Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Onder ambtenaren

Carien Overdijk 0 reacties
Wat hebben ambtenaren in de EU-landen qua rechtspositie gemeen? Een vast en gegarandeerd pensioen en verder verrassend weinig, zo blijkt uit een inventarisatie van Binnenlands Bestuur.

De sociaal-juridische positie van overheidspersoneel in zeven EU-landen

 

Een echte uitwisseling van ambtenaren van verschillende EU-landen is nog ondenkbaar. De West-Europese overheden kennen zeer verschillende rechtsposities voor hun ambtenaren. Ze variëren van een complete status aparte, zoals in Frankrijk, tot een bijna volledig genormaliseerde positie met een gewone cao in Groot-Brittannië en de Scandinavische lidstaten. Maar tussen deze uitersten in bevinden zich de andere landen, die allerlei mengvormen hanteren, variërend van centrale tot decentrale aanstellingen, van vaste loonschalen tot individuele prestatiebeloning, van een soepel ontslagrecht tot banen 'voor het leven.' Alleen in Frankrijk bestaat het klassieke ambtenarenmodel nog. Daar krijgen ambtenaren een levenslange aanstelling waarvan de voorwaarden eenzijdig door de werkgever zijn bepaald (zie tabel).

 

In vrijwel elk land is het overheidsapparaat in aard en omvang verschillend. Nederland, Duitsland, België en Italië hebben via privatisering en de oprichting van zelfstandige bestuursorganen hun percentages traditionele ambtenaren de afgelopen decennia drastisch gereduceerd en in het Verenigd Koninkrijk behoren alleen de vijfhonderdduizend rijksambtenaren nog maar tot deze traditionele categorie. Zelfs de Britse politie en de Britse rechterlijke macht vallen niet meer onder de zogeheten 'civil service code'.

 

Denemarken vervangt al sinds 1970 de ambtelijke status voor bepaalde groepen door een werknemersstatus. En sinds 2000 krijgen álle nieuwe ambtenaren er een gewone arbeidsovereenkomst, zodat in Denemarken de traditionele ambtenaar vanzelf uitsterft. Een paar beroepsgroepen zijn hiervan echter weer uitgezonderd. Politie, leger, brandweer en gevangenispersoneel houden in Denemarken hun ambtenarenstatus, met allerlei speciale rechten en plichten. Tegelijkertijd is de overheid in de Scandinavische lidstaten een veel grotere werkgever dan elders in Europa. Zo zijn alle Scandinavische werknemers in de zorg (artsen uitgezonderd), de kinderopvang, het onderwijs en de kerken in dienst van de overheid.

 

Netelig discussie

 

Vrijwel elke Europese lidstaat neemt tegenwoordig zowel ambtenaren als 'gewone werknemers' in dienst, maar de scheidslijn tussen deze twee categorieën verschilt sterk per land. Het onderscheid leidt echter vrijwel nergens tot dramatische verschillen in materiële arbeidsvoorwaarden, want werkgevers én bonden kijken voor verwante beroepsgroepen meestal wel met een schuin oog naar de regelingen voor ambtenaren. De 'genormaliseerde' werknemers in semi-overheidsdienst heten in Nederland ook niet voor niets trendvolgers.

 

Het verschil zit veeleer in aanvullende voorwaarden. Zo hebben traditionele ambtenaren vaak een stakingsverbod (Frankrijk, Duitsland én Denemarken), een overwerkplicht (Duitsland), een meer gestandaardiseerde loopbaan (vrijwel overal) en een grotere ontslagbescherming (Frankrijk, Nederland, België, Denemarken én Italië).

 

Voor topambtenaren zijn vaak afzonderlijke spelregels opgesteld, die ook weer sterk per land verschillen. Zo stelt Frankrijk aan zijn onwrikbare ambtelijke top een harde neutraliteitseis, terwijl Duitsland naar Amerikaans model - juist politieke benoemingen toestaat voor de duur van een regeringsperiode, met voor de afvallers een goudgerande uittredingsregeling. Italiaanse topambtenaren krijgen echter sinds 2002 een prestatiecontract voor maximaal vijf jaar, zoals in de top van het internationale bedrijfsleven gangbaar is.

