Ambtenaar mag meer zeggen dan hij denkt
In haar afstudeerscriptie Geen betere censuur dan zelfcensuur, op basis waarvan de Leidse Fatou van den Hoff vandaag haar bul ontvangt, gaat zij na waar voor ambtenaren grenzen liggen als ze in het openbaar hun privé-mening willen geven. ‘In eerste instantie wilde ik me concentreren op het internet. Maar bij gebrek aan uitspraken op dat gebied ben ik uitgekomen op de oude media, zoals kranten en tijdschriften.’
Ambtenaren klappen zelden uit de school. In het verleden waren het vooral topambtenaren van ministeries die hun onvrede met het beleid naar buiten brachten. Of het waren klokkenluiders, die een interne zaak aan de kaak stelden. Onlangs spuiden militairen in Kunduz via e-mails hun gal over de logistieke haperingen bij de politiemissie in Aghanistan. Minister Hillen van Defensie veroordeelde dit.
In het onderzoek komt Van den Hoff tot de conclusie dat ‘ambtenaren en overheidsdiensten de wettelijke grenzen aan de vrijheid van meningsuiting niet kennen. Daardoor wordt er door ambtenaren minder gebruik gemaakt van dit grondrecht. En, zegt de onderzoekster, leggen overheidsdiensten aan hun ambtenaren in sommige gevallen verdergaande beperkingen op, dan wettelijk waarschijnlijk toelaatbaar is.
Waar komt die stellige bewering vandaan? Van den Hoff heeft geen veldwerk mogen doen. Misschien komt er na haar afstuderen een enquête onder ambtenaren. Van den Hoff: ‘Als je ziet hoe verdacht weinig zaken er aanhangig zijn gemaakt, dan kun je tot geen andere conclusie komen. In 20 jaar en met een miljoen ambtenaren in 2011 zijn er door de Adviescommissie drie zaken behandeld en een handjevol door de Centrale Raad van Beroep.’
Bescherming
Ambtenaren en leidinggevenden bij de overheid realiseren zich niet dat artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens een enorme bescherming biedt. Ook voor de ambtenaar. Bij de grondwetswijziging in 1983 heeft de regering vastgesteld dat de grondrechten onverkort gelden voor ambtenaren. In artikel 125a Ambtenarenwet is de vrijheid van meningsuiting vastgelegd.
Uit de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) blijkt dat de Raad vanuit die wetgeving voornamelijk controleert of de ambtenaar door zijn uitspraken zijn eigen functioneren of dat van de dienst schaadt. Met andere woorden: zichzelf onmogelijk maakt of de dienst onnodig in diskrediet brengt.
Van den Hoff: ‘Vaak wordt gedacht dat het gaat om “loyaliteit”.’ Maar van dat begrip lijkt de Raad zo ver mogelijk weg te blijven. Centraal staat die functioneringsnorm: ‘kan iemand normaal blijven doorwerken nadat hij zijn mening heeft gegeven en kan de dienst normaal blijven functioneren?’
Ook als een ambtenaar radicale, of verwerpelijke, ideeën heeft, is dat geen reden om de meningsuiting te beperken, stelt de CRvB. ‘Het opleggen van een algeheel en onbeperkt spreekverbod op het uiten van een persoonlijke mening, is zelfs niet toegestaan. Er lijken subtielere instrumenten in het spel te zijn. Overplaatsing naar een andere functie, is er zo één’, denkt Van den Hoff.
Zij verwacht dat nieuwe media als Twitter en Facebook, gaan zorgen voor een geheel nieuw fenomeen: ‘De huidige ambtenaren trekken zich verder terug in hun schulp. Zij zijn kopschuw geworden door de uitgebreide negatieve aandacht die een handjevol zaken krijgt. Een nieuwe generatie ambtenaren zoekt de grenzen van de vrijheid van meningsuiting op internet onbewust op.
‘De eerste zaak heeft zich al aangediend. Een ambtenaar mag zich op zijn privé-twitter niet meer persoonlijk uitlaten. Maar deze instructie gaat te ver. Zoals blijkt uit jurisprudentie van de CRvB.’ Van den Hoff ziet deze instructie graag getoetst door de Raad. Want, zegt zij, doordat steeds meer gebruikers van de sociale media zich zonder schuilnaam op het net begeven en het gegeven dat een nieuwe generatie ambtenaren opgroeit met sociale media, kun je er zeker van zijn dat er meer dergelijke zaken komen.
