of 59045 LinkedIn

‘Mijn politieke hart bleef kloppen’

© Erik van der Burgt
© Erik van der Burgt


Met een vliegtuig ontsnapte Rateb Abawi aan de Afghaanse burgeroorlog. De peuter van toen klom op tot bestuursadviseur bij de provincie Zuid-Holland. ‘Ik doe graag iets terug voor de maatschappij die me zo veel bracht.’  

Goed geland:

Een serie over vluchtelingen die carrière maken in de publieke sector.

Zelf had Rateb Abawi (28) het best gewild: zijn vluchtverhaal uit de doeken doen. Voor zo zover hij dat kan natuurlijk; hij was pas een jaar of twee, drie destijds. Maar zijn ouders zagen dat niet zitten. Dan komt alles weer naar boven, zeiden ze, terwijl we de geschiedenis nu juist al lang achter ons hebben gelaten. Bovendien: dit is iets privé. Niet dat er zoveel bijzonders aan het verhaal is vergeleken met dat van andere vluchtelingen, maar pa en ma vinden het simpelweg niet iets om mee naar buiten te treden.

Wat wel zonder omhaal kan worden verteld, is dat zijn ouders en hun vier kinderen – met Rateb als jongste – begin jaren negentig op de vlucht slaan voor de moedjahedien. Die vuren ‘wel honderd bommen per dag’ af op Kabul, de hoofdstad van Afghanistan waar de Abawi’s woonden, ‘een land dat altijd fijn was geweest, waar westerlingen graag op vakantie kwamen.’ Ratebs moeder moet de hele vlucht hebben gehuild. ‘Alles moesten ze achterlaten: hun land, familie, vrienden, hun hele leven. Mensen beseffen vaak niet hoe zwaar dat is. Bovendien was er angst: wat zou de toekomst hen brengen?’

Tijdens de burgeroorlog die het land sindsdien in zijn greep houdt, trekken veel Afghanen naar buurlanden als Iran en Pakistan. Daar voelen Abawi’s ouders als liberale moslims minder voor: de dreiging kwam van radicale moslims, dan is het logischer om voor een niet-moslimland te kiezen. En zo komen ze uiteindelijk in Nederland terecht. Ander verschil met landgenoten die over de weg een heenkomen zoeken, is dat zij zich een vliegreis kunnen veroorloven; nogal een verschil, ook met de huidige vluchtelingenstroom richting West-Europa. Abawi knikt: dat is comfortabeler, zeker.

Productiemedewerker
Na de aankomst op Schiphol komt het gezin in een ozc in Luttelgeest (Friesland) terecht, dan in een azc in Leusden (Utrecht) en van daaruit gaan ze naar het Gelderse Wijchen, waar ze een woning toegewezen hebben gekregen. Abawi’s vader en moeder weten geen vervolg te geven aan de carrières die ze in het oude vaderland hadden. Papa, rijksambtenaar infrastructuur, komt als productiemedewerker in een fabriek te staan, moeder – onderwijzeres – op een kinderdagverblijf. ‘Maar dat is nooit een punt geweest voor ze. Het woog totaal niet op tegen het voordeel dat Nederland óók bood: in veiligheid kunnen leven en je kinderen een toekomst kunnen bieden.’

Abawi grijpt de mogelijkheden met beide handen aan. ‘Door heel hard werken’ slaagt hij erin de route van de mavo naar de universiteit met succes te doorlopen. Hij hoort jongeren van etnische minderheden nog weleens reppen over minder kansen, maar is zelf meer van de school: wie zijn stinkende best doet, komt er.

Zeer recentelijk ging hij als bestuursadviseur van een gedeputeerde aan de slag. En dat bij de provincie waar hij drie jaar geleden als trainee begon: Zuid-Holland. Zijn wenkbrauwen maken een enorme klim wanneer hij de vraag krijgt voorgelegd of hij het traineeship te danken had aan zijn komaf. Zelden was hij meer verbaasd dan na deze krankjorume vraag, zo lijkt het. We proesten het uit van het lachen. Nog geen secónde heeft hij zelfs maar vermoed dat het één weleens met het andere te maken zou kunnen hebben. Maar het had toch best gekúnd dat de zaak zo in elkaar was gestoken?

Had gekund, maar het was niet zo, zegt Abawi stellig. ‘Op die functie solliciteerden tweehonderd man. Daar werden er tien uit geselecteerd die gesprekken kregen en onderworpen werden aan testen; een pittig assessment dus. Ik kwam eruit als nummer één, gewoon: op basis van kwaliteit.’ Parallel liepen dezelfde trajecten voor nog eens elf traineeships. ‘Die zijn alle elf ingevuld met autochtonen. Daar hadden vast meer allochtonen tussen gezeten als etnische achtergrond een rol had gespeeld.’