 

In veel landen blijft normalisatie van de ambtenarenstatus intussen een netelige zaak, die niet zelden speelbal is van politieke discussie. Een progressieve regering ijvert vaak voor flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden, een meer conservatieve draait die veranderingen dan deels weer terug. Het resultaat is op Europees niveau een compleet allegaartje aan statussen en regelingen per land.

 

'Er zijn vreemde verschillen', bevestigt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. 'Niet alleen in de contractvorm, maar ook in aanvullende beperkingen. In Duitsland rust op de ambtenarij nog steeds een soort Berufsverbot. De lokale en federale politiek is daar voor elke ambtenaar verboden terrein en onderwijzend personeel kan zelfs al ontslagen worden op grond van communistische sympathieën.'

 

In Nederland eist men voor sommige beroepsgroepen een extreme onkreukbaarheid, aldus Verhulp. 'Marechaussee en politie hebben in Nederland bijvoorbeeld een doorlopende meldingsplicht voor elke overtreding.' Hij herinnert aan het ontslag van een jonge marechaussee in 1999. 'Die jongen reisde in zijn vrije tijd met iemand die peppillen bij zich bleek te hebben.'

 

Daarnaast signaleert Verhulp vreemde verschillen in ontslagbescherming. 'In België moet je ontslagen worden in de taal van het taalgebied waar je werkzaam bent, anders is het ontslag ongeldig. Zelfs wanneer de voertaal van jouw functie daarvan afwijkt, zelfs wanneer je als ambtenaar de betreffende taal niet eens beheerst.' Opmerkelijk is ook dat de in eigen land gerespecteerde Britse civil servant juist weer geen speciale ontslagbescherming geniet.

 

Carrièresysteem

 

In de landen waar het ambtenarenrecht sterk afwijkt van het private arbeidsrecht is het zogeheten carrièresysteem dominant. De opleiding, werving en selectie van ambtenaren verloopt daar meestal via een strak en centraal systeem van aparte stages, examens en diploma's. De overheidsdienaren worden jong gerecruteerd, leggen een eed van integriteit en neutraliteit af en worden klaargestoomd voor een bepaalde rang in plaats van een functie. Die rang is vervolgens de garantie op een vrij risicoloze loopbaan, met naar leeftijd gedoseerde promoties en salarisverhogingen tot aan het pensioen.

 

Was dit systeem vroeger in de meeste Europese landen gangbaar, nu houdt alleen Frankrijk het nog voluit in ere. Maar ook België, Duitsland en - in iets mindere mate - Groot-Brittannië hebben er nog veel trekjes van behouden. In sommige andere landen geldt zo'n carrièresysteem alleen nog voor leger en politie. Voorstanders van zo'n klassiek stelsel wijzen erop dat het een betrouwbaar en loyaal overheidsapparaat oplevert. Tegenover de vele zekerheden die de werkgever biedt, stelt de traditionele ambtenaar zijn permanente 'leveringszekerheid' van trouwe, aan alle democratische wetten onderworpen arbeid.

 

De bijbehorende extra ontslagbescherming dient om ambtenaren te vrijwaren van politieke willekeur. 'Je zult maar een meneer Bomhoff als minister krijgen, die jou als directeur-generaal van VWS direct na zijn aantreden de laan uit stuurt', zo verwijst Ron Niessen naar het incident vlak na de kabinetsformatie van het kabinet Balkenende-I met Peter van Lieshout. Niessen is aan de Universiteit van Amsterdam hoogleraar Overheid als Arbeidsorganisatie en vindt dat Nederland al ver genoeg is genormaliseerd, misschien zelfs al té ver.

