of 59108 LinkedIn

Gemeentelijk blauw: old school policing in een nieuw jasje

Afbeelding‘Wat lief’, waren de laatste woorden van Sybrand Buma in een lange en voor hem uiteindelijk succesvolle campagne. Hij sprak ze uit met een gezicht waar kleine kinderen bang van worden. Het bleek niet de oorlog, maar Sybrand baalde opzichtig van zijn verloren veldslag met Alexander Pechtold. Inzet van het debat was welke partij meer had gedaan om ons vaderland te beschermen. Over de door de CDA leider ingebrachte stelling waren beide heren het niet echt oneens: ‘Voor de veiligheid van Nederland zijn harde maatregelen nodig’. Wat volgde was een plaswedstrijd tussen twee kemphanen. Voor de kijker thuis kwam de keuze neer op meer geld naar politie en veiligheidsdiensten of meer bevoegdheden. Maar worden we daar eigenlijk wel een veiliger land van?

Versplinterd populisme

Met een focus op veiligheid en de kwetsbaarheid van onze nationale identiteit dook het CDA in één van de gaten op rechts. De altijd koningsgezinde Buma was zelfs bereid om Maxima’s Argentijnse paspoort op te offeren. Ook onze premier flirt graag met de PVV-stemmer. Met oudbollige semantiek komt het allemaal net wat minder bedreigend over: ‘Doe normaal, of pleur op’. Nee, ondanks de krantenkoppen op de dag na de verkiezingen is het populisme eerder versplinterd dan verslagen. Geert is niet de grootste geworden, maar anderen zijn wel iets meer op Geert gaan lijken.

 

Helaas voor de PvdA realiseerde Lodewijk Asscher zich pas op de dag voor de verkiezingen dat boos worden op TV meer impact heeft dan de rationele toon van een bestuurder. Het gat op links was toen al lang voor de neus van de sociaal democraten weggekaapt. Jesse Klaver, die zichzelf nog niet zo lang geleden met Obama vergeleek, heeft de linkse variant van populisme al veel eerder ontdekt. Klaver spreekt over een beweging die groter is dan zijn persoon, maar heeft er geen problemen mee om zichzelf in het middelpunt van de campagne te zetten. Zo was Jesse diep gekwetst na wat vervelende tweets van internet trollen die vinden dat hij als half Marokkaan geen premier zou mogen worden.

 

De persoonlijke ervaringen van Jesse Klaver met discriminatie op twitter roepen bij mij geen tranen op. Iemand die zich in een bomvol Afas Life als linkse halfgod laat toejuichen moet een paar idiote tweets kunnen incasseren – part of the job. Toch vind ik ook dat Jesse een interessant punt te pakken heeft, toen hij velen verraste door in te stemmen met de stelling dat Nederland zijn cultuur niet voldoende beschermd heeft. Daarmee doelde Klaver in tegenstelling tot Buma niet op een gebrek aan patriotisme, maar aan het niet langer vieren van wat volgens hem altijd de grote krachten van ons land zijn geweest: diversiteit en tolerantie.

 

Slow counter terrorism

Ik herken mij wel in de woorden van Klaver. Sinds Pim Fortuyn zijn woorden als tolerantie en verbinding bijna taboe geworden. Je wordt al snel weggezet als elitaire dromer met linkse hobby’s. Daarmee zijn we de pragmatische kant wat uit het oog verloren. De Nederlandse focus op sociale cohesie van de jaren 90’, met al zijn beperkingen, blijkt achteraf misschien wel het beste wapen tegen terrorisme te zijn geweest. Beatrice de Graaf noemt het slow counter terrorism. Kort door de bocht is het ‘thee drinken met Imams’ mogelijk een deel van de verklaring voor het relatief lage aantal Nederlandse Syriëgangers, ten opzichte van bijvoorbeeld België en Frankrijk.

 

Daarbij wil ik niet stellen dat de puinhopen van paars alleen maar uit parels bestaan. De andere kant van de medaille is dat kweekvijvers van radicalisering op verschillende plekken in het land te lang ongestoord zijn gebleven. Soms is een harde aanpak wel degelijk nodig. Waar het volgens mij mis gaat is wanneer onzorgvuldigheid in de uitvoering van die harde aanpak ertoe leidt dat we het contact verliezen met de grote groep mensen die juist keihard nodig zijn om interventies effectief te kunnen richten. Een paar jaar geleden was ik als gespreksleider aanwezig op één van de stadsgesprekken van de gemeente Utrecht. Samen met de stad werd er gewerkt aan een nieuw coalitieakkoord. Tijdens de bijeenkomst raakte ik in gesprek met een Marokkaans-Nederlandse student. Hij vond dat er door de gemeente vooral veel over de overlast van jonge Marokkanen werd gesproken, zonder dat men het gesprek met de jongeren zelf opzocht. Ik wees hem erop dat alle inwoners van Utrecht welkom zijn op het stadsgesprek. Met een cynisch lachje vroeg hij hoe welkom ik mij bij de overheid zou voelen, wanneer ik bijna elke maand door de politie op basis van uiterlijk en kleding als vermeende drugskoerier van mijn fiets zou zijn getrokken. Die vraag is voor mij nog altijd een spiegel. Doen we als overheid wel genoeg om met iedereen in contact te blijven? En wat is daar eigenlijk voor nodig?