Vreemde naam
Ook van die andere, niet-positieve discriminatie heeft Abawi nooit iets gemerkt. Ja, één keer, toen hij in een KPN-callcenter werkte, vroeg een klant wie hij meende te zijn dat hij haar zaken onthield. Hij, met die weliswaar onberispelijke Hollandse tongval, maar toch ook met die vreemde naam die haar aan het begin van het telefoongesprek was opgevallen. ‘Wat die mevrouw wilde, zat niet in haar abonnement. Ik kón simpelweg niets voor haar betekenen. Maar: discrimineert zij op zo’n moment? Voor mijn gevoel is het eerder frustratie, die ze dan toevallig zo uit. En nog eens: zoiets gebeurde eigenlijk nooit: één keer dus, terwijl ik elke dienst weer wel dertig tot veertig gesprekken voerde.

Abawi denkt vergelijkbaar over de protesten tegen de komst van de huidige generatie asielzoekers. ‘Discriminatie? Weinig tolerant, dat wel. Mensen zijn angstig en dat is ook best te begrijpen. Ik weet de oplossing voor dit complexe vraagstuk ook niet, maar je doet er goed aan om naar de mensen te blijven luisteren, met ze in gesprek te gaan. Praten is altijd goed.’ Geen goed woord heeft hij over voor geweld tegen en intimidatie van asielzoekers. ‘Het zijn wel mensen, hè.’

Na de havo koos Abawi voor hbo bedrijfskunde, omdat hij economie en wiskunde leuk vond en er goed in was. In zijn laatste jaar begon hij met tien anderen het adviesbedrijfje Lemon Eleven, maar het idee een vervolgstudie te doen – een bestuurskundige opleiding in het bijzonder – trok aan hem. Vandaar dat hij in 2009 aan de Erasmus Universiteit ging studeren, na zijn hbo te hebben afgerond.

‘Mijn politieke hart bleef kloppen, dat was het. Politiek is ons met de paplepel ingegoten. Bij ons thuis ging het er altijd over: hoe liggen de belangen, waarom is dat zo, wie zal aan het langste eind trekken? Het kon over iets lokaals gaan of over Nederland, maar even goed over het wereld­toneel, over Afghanistan ook ja. En dat is nog altijd zo. Zoals laatst, toen Kunduz weer in handen van de Taliban viel; dan appt de een of de ander meteen de hele familie: “Heb je het al gehoord?”’

Nieuwsgierigheid
Abawi zou misschien best eens willen gaan kijken in het land waar hij ter wereld kwam, maar zolang het er onveilig is zeker niet. ‘Ik zou gewoon uit nieuwsgierigheid en interesse gaan, niet om er iets van mezelf terug te vinden. Ik heb er immers alleen mijn eerste paar jaren gewoond. Bovendien weet ik van mijn vader, die er ooit een keer is terug geweest, dat er weinig meer te vinden is van hoe het ooit was. Zelfs de mensen zijn er veranderd, vertelde hij, door het voortdurende geweld.’

Ze hebben er ook nauwelijks familie meer, bijna iedereen nam de wijk naar Europa, of naar Canada, Australië of de VS, waarbij het niet zelden de pioniers waren die het geld bijeen spaarden om de rest te kunnen ontzetten. Ook in het geval van de Abawi’s was het familie in de diaspora die het Ratebs ouders – ‘die weinig meer hadden’ – mogelijk maakte om naar Amsterdam te vliegen.

Abawi heeft naast zijn politieke inborst nog een motief om de commerciële pad te verruilen voor een gouvernementeel traject: ‘Dan kan ik iets terug doen voor de maatschappij die me zo veel bracht. Bij de provincie zat ik tot voor kort op OV, hield me onder meer bezig met de waterbus tussen Rotterdam en de Drechtsteden. Natuurlijk maken in de eerste plaats de mensen op en rond die forensenboten het verschil, maar toch: op de achtergrond kun je ook iets betekenen. Ervoor zorgen bijvoorbeeld dat alle betrokken partijen met elkaar in gesprek blijven. Ook droeg ik mijn steentje bij aan sociale veiligheid in het openbaar vervoer, een van mijn andere dossiers.’

Dat moet thuis toch iets hebben losgemaakt: zoonlief in vervoerszaken, toch min of meer datgene waar vader zich ooit mee bezighield. Abawi glimlacht. Dat deed wel iets, ja.


CV
Rateb Abawi
Geboren: Kabul, Afghanistan, 6 juli 1987
Aankomst in Nederland: rond 1990
Opleiding: Public Administration, Policy and Politics (MSc), Erasmus Universiteit Rotterdam (2011)
Loopbaan: gemeente Rotterdam (2011-2012), onderzoeksbureau Ecorys (2012), Provincie Zuid-Holland (2012 - 2015), sinds kort als bestuursadviseur.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.