 

'De overheid is een bijzondere werkgever', aldus Niessen. 'Ambtenaren werken onder iemand die onder democratische controle staat en dat stelt speciale eisen. Verdonk klaagt niet voor niets dat haar ambtenaren politieke sensitiviteit missen. De huidige Nederlandse rijksambtenaren hebben niet meer het gevoel dat ze deelhebben aan het overheidsgezag. Maar minsters als Donner en Remkes verlangen wel absolute loyaliteit, bijvoorbeeld van gevangenisdirecteuren, en integriteit.'

 

Grijze muizen

 

De eenzijdige aanstelling en het ontbreken van cao's voor ambtenaren vormen volgens Niessen helemaal geen probleem. 'De eenzijdige bepaling van arbeidsvoorwaarden zie je net zo goed in het grootschalige bedrijfsleven. Het is bij Shell echt niet anders, daar valt ook weinig te onderhandelen. Je kúnt voor ambtenaren wel het complete pakket gaan uitonderhandelen, van verlofaanspraken en loopbaanbeleid tot rechten en plichten bij reorganisaties, maar dan moet je ontzettend veel opnieuw gaan regelen. Ik zou zeggen: besteed die energie liever aan de slechte arbeidsmarktpositie van de overheid en aan het vergrijzingsprobleem.'

 

De hoogleraar heeft een punt als Frankrijk tot voorbeeld mag dienen. Als enig West-Europees land bezit Frankrijk een groot en sterk gestandaardiseerd overheidsapparaat van vijf miljoen traditionele ambtenaren, dat bij de eigen burgers hoog in aanzien staat. Jongeren wedijveren hard om er te mogen werken. Dat heeft te maken met de typisch Franse trots op 'l'état', maar het is meer. De eenzijdig bepaalde Franse ambtenarenstatus biedt niet alleen werkzekerheid en levenslange scholing, maar ook een goede beloning en een hoog maatschappelijk aanzien. En een Franse ambtenaar heeft wonderbaarlijk genoeg nog stakingsrecht ook.

 

Toch is Niessens collega Verhulp nadrukkelijk een voorstander van normalisatie. 'De aparte status van ambtenaren, zoals die vooral in Frankrijk en België nog bestaat, maar voor een deel ook in Duitsland, maakt de overheidsdienst tot een star en gesloten systeem van grijze muizen. De eenzijdige en centrale vaststelling van arbeidsvoorwaarden versterkt dat, net als beperkingen zoals een verbod op staking en op politieke activiteiten.' Verhulp acht zulke regels onnodig vervreemdend. 'Wat is erop tegen als ambtenaren privé foute dingen roepen? Ik vind dat de ambtenarij een afspiegeling moet zijn van de samenleving.'

 

Psychisch inkomen

 

Voorstanders van normalisatie zijn ook te vinden in de top van het bedrijfsleven. Hier ergert men zich vaak aan de hoge aanvangslonen van ambtenaren en hun comfortabele aanstellingen die weinig prestatiedrang zouden opwekken. Ook schampert men er over de ondermaatse beloning van de ambtelijke top.

 

Een egalitaire loonopbouw is gangbaar voor ambtenaren in de meeste West-Europese landen, óók in Frankrijk. Bijna overal weet de overheid jonge mensen aan zich te binden met relatief hoge startsalarissen, terwijl het inkomen van de ambtelijke topmanagers ver achterblijft bij het bedrijfsleven. In uitzonderingsgevallen mag een peperdure interim-manager korte tijd aantreden, maar topambtenaren met een vaste aanstelling sturen grote organisaties aan voor een relatief laag salaris. In Nederland was de hoge beloning van de voormalige inspecteur-generaal van de gezondheidszorg, de cardioloog Herre Kingma, een grote uitzondering. Alleen Groot-Brittannië en Italië, die veel met tijdelijke prestatiecontracten werken, permitteren zich marktconforme salarissen voor hun topmanagers.

