of 59045 LinkedIn

Tijd voor psychologische integriteitstest

Jan-Willem van Kleef en Hans van Wijngaarden 2 reacties

Integriteit vormt een steeds grotere risicofactor voor politiek bestuurders, volksvertegenwoordigers en hun partijen. Affaires als die van Marc Verheijen en Jos van Rey leiden tot strengere gedragscodes, maximale transparantie over declaraties en nevenfuncties en verzwaring van integriteitscommissies. Toch zijn dergelijke maatregelen niet afdoende. De maatschappelijke norm is veranderd: niets is meer acceptabel en bestuurders schieten in de kramp. Er heerst onder hen een grote angst en onwetendheid hoe hiermee om te gaan. Of iemand intrinsiek integer is of juist een risico vormt kun je eigenlijk alleen maar vaststellen met een psychologische test. Het is hoog tijd dat zo’n test standaard onderdeel uitmaakt van het integriteitsbeleid van besturen in het publieke domein.

De maatschappelijke norm is veranderd: niets is meer acceptabel en bestuurders schieten in de kramp. Er heerst onder hen een grote angst en onwetendheid hoe hiermee om te gaan. Of iemand intrinsiek integer is of juist een risico vormt kun je eigenlijk alleen maar vaststellen met een psychologische test. Het is hoog tijd dat zo’n test standaard onderdeel uitmaakt van het integriteitsbeleid van besturen in het publieke domein.

 

Naast strengere regels aan de buitenkant, moet tegelijkertijd ook de binnenkant, de persoonlijkheid van bestuurders worden blootgelegd. Regels zijn slechts schuilhokken, die, als het er echt op aankomt, geen bescherming bieden. Waar het in de kern om gaat is dat de bestuurder zijn eigen zwakheden en die van zijn collega’s herkent en erkent. Op basis van inzichten in de eigen en elkaars persoonlijkheden kun je risico’s rond integriteit echt beheersen.

 

Bij een psychologische test wordt de integriteit vastgesteld aan de hand van verschillende factoren. Zoals emotionele stabiliteit: hoe vatbaar is een bestuurder voor bijvoorbeeld intimidatie? Of altruïsme: hoe verhoudt het persoonlijke belang zich ten opzichte van het publieke belang dat men dient? Of consciëntieusheid: hoe gewetensvol handelen bestuurders? Uit onderzoek van Boyatzis en Pasmore is bekend dat slechts 3% van de mensen intrinsiek integer is, 22% van de mensen acht zichzelf integer, maar is zich niet bewust van het tegendeel. Driekwart van de mensen, dus ook bestuurders, moet voor integer gedrag veel doen of juist veel laten.

 

Bij bestuurders die niet intrinsiek integer zijn, komen vier typen persoonlijkheid voor. Bestuurders die zich isoleren van anderen, eigenaardig gedrag vertonen en vreemde beelden van de werkelijkheid hebben. Bestuurders die anderen bruuskeren door narcistische en megalomaan gedrag. Bestuurders die zich uit angst afhankelijk van anderen opstellen, vermijdend gedrag vertonen en extreme eisen stellen. En tot slot bestuurders die passief agressief zijn jegens anderen, zij moeten hun woede steeds in toom houden.

 

Voor bijvoorbeeld colleges van B&W, provinciebesturen en politieke partijen is kennis over de integriteit van vooral beeldbepalende leden daarom meer dan ooit noodzakelijk. Zij moeten zichzelf en elkaar recht en eerlijk in de ogen durven zien. Op alleen blauwe ogen kun je niet vertrouwen. En evenmin legt een uurtje googelen, een verklaring omtrent gedrag of een antecedentenonderzoek bloot of iemand integer is of niet. Een psychologische test, als onderdeel van het integriteitsbeleid, kan helpen het gesprek hierover in vertrouwen met elkaar aan te gaan. Om vervolgens met elkaar afspraken te maken over ethische codes en gedragsregels.  En die daarna regelmatig te evalueren. Integriteit is immers geen momentopname, maar een perpetuum.

