of 59236 LinkedIn

Permanent flex bij Binnenlandse Zaken

BZK-Flex ging in april 2016 als nieuw werkconcept van start, als onderdeel van een grootscheepse reorganisatie. Na de aankondiging van daarvan, een jaar eerder, werd smalend gesproken over het afvoerputje van BZK. Het ministerie moest fors en BZK-Flex zou volgens criticasters niet meer dan het laatste tussenstation zijn op weg naar de uitgang.

Binnenlandse Zaken moest vooral flexibeler en wendbaarder worden. Daar waar actuele opgaven lagen, moest als de wiedeweerga capaciteit naartoe kunnen vloeien. Een op de tien BZK-ambtenaren is nu officieel flexkracht.

Afvoerputje
BZK-Flex ging in april 2016 als nieuw werkconcept van start, als onderdeel van een grootscheepse reorganisatie. Na de aankondiging van daarvan, een jaar eerder, werd smalend gesproken over het afvoerputje van BZK. Het ministerie moest fors en BZK-Flex zou volgens criticasters niet meer dan het laatste tussenstation zijn op weg naar de uitgang.

Dat beeld was er niet voor niets, want er moest ook qua flexmedewerkers worden toegewerkt naar een kleinere organisatie vanaf 2018: de flexbezettting moet dan zijn teruggebracht van 20 tot 10 procent van de totale personeelsomvang op het kerndepartement. In absolute cijfers is dit jaar sprake van een afbouw van de flexbezetting van ruim 240 naar ongeveer 110 fte als gevolg van een taakstelling van Rutte II.

Die taakstelling is gerealiseerd. Deels door het vertrek van medewerkers omdat ze met pensioen gaan of elders in dienst treden. Collega’s die buiten BZK ervaring willen opdoen kunnen elders (betaald) worden gedetacheerd of tijdelijk aan het werk bij uitvoeringsorganisaties van BZK. En ongeveer 20 fte verdween op 1 september 2017 uit Flex toen de financiële administratie overging naar een interdepartementaal financieel dienstencentrum. BZK Flex zal in de komende kabinetsperiode 10 procent van de capaciteit van BZK Kern tellen.

Wennen
‘Het was voor veel medewerkers wennen’, is vrijwel het enige dat Sicco Louw wil zeggen over het ontstane beeld van het afvoerputje. Daarbij komt, dat er niets verandert in de rechtspositie: flexers hebben dezelfde status en gewoon een vast dienstverband. ‘We zijn geen outplacementbureau’, beklemtoont hij. ‘Nogmaals, niemand hoeft eruit. Maar minder capaciteit als taakstelling is een rem op flex. Voor een succesvolle doorontwikkeling van het flex-werkconcept is het beter als de taakstelling niet alleen via Flex verloopt.’

Louw staat als directeur BZK-Flex met drie managers aan het hoofd van de multi-
inzetbare troepenmacht. Eén ding mag duidelijk zijn, benadrukt hij: BZK-Flex heeft toekomst. ‘De afgelopen jaren werd duidelijk dat op veel directies binnen de kern tijdelijke versterking nodig en gewenst is. Voor de organisatie is de winst groot als die versterking uit eigen gelederen kan komen. Op die manier blijft de kennis in huis. Een eigen pool zorgt ook voor minder externe inhuur,’ zegt hij.

Daarbij ziet Sicco Louw nog een ander voordeel, voor de overheid. ‘Die overheid heeft vaak moeite om met iets te stoppen. Medewerkers zien wel dat er minder werk is, maar geven niet op. Met het flex-werkconcept leggen we de prioriteit anders. Omdat we de mensen op de afgesproken tijd terughalen, houdt ook hun taak op: ze gaan naar de volgende.’

Vitalere medewerkers
Behalve voor de organisatie zelf, zit er volgens manager BZK-Flex William Segers ook een voordeel aan de nieuwe manier van werken. ‘Werk wordt op jouw afdeling misschien minder of houdt op. Dan is het prettig dat je op een ander domein inzetbaar bent. Je kan met je competenties als beleidsmedewerker vrijwel overal werken’, zegt hij.

En voor de eigen ontwikkeling is het flex-verband volgens Segers zelfs gezond. ‘Je wordt als Flex-ambtenaar in een actievere stand gezet. Je moet soms voor het eerst nadenken over een volgende stap en hoe je je presenteert. Sommige mensen worden vitaler, bloeien op. Voordeel is dat je niet vastloopt op een afdeling als het tijdelijk of stilaan minder gaat’, zegt hij.

Matchingsronde
Alle duizend BZK-medewerkers hebben in een grote matchingsronde in 2015 aangegeven waar zijn of haar voorkeur naar uitgaat. De keuze was uit drie smaken: het opgeven van een voorkeur voor een specifieke tijdelijke opdracht, een verrassingsmenu zonder daarbij in te tekenen op een specifieke opdracht. of voor het doorgaan op de eigen afdeling.

De volgende grote matchingsronde waarin medewerkers hun voorkeur kunnen aangeven, vindt voorjaar 2018 plaats. Wat Louw betreft gebeurt dat in de toekomst steeds bij de start van een nieuw kabinet. ‘Dat lijkt me handig, omdat dan ook de nieuwe speerpunten en programma’s duidelijk worden’, zegt hij. ‘Maar tussendoor kan iemand ook altijd zijn hand opsteken.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 21 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
De op BiZa ingezette ontwikkeling lijkt mij positief, maar hoe is het gesteld met de flexibiliteit van de totale Rijksdienst?
Zijn we bijv. inmiddels al zover dat alle rijksambtenaren in algemene dienst (een rijksbestuursdienst) worden aangesteld en dus in principe algemeen (d.w.z. op alle ministeries en/of uitvoeringsorganisaties) kunnen worden ingezet?