 

Niessen kent de kritiek: 'If you pay peanuts, you get monkeys. Daar ben ik het niet mee eens. Als je voor het publieke belang werkt, is je inkomen voor een deel psychisch. Je zit dicht bij de macht, je hebt maatschappelijke invloed. De overheid moet juist geen mensen aantrekken die voor het geld komen, maar die iets willen betekenen voor de samenleving. Tegen mijn studenten zeg ik: als je bij Philips gaat werken, kun je opklimmen in de gloeilampen. En als je aan de top zit, verkoop je nog steeds gloeilampen.'

 

Een bewijs voor zijn stelling vindt Niessen bij topfunctionarissen uit de private sector die vrijwillig een hoog inkomen inleveren voor een invloedrijke overheidsfunctie. 'Joan de Wijkerslooth was een dure advocaat. Hij heeft een enorme stap teruggezet om voorzitter van het college van procureurs-generaal te kunnen worden. En Arthur Docters van Leeuwen verdient als voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten viereneenhalve ton. Die valt terug naar ruim een ton als hij Kamerlid wordt. Toch stelt hij zich kandidaat.'

 

Wervingsproblemen

 

Dat ambtenaren hun 'mentale' inkomen, die gekoesterde maatschappelijke invloed, wel vaak gefnuikt zien door de politieke realiteit, wil Niessen graag relativeren. 'Veel ambtenaren ervaren politieke veranderingen juist als positief. Het kan ook een opluchting zijn als er na vier jaar een andere wind waait. En het geeft een hoop adrenaline, hoor.'

 

Niessen denkt niet dat de status van ambtenaren sterk beïnvloed zou worden door een verdere normalisering. 'De statusverschillen tussen ambtenaren in Europa hebben primair te maken met verschillen in opleidingssysteem en selectie-eisen. In Frankrijk moet je voor de hogere ambtelijke functies de École Nationale d'Administration (ENA) doorlopen. Met datzelfde niveau kun je ook president-directeur van Renault worden. Ook in Engeland leveren elite-universiteiten zoals Oxford en Cambridge het topkader in de ambtenarij. Dan is die status er vanzelf.'

 

Voor sommige beroepsgroepen zal de status wellicht verder dalen bij normalisering. Die van Nederlandse leraren is na hun overheveling naar het private arbeidsrecht onmiskenbaar gedaald, evenals die van bijvoorbeeld postbodes en het uitvoerende spoorwegpersoneel na de privatiseringen van de toenmalige PTT en de NS. Vergelijkbare functies in Frankrijk hebben nog vrijwel allemaal een ambtelijke status én veel meer aanzien. Overigens zijn Niessen en Verhulp het erover eens dat het 'saaie imago' van een overheidsbaan zeker niet verandert door normalisatie. 'Dat moet ook niet', vindt Verhulp. 'Dat saaie houdt verband met betrouwbaarheid en zorgvuldigheid. Die kwaliteiten zijn essentieel voor de overheid.'

 

Niessen waarschuwt wel voor een ander arbeidsmarkteffect van normalisatie in het egalitaire Nederland. 'Op dit moment zijn er nog geen al te grote contractverschillen tussen ambtenaren, omdat het arbeidsvoorwaardenoverleg weliswaar decentraal, maar nog altijd per sector wordt geregeld. Dus de gemeenten hebben één cao. Als Amsterdam straks zelf mag onderhandelen, gaat het véél meer betalen dan Amstelveen of Diemen. Dan kun je flinke wervingsproblemen voor kleinere gemeenten verwachten.'

 

Harmonisatie

 

Worstelt bijna ieder Europees land met de vraag in hoeverre ambtenaren gewone werknemers moeten worden (zelfs Frankrijk doet daar voorzichtig aan mee), de kwestie van harmonisatie tussen de landen onderling staat nog nauwelijks op de agenda. Sommige landen sluiten in hun ambtenarenrecht zelfs elke buitenlandse nationaliteit uit van benoeming. Verhulp vindt dat harmonisatie tussen de EU-lidstaten hard nodig is. 'Als de EU bestuurlijk goed wil samenwerken, dan moet je ambtenaren kunnen uitwisselen voor internationale projecten. Dat is niet alleen belangrijk voor het sociaal-economische beleid in de grensregio's, maar ook voor criminaliteitsbestrijding, ontwikkelingssamenwerking, natuur- en milieubeheer en al die andere grensoverschrijdende onderwerpen.'

