspectie - betekent voor de Inspectie Jeugdzorg dat die niet meer met het vingertje wil wijzen.
Samenwerking met gemeenten is het sleutelwoord. Joke de Vries, hoofdinspecteur Inspectie Jeugdzorg: 'We willen voortaan kijken hoe de instellingen met elkaar hebben samengewerkt. We maken daarom afspraken met gemeenten.
Ons eindproduct is een actieplan waarin de gemeente laat zien hoe het toezicht is georganiseerd. Wij kijken na twee jaren of de afgesproken resultaten gehaald zijn.' Met Almere, Eindhoven, Venlo, Heerlen en Rotterdam heeft de Inspectie Jeugdzorg zo'n actieplan klaar. In Haarlem, Culemborg en Emmen verkeert het in de afrondende fase.
Ook de AID heeft projecten in voorbereiding, waaronder een om met tien Oost-Brabantse gemeenten een samenhangend toezicht van rijksinspecties en gemeenten te organiseren op de vleesketen, van boerderij tot slachthuis. De andere werkwijze van de rijksinspecties wordt ook ingegeven door het kabinetsplan het aantal rijksambtenaren te reduceren.
'Wij moeten twintig procent inleveren. Dat kan alleen via slimmer en ander toezicht', aldus André Kleinmeulman, inspecteur-generaal Voedsel- en Warenautoriteit. De verandering van werkwijze betekent ook een omslag voor de inspecteurs, die veelal worden geleid door wantrouwen jegens de geïnspecteerde.
De inspecteurs te leren dat ze moeten adviseren, vertrouwen geven, samenwerking zoeken en begripvol reageren in plaats van meteen een procesverbaal uit te schrijven, is misschien wel de lastigste opgave, erkent De Leeuw desgevraagd.