 

Karma

Het contact met de stad vind een ambtenaar in ieder geval niet achter de computer in een stadskantoor. Respect verdien je nog altijd op straat. Onlangs was ik op pad met een aantal handhavers van de gemeente Utrecht. Nu de nationale politie zich exclusiever richt op zwaardere criminaliteit, speelt het gemeentelijk blauw in Utrecht een steeds belangrijkere rol in de lokale aanpak van lichte overtredingen en asociaal gedrag.

 

Ik begin de dag met handhavers Olaf en Hans. Op de fiets verkennen we de prachtige binnenstad van Utrecht. De handhavers kennen elke straat op hun duimpje. In verbinding staan met de omgeving is volgens Olaf en Hans een voorwaarde om hun werk goed te kunnen doen. Ze hebben regelmatig contact met ondernemers en bewoners die veel overlast ervaren. Ook de vaste groep verslaafden en overlastgevende jongeren zijn bekende gezichten.

 

Naast het contact met de buurt is de kracht van deze Utrechtse handhavers dat zij mensen in de eerste plaats aanspreken op gedrag. Wie zich normaal gedraagt wordt hartelijk begroet. Wie zich niet aan de regels houdt moet leven met de consequenties. Als het erop aankomt, krijgt de wild poepende heroïneverslaafde geen andere behandeling dan de zakenman die zijn BMW verkeerd parkeert.

 

Na de wisseling van de wacht zit ik met Melvin in de auto. Hij vertelt mij over zijn diensttijd in Afghanistan, waar er in veel situaties geen tijd is voor dialoog. In tijden van oorlog gelden andere regels. Waarschuwen door in de lucht te schieten. En als daar niet meteen juist op wordt gereageerd, met scherp. Zijn nieuwe baan als handhaver vraagt om een wat meer pedagogisch verantwoorde aanpak. In de woorden van Melvin: ”Ik geloof dat wat je terugkrijgt afhankelijk is van wat je zelf aan de mensen laat zien.”

 

Ik hoef niet lang te wachten om de handhaver in actie te zien. Melvin spot een zwerver die lurkend aan zijn fles wijn van het opkomende zonnetje ligt te genieten. Naast hem ligt een plasje paarse kots. Zonder dollen legt Melvin uit waarom dit gedrag onacceptabel is. Hij toont daarbij empathie voor de staat waarin de soms wankelende man verkeerd en blijft rustig luisteren naar zijn wat warrige verhaal. Langzaam maar zeker ziet de zwerver zelf ook in dat hij anderen tot last is. Er ontstaat een gesprek met als resultaat dat de fles wijn vrijwillig in de prullenbak verdwijnt – omgekeerd en zonder dop, om recidivisme te voorkomen. Terwijl we weglopen, zie ik uit mijn ooghoeken hoe de inmiddels glimlachende zwerver de straat uit eigen beweging schoon veegt met zijn sjaal. Een mooi staaltje karma.

 

Old school policing

Ik denk dat we veel van de Utrechtse handhavers kunnen leren. De manier waarop zij werken doet mij denken aan het pleidooi voor ‘old school policing’ van major Bunny Colvin uit de politieserie The Wire. In de bewuste scene legt Bunny een jonge agent in Baltimore uit waarom de politie in het tijdperk van voor ‘the war on drugs’ ook in de achterbuurten werd gerespecteerd. Een agent was onderdeel van de wijk en wist door zijn band met de bewoners precies wat er speelde. Criminaliteit kreeg geen kans om zich te organiseren. Politiewerk draait volgens major Colvin in eerste instantie om het winnen van vertrouwen van de mensen in de buurt en daarna pas om het oppakken van criminelen. Daarmee is ‘old school policing’ niet per definitie een antagonist van harde maatregelen, maar vertrekt het wel met een fundamenteel ander uitgangspunt dan de uitbreiding van bevoegdheden waar Sybrand Buma voor staat.

 

En Buma staat niet alleen. Het huwelijk tussen veiligheid en vertrouwen is in de politieke arena al een tijdje geleden op de klippen gelopen. Betutteling heeft plaatsgemaakt voor symboolpolitiek en een hoop geschreeuw. Ik snap dat overspannen beeldspraak het op TV beter doet dan nuance. Maar door de binnenlandse aanpak van radicalisering als oorlog tegen terrorisme te beschouwen, transformeren we Nederland onbedoeld een beetje in Afghanistan. Ik denk niet dat we daar veiliger van worden.

 

‘’You call something a war and pretty soon everybody gonna be running around acting like warriors. They gonna be running around on a damn crusade, storming corners, slapping on cuffs, racking up body counts. And when you at war, you need a fucking enemy. And pretty soon, damn near everybody on every corner is your fucking enemy. And soon the neighborhood that you're supposed to be policing, that's just occupied territory.’’ 

Bunny Colvin

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Stichting FUTUR

Postbus 10213

2501 HE Den Haag

www.futur.nl

info@futur.nl


Stichting Jonge Ambtenaren

Postbus 198
2501 CD Den Haag

www.jongeambtenarendag.nl

info@jongeambtenarendag.nl


Hartmans Netwerk

Zonder contact geen netwerk. Er zijn drie manieren om met ons (of met elkaar) in contact te komen. Het is een kwestie van persoonlijke voorkeur, de onderwerpen per optie zijn slechts indicatief. Contact

Meer nieuws

Bloggers