 

Niessen erkent dat de grote arbeidsrechtelijke verschillen de mobiliteit van ambtenaren tussen de EU-lidstaten in de weg staan. 'Maar dat staat de taal ook. Harmonisatie is nog ver weg. De landen beschouwen het ambtenarenrecht waarschijnlijk als hun core-business.'

 

Sociaal-juridische kenmerken ambtenaren in zeven EU-landen:

 

Aanstelling

 

Denemarken: Politie, leger, gevangenispersoneel, topambtenaren en dominees hebben eenzijdig bepaalde aanstelling. Alle overige ambtenaren krijgen sinds 2000 normaal arbeidscontract. Geldt ook voor collectieve sectoren zorg en onderwijs.
Verenigd Koninkrijk: Alle overheidspersoneel normaal arbeidscontract, zelfs politie. Geen onderscheid bestuurs- en privaatrecht. Alle ambtenaren ‘servants of the crown’ en politiek neutraal. Ook de meeste leraren en zorgpersoneel in overheidsdienst.
Nederland: Verreweg de meeste ambtenaren hebben eenzijdige aanstelling volgens publieksrecht. Arbeidsvoorwaarden sinds 1989 voor acht verschillende sectoren decentraal uitonderhandeld; vergelijkbaar met die van particuliere sector.
Italië: Vrijwel al het overheidspersoneel sinds 1993 op een arbeidscontract volgens privaatrecht. Uitgezonderd diplomaten, rechters, hoogleraren, politie en leger, op wie een eenzijdige aanstelling van toepassing is.
Frankrijk: Ambtenarenstatuut van 1941 regelt eenzijdige, levenslange aanstelling voor alle ambtenaren, op rijksniveau en lokaal én voor het zorgpersoneel (exclusief artsen). Bonden onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Klein percentage tijdelijk personeel heeft arbeidscontract.
België: Wetsartikel van 1937 regelt eenzijdige, levenslange aanstelling van meeste ambtenaren. Op federaal niveau heeft 21 procent van personeel gewoon arbeidscontract. Datzelfde geldt voor 35 procent van het personeel in overheidsinstel-lingen.
Duitsland: Ruim de helft van overheidspersoneel Beambte (o.a. leger, politie, rijks- en deelstaatambtenaren) volgens een statuut uit 1999. Hun aanstelling is eenzijdig vastgesteld, inclusief arbeids-voorwaarden. Deze kunnen wel per deelstaat verschillen. Voor het contractpersoneel zijn er gewone cao’s.

 

Rechten/Plichten

 

Denemarken: Staken is verboden voor alle ambtenaren. Geen ontslagbescherming, maar bij ontslag wegens reorganisatie hebben ambtenaren recht op 3 jaar volledig loon en aansluitend zelfs pensioen, ongeacht hun leeftijd.
Verenigd Koninkrijk: Staken mag, behalve bij de politie. Geen ontslag- bescherming. Rijks-ambtenaren, rechters en leger vallen onder Civil Service code 1995). Die stelt aanvullende integriteits- en loyaliteitseisen en bevat een meldingsplicht.
Nederland: Veel beroepsgroepen leggen eed of belofte af (neemt toe sinds bouwfraude). Ambtenaren kunnen in beroep tegen ontslagbesluit en wachtgeldregelingen werken preventief op ontslag. Niets geregeld over stakingen.
Italië: Staken mag, maar politie en brandweer moeten het lang van tevoren aankondigen. Geen speciale ontslagbescherming, maar ontslag ambtenaren komt in de praktijk zelden voor.