Reactie op dit bericht
Zeer herkenbaar wat u schrijft. Vooral ook dat ambtenaren informeel en "via de achterdeur" andere, vaak meer integere dingen zeggen en nastreven dan ze openlijk durven te doen.
Een funest aspect van deze dubbele houding is dat als je ervoor kiest wèl openlijk kritiek te leveren en om integriteit te verzoeken, zulke ambtenaren meestal bang worden en het informele contact met je beperken of beëindigen.
Nog funester is het dat, wanneer je je als ambtenaar hier eenmaal van bewust bent, je zelf geen informeel contact meer zoekt met deze bange ambtenaren, om hen niet in verlegenheid te brengen en om hen niet nog verder in de armen van hun niet-integere omgeving te drijven. Hierdoor sta je als integere ambtenaar voor de keuze: blijf ik integer (waardoor mijn omgeving dingen voor me gaat verbergen), of kies ik ervoor om hetzelfde, dubbele spel te gaan spelen, om de ergste effecten daarvan nog een beetje te kunnen matigen - als een soort burgemeester in oorlogstijd.
@Keesjan Kleef
Ik weet niet hoe Ambtenaar 2.0 ooit is begonnen, maar ik weet wel dat "bobo" Davied van Berlo eind 2009 al een zeer sturende rol vervulde in het project. En dat hij vragen over censuur en zelfcensuur ook toen al ontweek in de discussie die op deze website werd gevoerd.
Misschien een ideetje om even te kijken of jullie nog wel zo vrij zijn als jullie denken? En om even kritisch te reflecteren over de sociale mechanismen in en rond dit sociale netwerk?
Zoals bekend, is naïviteit over de eigen mate van vrijheid en onbevangenheid een handige manier om "cognitieve dissonantie" te vermijden. Het is prettiger om te geloven dat je het uit vrije overtuiging met bobo' s en hun beleid eens bent, dan om toe te geven dat je uit angst voor sociale marginalisering je eigen kritische gedachtenvorming een beetje afremt, zodat je ook niet in de verleiding komt om domme dingen te zeggen.
De scriptie van Van den Hoff is vooral ook interessant, omdat ze reflectie aanmoedigt over deze, vaak pijnlijke aspecten.
We doen er allemaal aan mee, al ware het maar door informatie te klakkeloos en eenzijdig te accepteren als het in ons straatje past. Ik ben groot voorstander van handhaving (afspraak is afspraak), maar dan moet dat wel voor iedereen gelden. De ambtenaar en haar organisatie zou daarbij, nog meer dan anderen, het voorbeeld moeten geven door een goede interne handhaving en communicatie daarover.
Zeer klein voorbeeldje uit mijn beperkte praktijk ter illustratie : “Met enige regelmaat publiceert mijn lokale overheid over opgespoorde fraude, incluis de betroffen en voor de samenleving gerecupereerde bedragen, bij uitkeringsontvangers. Als later blijkt, bijna altijd via lange gerechtelijke en kostbare (geld en ellende) procedures, dat de uitkeringsontvanger onrecht werd aangedaan dan lezen we daar nooit over”. Dit is uiteraard funest voor een correcte beeldvorming.
Waar gehakt wordt vallen spaanders en ik heb veel zeer goede ervaringen met mijn lokale overheid en haar ambtenaren. Velen zien, bij bovenstaand voorbeeld, dat een cliënt onrecht aangedaan wordt en helpen me via “de achterdeur” met informatie en morele ondersteuning. Men wijst op de slechte vertaling van beleid naar uitvoering en de handhaving daarvan, op de niet onafhankelijke bezwaarcommissie en zelfs een enkele keer op een disfunctionerende, of zelfs rancuneuze, collega. Niemand weet of “durft” de, eenmaal ingezette, procedure een halt toe te roepen of te verkorten. Zo lang als voor deze bevriende en vaak zeer gemotiveerde ambtenaren het klimaat niet geschapen wordt waarin zij hun organisatie “mogen” corrigeren dan heb ik daar zelfs een beetje begrip voor.
Ik hoop dat de scriptie van (mevrouw ?) van het Hoff haar positieve uitwerking niet mist en dat iedereen beseft dat gedeelde verantwoordelijkheid de eigen verantwoordelijkheid nooit verminderd.
