of 59250 LinkedIn

Sterke staaltjes in ‘anders doen’

In Het Parool las ik van de week een berichtje over de opening van het vernieuwde Ten Kateplein in Amsterdam West. Dit plein is ontworpen in nauwe samenwerking met de buurt. Een van de buurtbetrokkenen vertelt: ‘het was echt te gek om mee te denken en ik ben er trots op hoe het is geworden’. Hoe dit plein er in het echt ook uitziet; voor de bewoners kan het niet meer stuk.

En juist over dit soort voorbeelden ben ik de afgelopen weken in gesprek met Amsterdamse collega’s. Wat zien we om ons heen als sterke staaltjes van ‘anders doen’? Staaltjes die niet hebben gewacht op een officieel sein van hogerhand dat het veranderproces NU van start is gegaan. Maar goede voorbeelden die spontaan zijn ontstaan of organisch zijn gegroeid. Gewoon omdat het slimmer, effectiever of simpelweg noodzakelijk was om het ‘anders’ te doen.

 

Nou, er blijkt van alles spontaan en organisch te gebeuren! Voorbeelden te over waarin het roer 180 graden is omgegaan en waar de vertrouwde werkwijze is vervangen door een nieuwe. En net als op het Ten Kateplein stralen ook hier de betrokkenen van trots wanneer zij erover vertellen. Lastige dilemma’s en bijkomende onzekerheden worden open op tafel gelegd. Tenminste – zolang men de ruimte voelt om te mogen falen en er nog kansen zijn om zaken bij te stellen.

 

Die ruimte en kansen worden nog een stuk minder gevoeld bij de gemeentelijke veranderplannen die centraal zijn bedacht en gepresenteerd. Zoveel werd mij vorige week duidelijk tijdens een conferentie van onze centrale OR (de zogenaamde CORferentie). Het maakt eigenlijk weinig uit of die plannen nu goed of slecht zijn bedacht. Het simpele feit dat een ander bedenkt dat ‘jij’ moet veranderen doet – hoe dan ook – menig hak in het zand belanden. Een interessante ‘COReactie’ uit de zaal was er een met de strekking: ‘we weten allemaal wel dat we dingen anders moeten doen .. als we nou gewoon afspreken dat we dat vanaf morgen gaan doen. Dan laten we de structuurwijzigingen voor wat ze zijn en gaan we lekker door met ons werk.’

 

De krachtige eenvoud van deze stelling liet mij even geloven dat het zo best eens zou kunnen werken. De aanwezige emeritus hoogleraar organisatiekunde beaamde echter mijn secundaire gevoel. Dat er toch echt een nieuw hok nodig is om een konijn van gedrag te laten veranderen. En juist over dat nieuwe hok zijn de konijnen nog weinig enthousiast. Zou het schelen als ze zelf zouden meebouwen aan het nieuwe onderkomen? Het Ten Kateplein leert ons van wel. Een plan waar je samen aan werkt is het namelijk waard om te verdedigen.

 

Dat écht samen optrekken zie je tussen bestuurders en OR-en nog weinig gebeuren. De traditionele scheiding der machten zit ons hier in de weg. Daarmee is ‘tijdige OR-betrokkenheid’ vaak niks meer dan het ‘zsm’ kunnen becommentariëren van de geschetste plannen. En meestal volgt er dan standaard de waslijst met zorgpunten en de trits aan procesafspraken waar de bestuurder dan weer keurig op moet reageren.

 

Hoe verrassend zou het zijn als een OR met een goed uitgewerkt tegenvoorstel komt of als zij van meet af aan écht zou mogen meeschetsen aan de veranderplannen? Noem mij naïef, maar dat zou ik met recht een sterk staaltje vinden!

Melissa Schouman
Meer columns van Melissa Schouman leest u hier.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.