 

Werving

 

Denemarken: Open, decentrale werving. Openbaar bestuur sterk gedecentraliseerd. Veel meer vacatures op lokaal en regionaal niveau zijn dan op rijksniveau.
Verenigd Koninkrijk: Open, decentrale werving op vacatures, maar sinds 2004 wel volgens speciale regels.‘Fast stream’ programma werft centraal jonge hoogopgeleiden voor de rijksdienst.
Nederland: Open, decentrale werving op vacatures. Hoger personeel in rijksdienst overwegend ‘eigen kweek’. Jaarlijks centrale wervings-campagne rijkstrainees. Psychologische test eerste zeef.
Italië: Decentrale werving op vacatures. Formeel verloopt die volgens open procedures, maar wie de juiste connecties heeft maakt meer kans op een overheidsbaan.

 

Beloning + arbeidsvoorwaarden

 

Denemarken: Beloning lager dan in private sector. Gunstige aanvullende sociale regelingen (vooral verlofdagen).
Verenigd Koninkrijk: Eén nationaal beloningssysteem, maar inschaling decentraal. Topambtenaren verdienen relatief weinig, maar pres- tatiebonus tot 11 procent.
Nederland: Automatische jaarlijkse loonsverhoging. Goede aan- vangssalarissen, maar ambtelijke top blijft achter bij private sector. Recht op parttime werk en speciaal verlof met (deels) doorbetaling.
Italië: Hoog aanvangssalaris, trage salarisgroei, gebaseerd op anciënniteit.

 

Loopbaan

 

Denemarken: Net als in bedrijfsleven krijgen ambtenaren doorlopend scholing aangeboden. Persoonlijk plan carriëreplanning. Jobrotatie: vrijwillig, soms verplicht.
Verenigd Koninkrijk: Personeelsontwikkeling decentraal en op vrijwillige basis. Ruimhartig opleidingsaanbod.
Nederland: Decentrale loopbaanbeleid is wisselend van kwaliteit. Arbeidsmobiliteit veelal initiatief werknemers. Verplicht functiewisseling na 5 tot 7 jaar neemt toe.
Italië: Weinig carrièreplanning. Decentraal enige scholing aangeboden. Arbeidsmobititeit tussen lokale overheden vrijwel nihil. Geen enkele stimulans om over te stappen.

 

Organisatiegraad

 

Denemarken: Ongeveer 75 procent lid vakbond. De bonden geven juridische bijstand en cursussen
Verenigd Koninkrijk: Bijna 70 procent lid vakbond.
Nederland: 30 procent lid vakbond. Bonden onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en bieden juridische hulp.
Italië: Bijna 45 procent lid vakbond. Loopt terug. Leden krijgen juridische bijstand.

 

Status

 

Denemarken: Vrij goed. Vooral de rijksambtenaren (20 procent van het totaal) genieten aanzien. Openheid is groot. Ambtenaren voor burgers direct bereikbaar per telefoon en e-mail.
Verenigd Koninkrijk: Matig. Conservatieve deel der natie en de nationale media zijn nogal negatief over de publieke sector. Toch is overheidsbaan gewild vanwege de arbeidszekerheid.|
Nederland: Matig. Overheid door burgers ervaren als bureaucratisch. Ambtenaren nog vaak imago van trage dienstkloppers.
Italië: Matig tot slecht. Een baan bij de overheid is gewild vanwege de vaste aanstelling, maar ook veel kritiek op ambtenarij. Belangrijkste klachten: corruptie, vriendjespolitiek.

 

Normalisatie

 

Denemarken: Arbeidsovereenkomst is al vergaand genormaliseerd. Momenteel geen punt van discussie.
Verenigd Koninkrijk: Normalisatie is vrijwel volledig.
Nederland: Normalisatie is halverwege. Stevige discussie over verdere normalisatie.
Italië: Normalisatie zo ver gevorderd, dat er geen discussie meer over loopt.