Met vriendelijke groet,
Marc (zie ook www.dmmgm.nl)
Verder is het overigens zo dat elke discussie fora zo ongeveer spelregels kent (zelfs Geen Stijl). Zo vreemd is dat dus niet.
De "grens tussen loyaliteit en integriteit"??? Als een organisatie op een acceptabele manier functioneert, is integriteit toch gewoon een onderdeel van je loyaliteit aan die organisatie?
Kun je wat voorbeelden geven hoe jij via de sociale media de grenzen van de vrijheid van meningsuiting opzoekt?
Gelukkig compenseren een hoop ambtenaren dit ook weer door best vaak politiek actief te zijn- kijk maar hoeveel bestuurders/volksvertegenwoordigers etc. een ambtelijke carriere hebben (gehad).
Maar waar ik maar niet achter kom: wáár ligt nou de grens tussen wat wel kan en niet kan? Ik heb altijd aangehouden: geen ingezonden brieven met kritiek op het beleid van de eigen wethouder cq het 'eigen' beleidsterrein. En verder op andere beleidsterreinen: Val geen personen aan, maar houd het bij het onderwerp. Tenslotte blijf vriendelijk want wiens brood met eet, diens woord men spreekt, bijt niet in de hand die je voedt, kijk niet in de mond van een paard dat net gegeten heeft.
Het gaat niet om mijn persoontje, maar om de opgedane ervaring. Het zou fijn zijn als je het zakelijk houdt.
@H. Wiersma • gepens. • 29.08.11 13:30
U geeft een perfecte samenvatting, waaraan echter nog één aspect kan worden toegevoegd (zie hieronder).
@Fatou van den Hoff • 28.08.11 16:20
Interessante gedachte, dat de nieuwe sociale media ervoor gaan zorgen dat nieuwe generaties ambtenaren onbewust(!!!) de grenzen van hun vrijheid van meningsuiting gaan verkennen, vanuit de gewenning die ze van jongs af aan hebben om hun mening op internet te uiten.
Maar juist op die mogelijkheid is het overheidsproject "Ambtenaar 2.0" een reactie. Door middel van dit project geven de hogere echelons in de overheid (met name in de persoon van projectleider Davied van Berlo) een boodschap af aan alle ambtenaren, namelijk: "We houden jullie op internet in de gaten".
Typerend hiervoor is dat er, als je naar de site van Ambtenaar 2.0 gaat, meteen een waslijst van spelregels is te vinden waaraan je als deelnemer geacht wordt je te houden. Maar ondanks enig zoekwerk kon ik gisteren niks vinden over de manier waarop er wordt omgegaan met de door mij bij aanmelding verplicht in te vullen, persoonlijke gegevens. Mijn privacy wordt door "Ambtenaar 2.0" kennelijk volstrekt onbelangrijk gevonden.
Ook worden deelnemers opgeroepen een foto van zichzelf op hun "profiel" te plaatsen. Zonder zelf deelnemer te zijn, had ik gisteren toegang tot al deze foto's. Overigens hadden veel deelnemers wijselijk geen foto geplaatst.
Als ik over deze privacy-aspecten een "vraag aan de redactie" wil stellen (de enige contactmogelijkheid die de site biedt), dan krijg ik een mededeling dat de email met die vraag openbaar zal worden gemaakt. Het is dus niet mogelijk een vraag over je privacy te stellen zonder die eerst op te geven.
Kortom, Ambtenaar 2.0 wordt gekenmerkt door een mentaliteit van "Big Brother is Watching You". Het is inderdaad een poging tot het bevorderen van "bewustwording", maar dan vooral bewustwording van het feit dat er op je wordt gelet.
Als het aan de initiatiefnemers van "Ambtenaar 2.0" ligt, zullen ambtenaren in de toekomst dus niet "onbewust" hun grenzen op internet gaan verkennen, zoals jij blijkens bovenstaand artikel verwacht. Ook als bovengenoemde privacy-gebreken worden opgelost, zal dit project gericht blijven op controle over de uitingen van ambtenaren, niet op het stimuleren van vrije en creatieve meningsuiting.
Kun je iets zeggen over hoe je de invloed inschat van het project "Ambtenaar 2.0" (ruim 7000 leden) op het internet-gedrag van ambtenaren?