 

Bestuurders die zichzelf en elkaar op dit vlak goed verstaan, zien in dat ‘een beetje integer’ niet bestaat. Je bent het, of je bent het niet. Dit wil overigens niet zeggen dat bestuurders zomaar ingedeeld kunnen worden in goede en slechte. Bij integriteitskwesties gaat het er voornamelijk om hoe een bestuurder handelt als een grens wordt geschonden of overtreden. Bij een overtreding is er meestal sprake van opzet en staat iemands positie op het spel. Een schending gebeurt meestal per abuis en geldt als leermoment voor de bestuurder. Fouten maken mag, de boel beduvelen niet!

 

Het is juist deze nuance - opzettelijk in de fout of een eenmalige vergissing - die van zowel politici als van de samenleving een andere oordeelsvorming vragen bij integriteitskwesties. En belangrijke factor hierbij is of de betreffende bestuurder de verantwoordelijkheid draagt voor een belangrijk politiek ambt. Hoe meer verantwoordelijkheid, hoe groter het risico. Zo kan een ogenschijnlijk futiele integriteitskwestie een regeringspartij in verkiezingstijd noodlottig zijn, terwijl een oppositiepartij een veel ernstiger kwestie wegwuift en er ook mee wegkomt.

 

 Mr. Jan-Willem van Kleef is juridisch adviseur van bestuurders in de publieke sector

Dr. Hans van Wijngaarden is psycholoog

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Barend Koch (psycholoog) op
Als aanvulling op dit artikel wil ik nog een relevante ontwikkeling noemen. Dit is de opkomst van het HEXACO-model waarin de factor Integriteit een zelfstandige persoonlijkheidsdimensie is.

Tot voor kort dachten persoonlijkheidspsychologen dat onze persoonlijkheid uit vijf basisdimensies bestaat, de zogenaamde ‘Big Five’-factoren Extraversie, Vriendelijkheid, Consciëntieusheid, Stabiliteit en Openness to Experience.

Achteraf gezien blijkt er nog een zesde basisdimensie te bestaan die niet door de traditionele ‘Big Five’ kan worden verklaard. Dit is de dimensie Honesty-Humility, ook wel Integriteit genoemd.

Deze dimensie bestaat uit de aspecten oprechtheid, rechtvaardigheid, hebzucht vermijden en bescheidenheid en kan worden gemeten met de HEXACO-PI-R persoonlijkheidsvragenlijst. Dit is geen ‘integriteitstest’ maar een persoonlijkheidsvragenlijst die alle belangrijke eigenschappen in kaart brengt, inclusief de factor Integriteit.

De HEXACO-persoonlijkheidsvragenlijst is ontwikkeld door de grondleggers van het HEXACO-model, Michael Ashton en Kibeom Lee. De Nederlandse bewerking en validering is gedaan door Reinout de Vries van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Referenties:

De Vries, R. E., Ashton, M.C . & Lee, K. (2009). De zes belangrijkste persoonlijkheidsdimensies en de HEXACO Persoonlijkheidsvragenlijst. Gedrag & Organisatie, 22, 232-274.

Lee, K., Ashton, M. C., Morrison, D. L., Cordery, D., & Dunlop, P. D. (2008). Predicting integrity with the HEXACO personality model: Use of self- and observer reports. Journal of Occupational and Organizational Psychology, 81, 147-167.

Lee, K. & Ashton, M. C. (2004). Psychometric properties of the HEXACO personality inventory. Multivariate Behavioral Research, 39, 329-358
Door ellen op
In een interview vertelde onze hoogste baas meneer Rutte dat hij zaken niet declareerde omdat hij vond dat het de burger niks aan gaat of hij een glaasje wijn drinkt en met wie.
Wat had ik hem veel meer gewaardeerd als hij had gezegd: ik ga niet elk glaasje wijn declareren want van mijn riante salaris kan ik dat echt wel zelf betalen.

Integriteit wordt nooit wat zolang mensen alleen maar willen hebben en hebben. In mijn vroegere baan zag ik ook dat de mensen met de hoogste salarissen en de hoogste representatiekostenvergoeding, de meeste moeite deden om elk miezerig bonnetje gedeclareerd te krijgen.
Ik geef direct toe, de mentaliteit van "ach dat miezerige tientje betaal ik zelf wel" maakt je niet rijk, maar wel een ontspannen en gelukkig mens, en over integriteit hoeft dan ook niemand te piekeren.