‘Het is een beetje schaken’
Directeur veiligheid is een nieuwe functie, hoe is die ontstaan?
Uit het rapport-Fijnaut (opdracht van de commissie-Van Traa naar georganiseerde misdaad, red.) dat in 2003 uitkwam, bleek dat de gemeente meer regie zou moeten voeren over de sociale veiligheid van de stad. Justitie en politie functioneerden wel, maar de samenwerking met jeugd- en welzijnsinstellingen kon beter. Er was eigenlijk weinig samenhang tussen repressie en preventie. Instanties werkten elkaar ook tegen. De ene club zei: zorg beter voor je kinderen, haal ze van straat en de andere club zei: ga werken anders trekken we je uitkering in. Veiligheid loopt dwars door die gebieden heen. Wil je als gemeente meer sturen dan zul je moeten kiezen voor een integrale benadering.
Hoe doet u dat?
Door een probleem op verschillende manieren te benaderen. Neem veelplegers. Als we ze de zoveelste keer oppakken, komen ze in de Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) terecht. Als ze daar weer uitkomen, bieden we nazorg om terugval te voorkomen. We zorgen voor werk, een stageplek, woonruimte of een uitkering. Repressie en preventie gaan hand in hand. Tot nu toe is die aanpak succesvol; de recidive loopt terug.
Vindt u aansluiting?
Van de politiek krijg ik veel steun, ambtelijk nog niet voldoende. Ik ben toch nog steeds een relatieve buitenstaander die zich overal mee bemoeit. Mensen moeten wennen aan dit nieuwe beleidsterrein en aan het feit dat ik eisen stel. Ook denken sommige ambtenaren dat veiligheid een hype is, terwijl ik denk dat er doorlopend veel aandacht aan besteed moet worden.
Hoe wint u vertrouwen?
Alleen een probleem op tafel gooien is niet genoeg. Ik probeer uitleg te geven over veiligheid en denk mee over oplossingen. Het is een beetje schaken. Aan de ene kant ben ik een luis in de pels die ambtenaren met hun neus op de feiten drukt. Aan de andere kant heb ik ook draagvlak nodig. Het is een kwestie van veel praten, overtuigen, vasthoudend zijn en er zelf in geloven. Zonder lange adem hou je het niet vol.
Waarom is Tilburg onveilig?
Daar zijn de meningen over verdeeld. Volgens de misdaadmeter van het AD staan we op de tweede plaats van onveilige steden in Nederland, maar volgens cijfers van het CBS op de zesde plaats. Toch hebben we de grootste dip achter ons. In 1976 begon ik als 18-jarige agent bij de gemeentepolitie in Tilburg. In die tijd viel het doek voor de textielindustrie en volgde een grote recessie. Met als gevolg veel werkloosheid, leegstand en criminaliteit. Inmiddels doet Tilburg weer mee en is er minder criminaliteit. Toch moet je de aandacht nooit laten verslappen. Er zijn bovendien nog genoeg aandachtsgebieden.
Zoals?
We hebben nog steeds te weinig zicht op georganiseerde misdaad en de vastgoedsector en de wereld achter de hennepteelt. Ook maak ik me zorgen om geweldsincidenten. Qua intensiteit nemen die toe. Veel jongeren gaan al dronken de binnenstad in. Drinken van tevoren véél in een hoog tempo, het zogenaamde binge-drinken, en vertonen extremer gedrag.
Hoe kijkt u terug op het afgelopen jaar?
Ik vind het fantastisch dat ik meer met inhoud bezig ben en minder met leidinggeven zoals bij de politie. Wat me opviel is dat bij de gemeente niet alles draait om veiligheid en dat relativeert. Bij de politie was veiligheid het centrum van de wereld.