of 59221 LinkedIn

Ontslag ambtenaren wordt makkelijker

Veel van de werknemers in de publieke sector kunnen straks eenvoudiger worden ontslagen. Dat is een van de gevolgen van het verlies van hun speciale ambtenarenstatus. Voor de rest is volgens deskundigen veel nog ongewis, ook na instemming van de Eerste Kamer met het wetsvoorstel.

Veel van de werknemers in de publieke sector kunnen straks eenvoudiger worden ontslagen. Dat is een van de gevolgen van het verlies van hun speciale ambtenarenstatus. Voor de rest is volgens deskundigen veel nog ongewis, ook na instemming van de Eerste Kamer met het wetsvoorstel.

Verdere bijeffecten normalisering ongewis

Het accorderen van het wetsvoorstel – ingediend door D66 en CDA – door de Eerste Kamer heeft met name gevolgen voor het ontslagrecht van alle ambtenaren, behalve die van politie, Defensie en de rechterlijke macht. Net als de werknemers in de marktsector, krijgen zo’n 800.000 ambtenaren straks een regulier arbeidscontract. Ook worden dezelfde ontslagregels op hen van toepassing. Een ambtenaar kan nu nog twee keer bij zijn werkgever bezwaar maken tegen zijn ontslag. Daarna kan hij nog verhaal proberen te halen bij de bestuursrechter en de Centrale Raad van Beroep. Maar na het ingaan van de nieuwe wet kan een ambtenaar als een ‘normale’ werknemer enkel nog terecht bij de kantonrechter; in hoger beroep gaan is er niet meer bij.

Eigen cao’s
Voor het overige is vooralsnog veel onduidelijk welke bijeffecten de normalisering van de ambtenarenstatus heeft. ‘Het is nieuwe grond, we weten het nog niet.’ Dit antwoord klonk meer dan eens tijdens een congres van de Albeda Leerstoel van het CAOP en de Universiteit Leiden over de op handen zijnde normalisering. En dat terwijl er weinig deskundiger sprekers te vinden zijn op dit specifieke gebied van het arbeidsrecht. Professor Jaap Uijlenbroek en Barend Barentsen, beide hoogleraar Arbeidsverhoudingen Publieke Sector moesten krap 12 uur na de instemming van de Eerste Kamer regelmatig het antwoord op hypothetische vragen schuldig blijven. Toekomstige gesprekken aan verschillende onderhandelingstafels en meerdere rechterlijke uitspraken moeten te zijner tijd de juiste antwoorden verschaffen. De komende jaren zullen waarschijnlijk immers honderden wetten moeten worden aangepast om de ambtenarenstatus daadwerkelijk gelijk te schakelen.

Er is dus nog een heleboel onduidelijk over de effecten van de veranderde rechtspositie. Wel duidelijk is dat er grote veranderingen kunnen ontstaan nu ambtenaren onder het Burgerlijk Wetboek vallen. Een denkbaar scenario is bijvoorbeeld dat gemeenten hun eigen cao’s gaan samenstellen. De standaardisering van het salaris van gemeenteambtenaren is dan niet meer heilig. ‘In theorie kunnen gemeenten zelf bepalen hoeveel ze hun ambtenaren voor bepaalde functies betalen’, schetst Barend Barentsen. ‘Dat kan helpen wanneer een gemeente geen geschikte persoon voor een baan kan vinden. Ambtenaren kunnen dan inderdaad gaan shoppen bij concurrerende gemeenten. Ze hebben in dat opzicht een hoop vrijheid gekregen.’ Toch gelooft de hoogleraar niet dat dit snel op grote schaal zal gebeuren. ‘Driehonderd verschillende cao’s is ook wel erg extreem’, glimlacht hij. ‘Ten eerste hebben ze de middelen niet om zoiets helemaal op te tuigen. Het is namelijk een hoop werk om allemaal een aparte cao te maken, dat is niet aantrekkelijk voor een gemeente. Maar toeslagen voor bepaalde functies zijn niet ondenkbaar’, vermoedt Barentsen.

De gemiddelde ambtenaar zal in de praktijk niet heel snel iets merken van de veranderde status, zegt professor Uijlenbroek. ‘Het aardige is dat het burgerlijk recht de laatste jaren al op het ambtenarenrecht is gaan lijken. En andersom is de normalisering voor de ambtenaren ook al een tijd gaande’, vertelt de professor. ‘Al sinds de jaren tachtig wordt de ambtelijke status zo veel mogelijk geharmoniseerd met de privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst. Denk aan het stakingsrecht dat ambtenaren eerder niet hadden, werknemersverzekeringen die ook voor ambtenaren waren en bijvoorbeeld de wet op ondernemingsraden. In feite is deze normalisering slechts het laatste stapje.’ Toch waarschuwt hij wel voor onverwachte effecten die nu nog niet te voorzien zijn. Maar die zullen pas duidelijk worden aan de onderhandelingstafel, legt hij uit.

Jong talent
Sinds het initiatiefwetsvoorstel van D66 en CDA vorige week een meerderheid in de Eerste Kamer kreeg, is een deel van de ambtenaren blij en een ander deel hoogst bezorgd. Jonge ambtenaren staan te springen om de modernisering van hun rechtspositie. Door de aparte rechtspositie van ambtenaren zit de publieke sector vast, vindt jonge-ambtenarenorganisatie FUTUR. ‘Doorstromen of switchen tussen overheidslagen gebeurt nauwelijks en de huidige situatie bemoeilijkt het uitwisselen van kennis en kwaliteit. Vooral jongeren zijn de dupe van deze inflexibele overheid’, menen ze. ‘Samen met ouderen vormt de jonge generatie de grootste groep uitstromers. Een onwenselijke situatie, omdat jongeren hard nodig zijn voor een toekomstbestendige overheid. Normalisering zorgt voor ontschotting van de arbeidsmarkt en maakt één cao mogelijk voor zowel het rijk, provincie als gemeente. Dit biedt kansen voor het behouden van jong talent voor de publieke sector.’

Veel andere ambtenaren voelen zich beroofd van hun speciale positie. Ambtenaar zijn is in hun ogen een bijzonder beroep dat niet met het bedrijfsleven kan worden vergeleken. Een aparte status hoort daarbij. Ook zijn ze bang dat ze gemakkelijk ontslagen kunnen worden en slechtere arbeidsvoorwaarden krijgen. Maar professor Uijlenbroek kan die ambtenaren geruststellen. ‘De rechtspositie voor ambtenaren is met de normalisering niet slechter geworden. Het heeft z’n voor- en nadelen. Maar hoe het precies zal uitpakken, zal de toekomst moeten leren.’


Kort geding vakbond
Bij het ter perse gaan van dit nummer was de uitkomst van een kort geding van de vakbonden tegen de overheid, nog onbekend. De uitspraak werd deze week verwacht. De ambtenarenbonden spanden het kort geding aan omdat er in hun ogen geen ‘open en reëel overleg’ is geweest met verantwoordelijk minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). Voordat personeelsvoorwaarden worden gewijzigd, is dat overleg volgens de bonden verplicht. Het rijk bestrijdt dat er geen overleg is geweest.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.