of 59045 LinkedIn

Nu de ‘normalisering’ van de meest kwetsbaren nog

De kans is nu toch echt groot dat binnenkort ook de laatste stap wordt gezet in het proces van de ‘normalisering’ van de rechtspositie van ambtenaren. Het gaat er daarbij in de kern om dat de ambtelijke rechtspositie dan niet langer publiekrechtelijk van aard is maar privaatrechtelijk. Dat betekent dat ook voor ambtenaren de in de marktsector  geldende arbeidsrechtelijke regels van kracht worden en dat voor hun rechtsbescherming de bestuursrechter plaats maakt voor de burgerlijke rechter.

Waar ik hier de aandacht op wil vestigen zijn twee van de essentiële argumenten waarom de wetgever ervoor kiest om het publiekrechtelijke karakter van de ambtelijke rechtspositie af te schaffen. Het eerste is, dat het bestuursrecht zich veel minder goed leent om problemen op te lossen dan het privaatrecht. Dat komt door het hoge juridische gehalte van met name de Algemene wet bestuursrecht.


De tweede is, dat ambtenaren inmiddels zo zijn geëmancipeerd dat zij in staat worden geacht vanaf nu wel op gelijkwaardig niveau met hun overheidswerkgever te communiceren. Tweezijdigheid in de onderlinge relatie tussen overheidswerkgever en ambtenaar moet dan ook de nieuwe norm worden. Dat kan niet langer met een overheid die formeel boven de partijen staat, zoals dat in de huidige publiekrechtelijke verhoudingen geldt.  Door dit alles is dat publiekrechtelijke karakter dan ook ‘niet meer van deze tijd’, aldus de Tweede Kamer.   


Die argumenten lezende, rijst dan natuurlijk onmiddellijk de vraag of dat alles ook niet moet gelden voor de meest kwetsbaren in onze samenleving? Vanaf 1 januari 2015 krijgen gemeenten van diezelfde wetgever de totale verantwoordelijkheid opgelegd voor zorg en welzijn van de meest kwetsbaren in onze samenleving. Concreet gaat het om de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Participatiewet. Het is opvallend dat de wetgever het publiekrechtelijke karakter van deze drie onlangs geheel gerestaureerde  wetten onverkort in stand heeft gelaten. Sterker nog, met name de Jeugdwet is zo geredigeerd dat nog meer dan in de thans nog geldende Wet op de Jeugdzorg, vrijwel alle macht bij de gemeenten ligt.

 

Verder zijn de meest kwetsbaren door de wetgever opnieuw die zo gejuridiseerde  Algemene wet bestuursrecht in gedrukt voor wat betreft hun procesrecht tegen gemeenten.  Daarmee worden voor de meest kwetsbaren precies al die belemmeringen gehandhaafd en zelfs versterkt, die voor onze ambtenaren als ‘niet meer van deze tijd’ worden beschouwd en dus worden afgeschaft.

 

Als wij ooit wetten hebben gekend die er niet om vragen maar om schreeuwen dat gemeenten op gelijkwaardig niveau met de doelgroepen communiceren, dan zijn het de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Participatiewet wel! Gemeenten zullen daardoor immers met heel veel maatschappelijke instanties, met de meest kwetsbaren zelf en vaak ook met hun families moeten overleggen, samenwerken en vooral ook problemen kunnen oplossen om aan hun (regie)rol invulling te geven. Veel minder dan in hun huidige bestuurlijke taken zullen gemeenten dat kunnen doen vanuit de top-down benadering van de klassieke bestuurder. En hoe kun je als wetgever überhaupt nog vol houden dat al die maatschappelijke organisaties, de meest kwetsbaren zelf en hun families, anno 2015 niet voldoende zijn geëmancipeerd om op gelijkwaardig niveau met de gemeenten te kunnen praten? Toch is dat exact wat er nu gebeurt!  

 

Wat mij aangaat is het dus de hoogste tijd dat ook de rechtspositie van de meest kwetsbaren in onze samenleving wordt ‘genormaliseerd’. Door in de drie genoemde wetten de publiekrechtelijke verhouding tussen de gemeenten en de doelgroepen en hun organisaties om te bouwen naar privaatrechtelijke verhoudingen. Daarvoor gelden onvermijdelijk dezelfde hiervoor genoemde argumenten die de wetgever hanteerde om de rechtspositie van ambtenaren te normaliseren.

 

Ook de meest kwetsbaren en hun organisaties verdienen het om serieus genomen te worden door tweezijdigheid in de verhouding met de gemeenten waarvan zij door de wetgever zo afhankelijk zijn gemaakt. Zo hoort het en niet anders!

 

 

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.