of 59183 LinkedIn

Waarom 'BURGER' een vies woord werd

Het woord burger heeft in participatieland een nare bijsmaak gekregen. “De enige professional op het terrein van burgers, is de Burger King,” stelde Ferenc van Damme (provincie Overijssel) onlangs. 'Elimineer de burger, tenminste die term,' is zijn hartenkreet. 

Hoe heeft het zover kunnen komen dat de term ‘burger’ zo besmet is geraakt? Googelen op burger levert pagina's vol hits: “Wereldburgers: de beste burgers, puur en verantwoord.” Verraderlijk, het gaat inderdaad vooral over hamburgers. Pas bij gerichter zoeken kom je bij burgerschap. De overheid is steeds gretiger gaan definiëren wat goed burgerschap is: “U zult uw naaste niet helpen zonder BHV-diploma, Uw kind zal niet spelen zonder happy-landings onder de schommel, U zult geen vrijwilligerswerk doen naast uw uitkering,” enzovoorts.

 

Het ging mis toen de overheid burgers ooit 'klant' ging noemen.

De overheid nam gretig het monopolie op de publieke zaak. En bepaalt op welke trede van de participatieladder je mag of moet klimmen.

 

Daar kreeg ‘de burger’ een negatieve lading: iets wat moet of (niet) mag in plaats van iets wat je bent of doet. 'De burger' werd steeds vaker kritische consument of een hobbel die een ambtenaar of politicus moest nemen. Even 'draagvlak creëren', 'iets in de inspraak leggen' of nog even 'langs de wijk'. Vaak op neerbuigende of sombere toon geuit, want iets inspirerends wordt er kennelijk niet van dergelijke sessies verwacht. Al wordt het “gij zult participeren” met de mond stevig beleden.

 

Hier verdween de focus op een tweezijdige relatie, met rechten en plichten voor elk. Met het verliezen van tweerichtingsverkeer werden ook de beelden over en weer simplistischer.

 

Daarom denk ik dat het woordje 'DE' voor burger een groter probleem is dan het woord BURGER an sich. 'DE' burger bestaat namelijk niet. En is al helemaal niet in een hokje te stoppen. Er bestaat geen realiteit die je ‘de burger’ kunt noemen. Het wordt tijd dat de overheid zich werkelijk en oprecht verdiept in al die verschillen, en écht in gesprek gaat. Niet op de plek en tijd die de overheid bepaalt, maar naar de plekken toe waar mensen zijn. Je rol definiëren vanuit middenin de samenleving staan. En niet het ‘perkje aanharken’ waarbinnen geparticipeerd mag worden. Of iets ‘over de schutting gooien’ waar het goed uitkomt dat burgers het zelf doen. En oog hebben voor wie niet vanzelf meedoet.

 

Samen vorm geven aan het publieke leven, participeren en betrokken zijn, zijn positieve begrippen. Wat mij betreft denken we daaraan bij 'burger’: aan rechten en plichten, aan vrijheid in verbondenheid. Burger ben je niet alleen ten opzichte van bestuurders en ambtenaren, maar juist ook ten opzichte van medeburgers. Dus: de beste burger is geen gegrilde burger. Maar dat zijn wij zelf. En dat woord mogen we best weer met wat meer trots gebruiken.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Niels op
Exact! Daarom is het mijn streven om zoveel mogelijk voornamen te kunnen gebruiken. Dat betekent overigens veel investeren in de relatie. En dat is nog leuk ook!
Door B. Talman (Mede-oprichter St. GoudApot) op
Het stempel DE burger, of überhaupt burger zorgt ook voor afstand tussen de partij die burger gebruikt en de mensen over wie het gaat.
Hiermee wordt een wij (adviesbureau, ambtenaar, zgn. professional enz) op een voetstuk geplaatst om de hulpeloze burger bij de hand te nemen terwijl burgers niet altijd 'geholpen' willen worden maar de ruimte willen krijgen. Dus geen (goedbetaalde) adviseur die er belastinggeld doorheen jaagt in allerlei creatieve sessies, maar mensen die zaken zelf regelen. Immers: de kennis van een stad die woont er.