of 59045 LinkedIn

Een nieuw Nash-evenwicht voor ambtenaren

We spelen allemaal spelletjes. Spelletjes die ons gedrag bepalen, overal, ook onder werktijd. Iets wat we niet altijd willen erkennen. De gemeente Boxmeer erkent dat wel. Ze hebben hun bedrijfsvoering gebaseerd op de speltheorie en sociotechniek. Met de speltheorie voorspellen ze gedrag van hun medewerkers in een bepaalde context. Een interessant concept?

Boxmeer is op dit concept gekomen door gemeentesecretaris Van de Loo. Zijn frustratie over de constante neiging van overheidsorganisaties tot inefficiënt en ineffectief handelen was de drijfveer voor het zetten van stappen op dit vlak. Om zijn punt te bewijzen haalt hij wetenschappelijk onderzoek aan. Zoals het onderzoek van Dr. R.J. Anderson, o.a. verbonden aan de Hogeschool Utrecht. In een spelsimulatie waarin een gemeentelijke begroting diende te worden opgesteld, deed hij 8 jaar onderzoek naar het gedrag van 612 overheidsmanagers.

Anderson publiceerder zijn onderzoek onder de titel: “Waarom overheidsmanagers niet willen deugen”. Want uit het onderzoek bleek: 93 procent van de managers overclaimt bij budget onderhandelingen, 80 procent versterkt zijn of haar claim door coalitievorming en 39 procent claimt op grond van nieuwe wet- en regelgeving. We zien stelselmatig altijd hetzelfde “onbetrouwbare gedrag”. Boxmeer vroeg zich af, hoe is dat mogelijk? Waarom doen we dat met elkaar?
 

Dit “onbetrouwbare” gedrag is in hun optiek te verklaren vanuit de “speltheorie”. De speltheorie is ontwikkeld door academici die geprobeerd hebben om menselijk gedrag, met name in besluitvormingsprocessen, te voorspellen. Uit deze voorspelling komen verschillende speltypen voort (zoals het prisonersdilemma e.d.). Naast de vaststelling dat er spelletjes gespeeld worden, is ook het Nash-evenwicht van belang. Dr. John Forbes Nash, bekend uit de film A beautiful mind, heeft wiskundig aangetoond dat als je eenmaal in een speltype zit, het nog maar heel moeilijk is om van strategie te veranderen. Sindsdien noemt men dit een zogenaamd “Nash-evenwicht”, binnen de bestaande spelregels en het gehanteerde spel kunnen de spelers hun strategie niet meer wijzigen.
 

Maar hoe kom je nu tot een meer effectieve en efficiënte organisatie? Volgens Boxmeer doe je dat door de spelregels en het spel te veranderen zodat er een nieuw Nash-evenwicht ontstaat. Het individueel belang van een medewerker en het collectief belang van de organisatie moeten daarin op één lijn komen, zodat er sprake is van een verantwoord evenwicht. Je zorgt voor kleine teams van maximaal 7 tot 8 mensen, met duidelijke individuele taken en verwachte resultaten. Elk individu weet precies wat zijn verantwoordelijkheden en resultaten zijn. Elk team kent een linkin pin (of noemen we die dan de spelleider?). Deze linkin pin let op de spellen die spelen binnen het team en waakt over het collectief belang. Daaraan koppel je als organisatie volledige transparantie over wie waar verantwoordelijk voor is met welk budget. Transparantie zorgt voor druk op individuen om vanuit groepsdruk te kiezen voor het collectief belang.
 

Natuurlijk heb ik ook veel op te merken over deze aanpak. Het is een stevig staaltje systeemdenken waarin topdown de resultaten bepaald worden en waar individuele ontwikkeling alleen in dienst van het resultaat staat. Een soort Neo-Tayloriaans systeem waar het individu functioneel benaderd wordt. En ik vraag me ten zeerste af of het systeem eenvoudig met nieuwe veranderingen om kan gaan.
 

Toch is er ook veel voor te zeggen. Het systeem is goed doordacht en onderbouwd, het individu heeft binnen de functionele opdracht ruimte om de eigen resultaten te realiseren en de werkprocessen binnen de gemeente zijn transparant. Dat geeft ook rust en duidelijkheid waardoor het verzuim in Boxmeer lager is dan in veel andere gemeenten. En last but not least, het remt de menselijke neiging tot verkeerde spelletjes af. Een nieuw Nash-evenwicht kunnen we op veel plekken wel gebruiken.

Jeroen Pepers 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.