 

Rechten/Plichten

 

Frankrijk: Vrijwel alle ambtenaren (uitgezonderd politie en gevangenispersoneel) mogen staken. Elke ambtenaar legt eed af. Hoge ontslag- bescherming.
België: Ambtenaren mogen staken, behalve legerpersoneel. Elke ambtenaar legt eed af. Hoge ontslagbescherming.
Duitsland: Beamten mogen niet staken en geen politieke functies vervullen. Ze leggen eed af. Hoge ontslagbescherming – topambtenaren uitgezonderd.

 

Werving

 

Frankrijk: Veelal centraal. De selectie vindt plaats via massaal afgenomen examens (zelfs voor zorginstellingen). Hogere rijksfuncties alleen toegankelijk met diploma van de prestigieuze École Nationale d’Administration.
België: Eén staatsbureau werft kandidaten en verzorgt centraal de eerste selectie via algemene en functiespecifieke examens. De diensten maken per vacature hun keus uit een aanbod van geteste personen. Lage functies kennen een zesmaandse proefstage, de hogere een jaarstage.
Duitsland: Beamten worden decentraal op vier opleidingsniveaus geworven. Voor de twee hoogste niveaus (bachelor en hoger) is de procedure deels gestandaardiseerd met een examen en een stage van twee jaar, waarna tweede examen volgt.

 

Beloning + arbeidsvoorwaarden

 

Frankrijk: Beloning goed en marktconform. Ook secundaire arbeidsvoorwaarden doen niet onder voor die in bedrijfsleven.
België: Relatief hoge aanvangssalarissen, maar topsalarissen evenaren die van bedrijfsleven niet. Veel meer deeltijdwerk mogelijk dan in de particuliere sector.
Duitsland: Nettolonen van Beamten vergelijkbaar met die in private sector. Bruto lager. Uitbetaling aan het begin van de maand. Geen pensioenpremie, wel een goed pensioen.

 

Loopbaan

 

Frankrijk: Carrièresysteem. Rang bij binnenkomst bepaalt promotiemogelijkheden. Bevordering naar anciënniteit. Intensief scholingsprogramma.
België: Carrièresysteem. Rang bepaalt promotiekansen. Wie een rang hoger wil, moet opnieuw aan examens deelnemen. Sinds kortbeoordelingssysteem en personeelsontwikkeling.
Duitsland: Veel trekjes van carrièresysteem. Rang en anciënniteit bepalen loopbaan- kansen, prestaties wegen enigszins mee. Voor hoogop- geleiden veel systematische scholing.

 

Organisatiegraad

 

Frankrijk: Ongeveer 15 procent vakbondslid. De zeven bonden doen geheimzinnig over hun ledental. Ze zijn fel tegen privatisering en stellen harde looneisen.
België: Tweederde is lid van een bond. (verzuilde) bonden doen aan conflictbemiddeling en loopbaanbegeleiding en vechten voor behoud en uitbreiding van de ambtenarenstatus.
Duitsland: Ruim 30 procent lid van vakbond. Contributie laag, want er is geen stakingskas. Bond vooral zelfhulporganisatie met juridische diensten voor individuele leden.

 

Status

 

Frankrijk: Goed. Ambtenaren worden goed betaald en worden als competent en eerlijk gezien. Ruim tweederde van de Franse jongeren ambieert een baan bij de overheid.
België: Redelijk tot goed. Cliché luie ambtenaren, maar overheid is de laatste jaren veel klantvriendelijker en burgers zijn tevreden over de ambtenarij.
Duitsland: Matig tot slecht. In de ogen van de burger zitten Duitse ambtenaren de hele dag weggekropen achter de hoge stapels mappen op hun bureau.

 

Normalisatie

 

Frankrijk: Voorzichtig op gang gekomen. Indeling in categorieën ambtenaren wordt minder rigide. Overstap van/naar bedrijfsleven niet langer taboe.
België: Eind jaren negentig groot- scheeps normalisatieproces gestart. Jongste regerings- coalitie draaide deel daarvan terug, vooral voor topambtenaren.
Duitsland: Normalisatie geen prioriteit. Wel discussie over flexibilisering lonen, soepeler selectiebeleid en meer mobiliteit tussen deelstaten.

 

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen