of 59221 LinkedIn

Voorzichtig met andermans spullen

Medewerkers en leidinggevenden van het milieudepot in Zoetermeer namen op grote schaal afgedankte spullen mee naar huis. Niemand handelde integer. Waarom wordt alleen de depotbeheerder ontslagen?

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 


Jon Staalwijk* werkt sinds 2002 bij de afvalinzameling van de gemeente Zoetermeer. Als beheerder van de milieustraat heeft hij enkele mensen onder zich. Fijn werk, daar tussen de afgedankte spullen van de Zoetermeerse burgers.

Op een dag verschijnt er op Twitter een bericht dat voor de gemeente aanleiding is om Hoffmann Bedrijfsrecherche in te schakelen. Die gaat onderzoeken of medewerkers van het depot zich schuldig maken aan diefstal of verduistering van ingezamelde goederen. Er worden geheime camera’s geïnstalleerd en depotmedewerkers worden gehoord.

Staalwijk hangt. Hij wist dat medewerkers op grote schaal goederen vanaf het milieudepot zonder toestemming meenamen. Het was zijn taak om hen daarop aan te spreken en zijn bevindingen te verwerken in het personeelsdossier. Deed ie niet. Erger: zelf nam hij ook, zonder toestemming van zijn leidinggevende, radio’s, computers en computeronderdelen mee, terwijl hij wist dat dat niet mocht. Hem wordt verweten een aanzienlijke rol te hebben gespeeld bij de misstanden. Ernstig plichtsverzuim dus en hij vliegt er direct uit.

Het ontslag vecht hij aan bij de rechtbank Den Haag, maar kan rekenen op weinig begrip. Het ontslag is terecht én niet onevenredig aan de aard en ernst van het plichtsverzuim. Maar het zit hem niet lekker. Collega’s en leidinggevenden namen toch ook spullen van het depot mee naar huis? Waarom wordt alleen hij ontslagen? Wordt het gelijkheidsbeginsel niet geschonden?

Nee hoor, zegt de rechtbank, het Zoetermeerse college heeft aannemelijk gemaakt dat de andere leidinggevenden zich niet in gelijke mate schuldig hebben gemaakt aan plichtsverzuim. Bovendien, Staalwijk was een gewaarschuwd man: al in 2011 werd hem verweten te handelen in strijd met de integriteitsregels. Hij had toen toegestaan dat een burger gedurende een lange periode ‘werkzaamheden’ verrichtte op het depot. Die had daar niets te zoeken. En verder terug: twee jaar na zijn aanstelling werd Staalwijk door zijn afdelingshoofd erop aangesproken dat hij een van zijn medewerkers toestemming had gegeven om buiten werktijd gebruik te maken van een gemeentelijk voertuig. Een akkefietje dat hem jaren later toch weer wordt aangerekend.

Staalwijk zoekt zijn heil bij de hoogste ambtenarenrechter. De Centrale Raad van Beroep doet op 20 april 2017 uitspraak en blijft onverbiddelijk: het ontslag is terecht. De Raad wijst er fijntjes op dat het afdelingshoofd een toezichthoudende taak nadrukkelijk bij Staalwijk had neergelegd. Bovendien had hij het onderwerp integriteit veelvuldig besproken, onder meer tijdens het wekelijkse ‘Borrelnotenoverleg’ én tijdens het driewekelijkse bilaterale overleg tussen hem en Staalwijk.

Bovendien had Staalwijk als leidinggevende een voorbeeldfunctie. Door zijn gedogende opstelling was Staalwijk verantwoordelijk voor een klimaat waarin medewerkers zonder toestemming ongehinderd en op grote schaal goederen konden blijven meenemen.

Om het gelijkheidsbeginsel te kunnen inroepen, zegt de Raad nog, had Staalwijk beter moeten aantonen dat sprake is van gelijke gevallen. En dat was er niet: Staalwijk was de spin in het web, en niemand anders – wat die anderen ook aan spullen meenamen.

Wie pikt van het werk, ook al is het ouwe meuk, handelt niet integer. Wie dat te vaak doet, wordt zelf afgedankt.

* De naam is gefingeerd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.