of 59142 LinkedIn

Ambtenaar ­verdient aparte rechtspositie

Reageer

Door hun bijzondere positie moeten ambtenaren extra rechtsbescherming houden.

Het wetsvoorstel ‘Normalisering rechtspositie ambtenaren’ wordt op dit moment behandeld in de Eerste Kamer. Een van de speerpunten van het wetsvoorstel is de rechtsbescherming. De initiatiefnemers willen bewerkstelligen dat de ambtenaar niet méér rechtsbescherming heeft dan een private werknemer. Dit voorstel heeft daarom ingrijpende gevolgen voor werknemers bij de overheid. Op dit moment is het zo dat elke werknemer in bezwaar kan gaan tegen elk (nadelig) besluit voor zijn rechtspositie. Daarna heeft een ambtenaar zelfs nog de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de bestuursrechter. De initiatiefnemers van CDA en D66 vinden dat er net zoveel rechtsbescherming moet zijn voor een ambtenaar als voor een werknemer in de private sector. Maar de bijzondere rechtsbescherming voor de ambtenaar moet naar mijn mening om verschillende redenen blijven bestaan.

Uit het wetsvoorstel volgt dat de wetgever ambtenaren wil benoemen met een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst omdat een ambtenaar thans meer rechtsbescherming geniet. Een ambtenaar heeft inderdaad meer rechtsbescherming dan een werknemer in de private sector. En terecht. Een publieke werkgever heeft namelijk twee petten. Enerzijds is hij  werkgever met alle rechten en plichten van een private werkgever. Anderzijds is hij bestuurs­orgaan in de zin van de wet en heeft daarmee ook alle verregaande bevoegdheden van een bestuursorgaan. Juist omdat een bestuursorgaan dergelijke bevoegdheden heeft, is er een Algemene wet bestuursrecht in het leven geroepen.


Vroeger was de relatie burger-overheid uitsluitend via civiele wetten geregeld. De Algemene wet bestuursrecht is ingevoerd om burgers meer rechtsbescherming te geven. Voor de Awb was er nota bene zelfs een wet Arob inzake rechtsbescherming van burgers. Met die historie in het achterhoofd is het al frappant dat de relatie overheid-ambtenaar nu moet worden geregeld via het privaatrecht om de werknemer in kwestie minder rechtsbescherming te geven.

Daarmee kan men zichzelf zelfs afvragen in hoeverre het wetsvoorstel ‘Normalisering rechtspositie ambtenaren’ past binnen de kaders van de rechtsstaat. Toenmalig minister Hirsch Ballin merkte ooit bij de behandeling van de Awb op dat een bestuurs­orgaan altijd onder controle van het recht blijft. Dat is volgens hem namelijk een kenmerk van een rechtsstaat. 

Daar komt bij dat het ontslagbesluit van een ambtenaar minder wordt getoetst. Op grond van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen hoeft de overheid geen vergunning aan te vragen om een amb­tenaar te ontslaan. De ratio hierachter is dat de overheid het als werkgever altijd wel goed doet.

Daardoor wordt een ambtenaar in feite voor de leeuwen geworpen. Een overheidsorgaan doet het namelijk niet altijd goed. Ik zou dit in een breder perspectief willen zetten. Bij de overheid werken mensen. Die mensen zijn zich bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar ze kunnen ook fouten maken. Precies om die reden zijn er bestuursrechtelijke wetten ingevoerd die zorgen dat de overheid fouten kan herstellen, zoals in een bezwaar- of beroepsprocedure.

De schrijvers van het wetsvoorstel gaan er ook nog aan voorbij dat er in het civiele arbeidsrecht ook een tendens is om de werknemer meer rechtsbescherming te bieden. Onlangs heeft de Eerste Kamer de Wet werk en zekerheid aangenomen. Door die wet kunnen werknemers nu in hoger beroep en cassatie tegen hun ontslagbeschikking van de kantonrechter. Dit is volgens de memorie van toelichting gedaan om de werknemer meer rechtsbescherming te bieden. Al met al rammelt het wetsvoorstel op een van zijn fundamenten. Ik zou de senatoren op het hart willen drukken om de handen bij de stemming omlaag te houden.

David de Vries, student rechten, Hogeschool van Amsterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.