Advertentie
carrière / Column

Ken uw klassiekers

Gaat het in het management om top-down of bottom-up?

18 februari 2014

Aan menig managementtafel wordt vandaag de dag frequent de discussie gevoerd of je nou moet centraliseren (lees: concentreren) of dat je moet decentraliseren. Haaks op de huidige trend bijvoorbeeld van superprovincies of alsmaar groter wordende gemeentes zijn er ook deskundigen die beweren dat het goed zou zijn als we niet minder maar juist meer gemeentes krijgen.

Tsja, wie heeft er nou gelijk? En zo ook voeren we verhitte discussies over onze lenigheid: de flexibiliteit van onze tent. Agility met een deftig woord. Om te zien en snappen wat er in de wereld om je heen gebeurt en daar dan snel op in te kunnen spelen. Dat zou écht de toekomst zijn. Maar anderzijds zijn er ook scholen die pleiten voor orde en regelmaat. Structuur met duidelijke procedures en heldere regels. Voorzien van gedetailleerde organisatie- en formatierapporten. Opdat iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Om zo die drukte in de managementkamer te voorkomen: je gaat er over of niet.

 

En zo’n zelfde discussie tref je aan als het gaat om het expliciteren van je managementstijl: gaat het nou om top-down of om bottom-up? Moeten we focussen op kosten of is het toch beter voor kwaliteit te gaan? Gaat het nou bij een verandering om het creëren van een sense of urgency – een soort van ‘burning platform’ – of moet je investeren in een sense of excitement, de explicitering van die stip op de horizon? En zo kan ik nog wel even doorgaan…

 

Even terug in de geschiedenis. Want veel van waar we ons nu zorgen overmaken is al lang geleden uitgevonden. Ken uw klassiekers dus. Want te denken van de Benedictijnen bijvoorbeeld. Een orde die al meer dan 1.500 jaar bestaat. Met de kloosterregel van Benedictus (‘de Regula Benedicti’) als rode draad. Mooi toegankelijk gemaakt in de bestseller ‘Een levensregel voor beginners’ van Wil Derkse. Inmiddels toe aan de 27e druk. Jawel. Zeker in deze tijd van kortcyclische organisaties. Want ondernemingen winnen sneller marktaandeel, maar raken dat ook sneller kwijt.

De winnaars van vandaag blijken steeds minder de winnaars van morgen te zijn. En de cijfers bevestigen dat: consultancybureau BCG onderzocht over een periode van een halve eeuw hoe lang ondernemingen hun marktleiderschap weten vast te houden. De resultaten zijn opmerkelijk. Het percentage ondernemingen dat een top 3-positie in zijn markt in een tijdspanne van vijf jaar verloren zag gaan is tussen 1970 en 2010 meer dan verdubbeld!

 

Met die wetenschap mag je dus wel respect hebben voor een organisatie met een geschiedenis van meer dan anderhalf millennium. En een aantal van hun basale grondbeginselen ook wel eens nader bestuderen. Om die dan ook in de praktijk van alledag toe te passen. En wat blijkt: het gaat helemaal niet om de keuze tussen twee uitersten: het gaat veel meer om de balans. Het vinden van het juiste evenwicht tussen bijvoorbeeld enerzijds zaken als centralisatie, orde en topdown én anderzijds decentralisatie, flexibiliteit en zelfsturing. Waarbij je dus twee dingen tegelijkertijd doet. Je concentreert op een beperkt aantal items – strak geregisseerd vanuit één concept – én tegelijkertijd maak je maximaal gebruik gemaakt van de kracht van de afzonderlijke domeinen.

 

Wat eigen is, blijft eigen. Zo benut de diversiteit als driver ook in tempo, omvang en levenscyclus. En stuur je sterk op eigen kracht en verantwoordelijkheden waarbij je wél de schaalvoordelen weet te realiseren. Passend in het concept van onze zo veel bejubelde participatiesamenleving. Zonder dat je in de val trapt van dat verstikkende ‘one size fits all’ met dat hoge wij-weten-wel-wat-goed-voor-u-is gehalte. Bedacht vanachter dat glimmende bureau. Omdat op grote hoogte alles zo erg op elkaar lijkt…

En als je daar over nadenkt dat blijkt dat veel van die schijnbare tegenstellingen toch hand in hand te gaan. Want een focus op kwaliteit levert at the end ook lagere kosten op. Het operationaliseren van zelfsturing is onmogelijk als er geen duidelijkheid is over de gemeenschappelijke visie. Om zo de onderlinge samenhang en synergie ook te kunnen verzilveren.

 

In de sfeer van ‘de top zet de lijnen uit, de werkvloer wordt geënthousiasmeerd om vanuit ondernemerschap met concrete verbetervoorstellen te komen binnen die uitgezette kaders’. Klinkt als de aloude win/win theorie van de managementgoeroe Covey.

 

Wens ons allen daarom toe dat de uitspraak van Andrew van der Ven (‘Management theories come and go, but the oldest –common sense – is still the most valid’) wat frequenter wordt toegepast…

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie