of 59236 LinkedIn

Afspraak bedrijfsarts gemist? Plichtsverzuim

Een gemeenteambtenaar met lichamelijke klachten en depressies verschijnt niet altijd op haar werk. Ze wordt ontslagen als ze ook een afspraak bij de bedrijfsarts laat schieten. Maar ze heeft toch het nodige gedaan om zich daarvoor af te melden?

Een gemeenteambtenaar met lichamelijke klachten en depressies verschijnt niet altijd op haar werk. Ze wordt ontslagen als ze ook een afspraak bij de bedrijfsarts laat schieten. Maar ze heeft toch het nodige gedaan om zich daarvoor af te melden?

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Het gaat al langer niet goed met Ingrid Stalpert*, werkzaam bij de gemeente Den Haag. Lichamelijke klachten. Depressie. Ze loopt bij de psycholoog, ze bezoekt de psychiater.

Dat heeft z’n weerslag op haar manier van werken – of beter: niet-werken. Op een woensdag in april 2014 verschijnt ze niet op kantoor. De oproep van haar leidinggevende om aan de slag te gaan negeert ze, en ook een schriftelijke opdracht van enkele dagen later met dezelfde strekking. Voor haar leidinggevende, die met haar wil praten over verzuimbegeleiding, is ze niet bereikbaar. Informatie over haar verzuim in verband met haar ziekte deelt ze ook al niet met hem.

Het college is het zat en legt een voorwaardelijk ontslag op, met een proeftijd van een jaar. Nog zo’n geintje in die periode en Ingrid Stalpert kan definitief vertrekken. Toch gaat ze opnieuw de mist in. Twee maanden na het ontslagbesluit heeft Stalpert een afspraak bij de bedrijfsarts, maar komt niet opdagen. Ze meldt zich pas op het allerlaatste moment af maar niet volgens de regels, zo constateert het college. Ingrid Stalpert vliegt de laan uit. Ze stapt naar de rechter, verliest bij de rechtbank Den Haag en gaat vervolgens naar de Centrale Raad van Beroep.

Die onderzoekt waarom Stalpert niet naar de bedrijfsarts is geweest. Haar verklaring: rugklachten. Die ochtend had ze een revalidatietraining en een gang naar de bedrijfsarts kon ze daarna niet meer opbrengen. Met die rugklachten liep ze al bij de huisarts maar die ziet het toch anders: met die rugpijn had ze best naar de bedrijfsarts kunnen gaan. Effe doorzetten, Ingrid. Had ze zich dan correct afgemeld? Drie kwartier voor de afspraak belt ze de bedrijfsarts, die haar doorverwijst naar haar leidinggevende. Omdat ze hem niet te pakken krijgt, spreekt ze zijn voicemail in en stuurt hem een e-mail. Onvoldoende, zegt het college: ze had contact moeten zoeken met haar twee andere teamleiders. Formeel is ze zonder toestemming weggebleven bij de bedrijfsarts, en dat is plichtsverzuim.

De belangrijkste vraag is of dit plichtsverzuim haar kan worden toegerekend. Een psycholoog en een psychiater stellen inderdaad een ernstige depressieve stoornis vast. De depressie is sinds 2011 geleidelijk ontstaan door overbelasting en is fors verergerd door de lichamelijke klachten. Volgens de twee had Stalpert zich desondanks keurig bij de bedrijfsarts en bij andere teamleiders kunnen afmelden. Het gedrag van Ingrid Stalpert is, door haar depressie, misschien wel ‘psychopathologisch’ verklaarbaar, maar daar gaat het niet om. Van belang is of zij de ontoelaatbaarheid van haar gedrag heeft kunnen inzien en overeenkomstig dat inzicht heeft kunnen handelen. Stalpert kan wel beweren dat zij dat inzicht op de dag van de afspraak met de bedrijfsarts niet had, maar dat blijkt niet uit een brief van de psycholoog en psychiater.

Dus constateert de Raad in zijn uitspraak op 6 april: Stalpert heeft eigen schuld aan het plichtsverzuim en het ontslag is terecht. Ook al gaat het niet goed met hen, ambtenaren moeten de formaliteiten zoveel mogelijk naleven. Anders kunnen lichamelijke klachten tot serieuze klachten over hen leiden.

* De naam Ingrid Stalpert is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2017:1327

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.